NOTULEN VAN 15 december 2025 om 20 uur

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

 

Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 1 : MEERJARENPLAN 2026-2031 GEMEENTE EN OCMW WELLEN, DEEL GEMEENTE - GOEDKEURING

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De gemeente en het OCMW van Wellen dienen een nieuw meerjarenplan op te stellen voor de bestuursperiode 2026-2031. Dit besluit dient om het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Wellen, deel gemeente Wellen goed te keuren en de gevraagde kredieten 2026 vast te stellen.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur 22.12.2017, gecoördineerd

OCMW-decreet van 19.12.2008, gecoördineerd

Organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de

lokale en provinciale besturen (BVR BBC)

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften

van  de  beleidsrapporten,  de  rekeningenstelsels  en  de  digitale  rapportering  van  de  beleids-  en

beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC)

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/01 - de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

 

Toelichting (feiten en context)

De strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de bijlagen van het meerjarenplan 2026-2031 werd aan de raadsleden bezorgd via meeting.mobile dd. 01.12.2025.

 

In de strategische nota van het meerjarenplan 2026-2031 worden de beleidsdoelstellingen weergegeven voor beleidsperiode 2026-2031.

In de financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031 wordt de financiële vertaling van de beleidsdoelstellingen van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

De toelichting van het meerjarenplan 2026-2031 bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van aangepast meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

De bijlagen geven meer informatie over de hierboven vernoemde onderwerpen alsook een detaillering van de ontvangsten, uitgaven en financiering.

 

Om een maximaal geïntegreerd lokaal beleid te kunnen realiseren, werd er voor gemeente en OCMW Wellen één  doelstellingenboom  opgesteld.  Ook  het  financiële  evenwicht  wordt  beoordeeld  voor  beide entiteiten samen.

 

De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

 

 

 

Financieel evenwicht

Het meerjarenplan 2026-2031 moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

1. het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;

2. de geraamde autofinancieringsmarge (AFM) voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

 

Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee entiteiten als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

Het beschikbaar budgettair resultaat voor de gemeente en het OCMW Wellen bedraagt:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

6.000.405,90

4.803.316,40

4.750.795,65

4.589.630,92

4.796.649,29

5.071.381,62

 

 

De autofinancieringsmarge  voor de gemeente en het OCMW Wellen bedraagt:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

-564.858,75

-146.752,06

-156.868,32

-171.055,54

69.397,93

241.713,41

 

BESLUIT:

Goedkeuren

12 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

7 stemmen tegen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans, Wendy Bex, Joeri Philtjens en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1  De  raad  stelt het  deel  GEMEENTE van  het  meerjarenplan  2026-2031 gemeente en OCMW Wellen vast,  bestaande  uit  de  strategische  nota,  financiële  nota, toelichting en bijlagen, dewelke als bijlage toegevoegd worden aan dit besluit.

 

Art. 2 De raad stelt de gevraagde  kredieten van het boekjaar 2026 vast van het deel GEMEENTE van het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Wellen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 2 : MEERJARENPLAN 2026-2031 GEMEENTE EN OCMW WELLEN, DEEL OCMW - GOEDKEURING

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De gemeente en het OCMW van Wellen dienen een nieuw meerjarenplan op te stellen voor de bestuursperiode 2026-2031. Dit besluit dient om het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Wellen, deel OCMW Wellen goed te keuren en de gevraagde kredieten 2026 vast te stellen.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur 22.12.2017, gecoördineerd

OCMW-decreet van 19.12.2008, gecoördineerd

Organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de

lokale en provinciale besturen (BVR BBC)

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften

van  de  beleidsrapporten,  de  rekeningenstelsels  en  de  digitale  rapportering  van  de  beleids-  en

beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC)

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/01 - de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

 

Toelichting (feiten en context)

De strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de bijlagen van het meerjarenplan 2026-2031 werd aan de raadsleden bezorgd via meeting.mobile dd. 01.12.2025.

 

In de strategische nota van het meerjarenplan 2026-2031 worden de beleidsdoelstellingen weergegeven voor beleidsperiode 2026-2031.

In de financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031 wordt de financiële vertaling van de beleidsdoelstellingen van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

De toelichting van het meerjarenplan 2026-2031 bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van aangepast meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

De bijlagen geven meer informatie over de hierboven vernoemde onderwerpen alsook een detaillering van de ontvangsten, uitgaven en financiering.

 

Om een maximaal geïntegreerd lokaal beleid te kunnen realiseren, werd er voor gemeente en OCMW Wellen één  doelstellingenboom  opgesteld.  Ook  het  financiële  evenwicht  wordt  beoordeeld  voor  beide entiteiten samen.

 

De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

 

 

 

Financieel evenwicht

Het meerjarenplan 2026-2031 moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

1. het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;

2. de geraamde autofinancieringsmarge (AFM) voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

 

Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee entiteiten als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

Het beschikbaar budgettair resultaat voor de gemeente en het OCMW Wellen bedraagt:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

6.000.405,90

4.803.316,40

4.750.795,65

4.589.630,92

4.796.649,29

5.071.381,62

 

 

De autofinancieringsmarge  voor de gemeente en het OCMW Wellen bedraagt:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

-564.858,75

-146.752,06

-156.868,32

-171.055,54

69.397,93

241.713,41

 

BESLUIT:

Goedkeuren

12 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

5 stemmen tegen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans en Joeri Philtjens

2 onthoudingen: Wendy Bex en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1  De  raad  stelt het  deel  OCMW van  het  meerjarenplan  2026-2031 gemeente en OCMW Wellen vast,  bestaande  uit  de  strategische  nota,  financiële  nota ,toelichting en bijlagen, dewelke als bijlage toegevoegd worden aan dit besluit.

 

Art. 2 De raad stelt de gevraagde  kredieten van het boekjaar 2026 vast van het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Wellen.

 

Art. 3 Deze goedkeuring stelt het meerjarenplan 2026-2031 voor de gemeente en het OCMW van Wellen in zijn geheel definitief vast.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 3 : BEPALING VAN DE OPDRACHTEN:

- DIE NOMINATIEF IN HET MJP 2026-2031 - MET DETAIL VOORZIEN ZIJN EN WAARVOOR HET BEPALEN VAN DE WIJZE EN DE VOORWAARDEN VAN GUNNEN WORDEN GEDELEGEERD NAAR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN.

GOEDKEURING

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Nood aan het vaststellen van de nominatieve lijst van opdrachten die in het meerjarenplan 2026 - 2031 voor de dienstjaren 2026 - 2031 met detail voorzien zijn en waarvoor het bepalen van de wijze en de voorwaarden van gunnen kan worden gedelegeerd naar het college van Burgemeester en Schepenen. Deze lijst bestaat uit de opdrachten voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 die buiten de delegatie vallen onder het dagelijks bestuur.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Besluit van de Vlaamse Regering van 25.06.2010   betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en alle latere wijzigingen

Ministerieel Besluit van 1.10.2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en alle latere wijzigingen

Decreet van 15.07.2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd en alle latere wijzigingen

Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3.05.2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

Omzendbrief Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 - aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen

Besluit gemeenteraad van 26.04.2019 tot vaststellen van het begrip dagelijks bestuur en het bepalen van de verbintenissen die onderworpen zijn aan visumplicht van de financieel directeur

Besluit van de gemeenteraad van 15.12.2025 tot vaststellen van het meerjarenplan 2026-2031

 

Toelichting (feiten en context)

De nominatieve lijst, zoals toegevoegd in bijlage, omvat de opdrachten die in het meerjarenplan 2026-2031 voor de dienstjaren 2026 - 2031 met detail voorzien zijn waarvoor het bepalen van de wijze en de voorwaarden van gunnen worden gedelegeerd naar het college van Burgemeester en Schepenen. Deze lijst bestaat uit de opdrachten voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 die buiten de delegatie vallen onder het dagelijks bestuur.

 

Niet van toepassing

 

BESLUIT:

Goedkeuren

17 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

2 onthoudingen: Wendy Bex en Gert Vandenrijn

 

De Raad beslist:

 

Art. 1

De nominatieve lijst met opdrachten die in het meerjarenplan 2026-2031 voor de dienstjaren 2026 - 2031 met detail voorzien zijn, zoals in bijlage toegevoegd, wordt goedgekeurd.

 

Art. 2 Het bepalen van de wijze en de voorwaarde van gunnen van deze opdrachten wordt gedelegeerd naar het college van burgemeester en schepenen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 4 : AANVULLENDE GEMEENTEBELASTING OP DE PERSONENBELASTING - AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

Toelichting (feiten en context)

Artikel 3 van de wet van 24 juli 2008 bepaalt dat de aanslagvoet van de aanvullende gemeentebelasting moet vastgesteld zijn in een gemeenteraadsbesluit dat uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar in werking kan treden.

De beslissingen tot vaststelling van de aanslagvoeten worden zowel naar de provinciegouverneur als rechtstreeks naar de FOD Financiën verstuurd

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art 1 Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het betreffend aanslagjaar.

 

Art 2 De belasting wordt vastgesteld op 7,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, dus in 2025.

 

Art 3 De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

 

Art 4 Dit besluit dient zo vlug mogelijk ondertekend overgemaakt te worden aan:

de provinciegouverneur

FOD FINANCIEN

Stafdienst Beleidsexpertise en -ondersteuning

Studie- en documentatiedienst

Cel Begroting, fiscale ontvangsten en statistiek

North Galaxy - Toren B 25e verdieping

Koning Albert II-laan 33, bus 73

1030 Brussel

E-mail: anneliese.dhaeseleer@minfin.fed.be

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 5 : OPCENTIEMEN OP DE ONROERENDE VOORHEFFING VAN HET VLAAMS GEWEST - AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzaak om gemeentebelastingen in te voeren teneinde het evenwicht van het gemeentelijk budget te verzekeren

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

De artikels 249 tot en met 260 van het Wetboek van de InkomstenBelastingen dat de reglementering op de onroerende voorheffing bevat;

Artikel 464 van het Wetboek van de InkomstenBelastingen over de reglementering van de opcentiemen;

Het decreet van 9 juni 1998 (B.S. 18-07-1998) houdende bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen voor wat betreft de onroerende voorheffing;

Artikel 9 van het decreet van 9 november 2012 houdende diverse bepalingen inzake financiën en begroting bepaalt dat de opcentiemen voortaan uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar zullen moeten vastgesteld worden door de gemeenteraden en de provincieraden. De mededeling aan de Vlaamse Belastingsdienst moet gebeuren uiterlijk op 1 maart van het aanslagjaar;

 

 

Toelichting (feiten en context)

De raad kan jaarlijks het aantal opcentiemen herzien en opnieuw vaststellen. Het aantal te vestigen opcentiemen moet conform artikel 9° van het decreet van 9 november 2012 houdende diverse bepalingen inzake financiën en begroting uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar (2026) vastgesteld zijn en uiterlijk op 1 maart 2026 meegedeeld zijn aan de volgende dienst:

 

Vlaamse Belastingsdienst

Onroerende Voorheffing

Postsite, Vaartstraat 16

9300 Aalst

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Voor het aanslagjaar 2026 wordt ten behoeve van de gemeente 850 opcentiemen op de onroerende voorheffing van het Vlaams Gewest geheven.

 

Art. 2 De bovenvermelde opcentiemen zullen geïnd worden samen met de onroerende voorheffing van het Gewest.

 

Art. 3 Dit besluit dient tijdig te worden bezorgd aan de provinciegouverneur en aan de Vlaamse belastingdienst onroerende voorheffing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 6 : RETRIBUTIE OP DE AFGIFTE VAN ADMINISTRATIEVE STUKKEN - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013

tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar, de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.

Omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en vervoer van 15.03.2019, meer bepaald hoofdstuk 3 m.b.t. de retributie voor rijbewijzen.

Brief van de federale overheidsdienst binnenlandsze zaken add. 02.10.2025 houdende het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 01.01.2026

 

Argumentatie

Het afleveren van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente lasten mee en het is aangewezen hiervoor een gematigde retributie in te vorderen;

 

BESLUIT:

Goedkeuren

14 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn en Ellen Punie

5 onthoudingen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans en Joeri Philtjens

 

De raad beslist:

 

 

Art. 1 Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot andersluidende beslissing een retributie geheven op het afleveren van allerlei administratieve stukken door het gemeentebestuur.

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.

Deze verordening is niet toepasselijk op het afleveren van stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een bijzonder recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een algemeen of provinciaal reglement of een bijzonder gemeentelijk reglement.

 

 

 

Art. 2 Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt :

  

I IDENTITEITSDOCUMENTEN

 

A. Normale procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

 

Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1 eerste lid, 1°

€ 20,10

 

€ 6,00

 

€ 26,10

 

Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3°

€ 8,10

 

-

 

€ 8,10

 

Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i

€ 20,10

€ 15,00

€ 35,10

Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot e, m en n

€ 20,70

 

€ 15,00

 

€ 35,70

 

Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. A-kaart, B-kaart, K-kaart, L-kaart

€ 11,30

-

€ 11,30

Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. EU-kaart, EU+ -kaart, F-kaart, F+ -kaart, M-kaart

€ 8,10

-

€ 8,10

B. Spoedprocedure met levering in de gemeente

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

 

Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1° en 2°

€ 122,60

€ 6,00

€ 128,60

Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3°

€ 110,60

 

-

€ 110,60

 

Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i

€ 122,60

€ 15,00

€ 137,60

Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot e, m en n

 

€ 122,60

€ 15,00

€ 137,60

Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. A-kaart, B-kaart, K-kaart, L-kaart

€ 122,60

-

€ 122,60

Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. EU-kaart, EU+ -kaart, F-kaart, F+ -kaart, M-kaart

€ 110,60

-

€ 110,60

C. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij FOD Binnenlandse Zaken

Kostprijs

 

Gemeentelijke

belasting

 TOTAAL

Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1°

€ 161,40

€ 6,00

€ 167,40

Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3°

€ 149,40

-

€ 149,40

D. Attest van immatriculatie

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

attest van immatriculatie

€ 0,80

€ 6,00

€ 6,80

II REISPASPOORTEN

BELGEN

A. Normale procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 65,00

€ 15,00

 

€ 80,00

Minderjarig

€ 35,00

-

€ 35,00

B. Spoedprocedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 240,00

€ 15,00

 

€ 255,00

Minderjarig

€ 210,00

-

€ 210,00

C. Super dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 300,00

€ 15,00

€ 315,00

Minderjarig

€ 270,00

-

€ 270,00

D. Super dringende procedure

 

 

 

Meerderjarig

€ 350,00

€ 15,00

€ 365,00

Minderjarig

€ 320,00

-

€ 320,00

NIET BELGEN

 

 

 

RD VLUCHTELINGEN

 

 

 

A. Gewone procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

 

TOTAAL

Meerderjarig

€ 61,00

€ 15,00

€ 76,00

Minderjarig

€ 41,00

-

€ 41,00

B. Dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 230,00

€ 15,00

€ 245,00

Minderjarig

€ 210,00

-

€ 210,00

C. Super dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 290,00

€ 15,00

€ 305,00

Minderjarig

€ 270,00

-

€ 270,00

RD VREEMDELINGEN

 

 

 

A. Gewone procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 61,00

€ 15,00

€ 76,00

Minderjarig

€ 41,00

-

€ 41,00

B. Dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 230,00

€ 15,00

€ 245,00

Minderjarig

€ 210,00

-

€ 210,00

C. Super dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 290,00

€ 15,00

€ 305,00

Minderjarig

€ 270,00

-

€ 270,00

RD STAATSLOZEN

 

 

 

A. Gewone procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 61,00

€ 15,00

€ 76,00

Minderjarig

€ 41,00

-

€ 41,00

B. Dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 230,00

€ 15,00

€ 245,00

Minderjarig

€ 210,00

-

€ 210,00

C. Super dringende procedure

Kostprijs

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Meerderjarig

€ 290,00

€ 15,00

€ 305,00

Minderjarig

€ 270,00

-

€ 270,00

III VOORNAAMSVERANDERING

Kostprijs 

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Voornaamsverandering

 

€ 110,00

€ 110,00

Transgenders

 

€ 5,00

€ 5,00

IV RIJBEWIJZEN

 Kostprijs

Gemeentelijke belasting

TOTAAL

Rijbewijzen bankkaartmodel

€ 20,00

€ 15,00

€ 35,00

Internationaal rijbewijs

€ 16,00

€ 12,00

€ 28,00

V HUWELIJKSBOEKJES

 

Kostprijs

Gemeentelijke

belasting

TOTAAL

Huwelijksboekje inclusief belasting op het in het huwelijksboekje voorkomend huwelijksgetuigschrift

 

€ 24,00

€ 24,00

VII AFLEVEREN DOCUMENTEN BETREFFENDE HET INDIVIDUEEL BEZOLDIGD PERSONENVERVOER

Bestuurderspas individueel bezoldigd                                             € 24,49                € 10,00                € 34,49

personenvervoer

 

 

Art. 3 De retributie wordt ingevorderd bij het afleveren van het document. De personen die onderworpen zijn aan de belasting zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden.

Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.

 

Art. 4 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1van het Decreet). De contantbelasting is onmiddellijk opeisbaar. Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1 van het decreet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.

 

Art. 5 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5 van het decreet).

 

Art. 6 Worden van de retributie vrijgesteld :

 

a. De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd ;

b. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen, de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd ;

c. de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties ;

d. de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente ;

e. de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut ;

f. de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd in verband met verkeersongevallen op de openbare weg.

g. de getuigschriften van goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding

h. geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de NMVB en openbare autobusdiensten ;

i. afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen ;

j. de al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerd, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enige inkomen het bestaansminimum is, die bescheiden nodig hebben wanneer ze voor een betrekking solliciteren. Wel is het zo dat de belanghebbenden zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor

ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.

k. inlichtingenformulier naar aanleiding van de verkoop van onroerende goederen :Federale Overheidsdienst Financiën – aankoopcomité.

 

Art. 7 De retributie is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens art. 13 van de wet van 04.07.1956 en het K.B. dd. 20.12.1972 en 12.11.1976.

 

Art. 8 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

 

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

 

Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:

1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;

2° de uiterste betalingsdatum;

3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

 

Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.

 

Art. 9 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

 

Art. 10 De retributie moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 11 Wanneer de retributie niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 12 Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 7 : RETRIBUTIEREGLEMENT GRAFCONCESSIES - VANAF AANSLAGJAAR 2026- GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Het belastingreglement goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 25 januari 2013

 

Juridische grondslag

Gemeentedecreet dd. 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet dd. 24.06.1988, gecoördineerd, inzonderheid artikel 117, 119, 133 en 135§2;

Wed dd. 20.07.1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij het decreet van 10.11.2005, 18.04.2008 en 09.12.2011;

Besluit van de Vlaamse Regering dd. 14.05.2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, gewijzigd bij het besluit dd. 02.12.2005;

Decreet dd. 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Besluit gemeenteraad dd. 30.10.2015 tot goedkeuren van het huishoudelijk reglement op de begraafplaaatsen;

Besluit gemeenteraad dd. 23.01.2013 betreffende het retributiereglement inzake grafconcessies;

 

Toelichting

?

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1  Met ingang vanaf 01/01/2026 en tot herziening wordt de retributie voor het bekomen van een grafconcessie op één van de kerkhoven te Wellen - uitgezonderd een concessie voor een begraafplaats in de Oude Kerk te Ulbeek - al volgt bepaald :

 

* Concessie voor begraving in volle grond van een volwassen persoon (kist) :   € 375,-

* Concessie voor begraving in volle grond van één kind (kist of urne) :     € 150,-

* Concessie voor begraving in volle grond van een urne (urneveld) :    € 150,-

* Concessie voor begraving in een grafkelder van twee personen :    € 600,-

* Concessie voor begraving in een grafkelder van drie personen :    € 600,-

* Concessie voor max. drie personen in een nis in het columbarium :    € 300,-

* Concessie voor max. drie personen in een urnekelder :     € 300,-

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste grafkelder voor twee personen :  € 900,-

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste grafkelder voor drie personen :  € 1000,- 

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste nis in het columbarium :   € 300,-

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste urnekelder :     € 600,-

* Kostprijs van een door de gemeente geplaatst naamplaatje op de herdenkingszuil

    van de strooiweide :                      € 37,50,- 

* Kostprijs van een door de gemeente geplaatste ster op de sterrenweide :   € 60,-

 

 

Art. 2 Met ingang vanaf 01/01/2026 en tot herziening wordt de retributie voor het uitvoeren van een ontgraving op één van de kerkhoven te Wellen - uitgezonderd voor een begraafplaats in de Oude Kerk te Ulbeek - al volgt bepaald :

 

* Ontgraving van een kist uit volle grond of een grafkelder :     € 450,-

* Ontgraving van een asurne uit een grafkelder :      € 450,-

* Ontgraving van een asurne uit volle grond, een columbarium of een urnekelder :  € 150,-

 

 

Art. 3 Met ingang vanaf 01/01/2026 en tot herziening wordt de retributie voor het bekomen van een grafconcessie inclusief monument in de Oude Kerk te Ulbeek als volgt bepaald :

 

* Concessie voor begraving in een grafkelder van twee personen :    € 375,-

* Concessie voor max. drie personen in een nis in het columbarium :    € 300,-

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste grafkelder voor twee personen :              € 4.500,-

* Kostprijs van de door de gemeente geplaatste nis in het columbarium :                € 2.000,-

 

 

Art. 4 Met ingang vanaf 01/01/2026 en tot herziening wordt de retributie voor het uitvoeren van een ontgraving in de Oude Kerk te Ulbeek als volgt bepaald :

 

* Ontgraving van een kist uit een grafkelder :       € 600,-

* Ontgraving van een asurne uit een grafkelder :      € 600,-

* Ontgraving van een asurne uit een columbarium :      € 150,-

 

Art. 5 In geval van een hernieuwing van een concessie (al dan niet met bijzetting) voor het verstrijken ervan, moet de door de gemeente vereiste retributie berekend worden rekening houdend met het nog te lopen aantal jaren in de bestaande concessie.

 

De vereiste retributie = [(Aantal jaren van de nieuwe concessietermijn dat het verschuldigd bedrag die de lopende concessietermijn overschrijdt) : totaal aantal jaren van de nieuwe concessietermijn] x retributie die bij de totale termijn van de concessie hoort.

 

Art. 6 Al deze concessies worden verleend voor 50 jaar.  Deze periode van 50 jaar vangt aan op datum van betekening van de beslissing tot toekenning van de concessie.

 

Art. 7 Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 8 : BELASTING OP DE DRIJFKRACHT VAN MOTOREN - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

BESLUIT:

Goedkeuren

12 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

7 onthoudingen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans, Wendy Bex, Joeri Philtjens en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Er wordt vanaf aanslagjaar 2026 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen een belasting van € 9,92 per kilowatt geheven op motoren, ongeacht de brandstof of de energie die deze motoren in beweging brengt. De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of exploitatie-eenheid van de onderneming. Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van tenminste drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.

De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren, gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid is gevestigd.

Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente. De door de tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt ten laste van deze ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten. Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten, hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd .

 

Art. 2 De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motoren geplaatst of gebruikt tijdens het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat.

Bij stopzetting van bedrijf in de loop van het jaar wordt er een bijzondere bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de belastbare motoren geplaatst en gebruikt tijdens het jaar of jaargedeelte waarin de bedrijfsstopzetting plaats heeft. De belastingplichtigen die onder toepassing vallen van deze bepaling zijn verplicht uiterlijk acht dagen na de stopzetting van het bedrijf hiervan aangifte te doen bij het College van Burgemeester en Schepenen.

 

De grondslagen van de belasting zijn de volgende :

 

a. Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht opgegeven in het besluit waarbij de vergunning tot het plaatsen van de motor wordt verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.

 

b. Beschikt de onderneming over verscheidene motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som van de krachten – opgegeven in de besluiten waarbij vergunning tot het plaatsen gegeven wordt – vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.

Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met dertig motoren, met 1/100 van de eenheid, per bijkomende motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.

Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de stopzetting plaats heeft, of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkstelling. De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in overleg tussen de belastingplichtige en het College van Burgemeester en Schepenen. Bij onenigheid staat het de belastingplichtige vrij een tegenonderzoek uit te lokken.

De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rata van het aantal door haar belaste motoren.

 

Art. 3 Is van belasting vrijgesteld :

1. Elke onderneming waarvan de totale belastbare drijfkracht wordt vastgesteld als zijnde minder of gelijk aan 250 kilowatt.

 

2.

a. De motor die heel het jaar stil ligt. Het tijdelijk stilleggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de R.V.A. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen .

De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.

In geval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming van toepassing is.

Geen belastingvermindering kan aan de belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten die aan het gemeentebestuur enerzijds de datum van het stilleggen en anderzijds de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend maken.

Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat dit stilliggen van de motor pas in na ontvangst van het eerste bericht.

De bouwondernemingen, die een regelmatige boekhouding bijhouden, kunnen na een uitdrukkelijk verzoek, gemachtigd worden het stilliggen van de motoren te rechtvaardigen door het bijhouden van een inschrijvingsboekje waarin de begin- en einddatum van het stilleggen van elke motor en de werf waar hij normaal gebruikt wordt, ingeschreven worden. Op het einde van het jaar vult de aannemer zijn verklaring in op basis van de aanduidingen in dit inschrijvingsboekje. De nauwkeurigheid van deze inschrijvingen kan op elk ogenblik nagegaan worden.

Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.

b. De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.

c. De motor van een draagbaar toestel.

d. De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met wat nodig is voor het drijven van de generator.

e. De persluchtmotor.

f. De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.

g. De motorkracht die uitsluitend wordt gebruikt voor toestellen tot wateruitputting, wat ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.

h. De hulpmotor, d.w.z. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de productie te verhogen.

i. De wisselmotor, d.w.z. die welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een ander die hij tijdelijk moet vervangen.

 

De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om gelijktijdig met de normaal gebruikte motoren te werken en dit gedurende de tijd nodig om de voortzetting van de productie te verzekeren.

 

Art. 4 De motoren, die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar evenals degene die bij de toepassing van de leden b. tot i. van artikel 3 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.

 

Art. 5 Aan nieuw opgerichte nijverheidsbedrijven of fabrieken wordt gedurende maximum 5 opeenvolgende jaren, teruggave of vrijstelling van de belasting verleend. Dit laatste is enkel het geval als de volgende voorwaarden vervuld worden:

 

a. In de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmende met ten minste 2.500 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen.

b. Vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen, opgericht op het grondgebied van de gemeente en die werkelijk het voorwerp uitgemaakt hebben van de investeringen, zowel voor de gebouwen als voor materieel en de outillage, onroerend van nature of door bestemming, ingeschreven in de kadastrale documenten.

c. binnen twee maanden na het verstrijken van het belastingjaar een verzoek om ontheffing doen bij het College van Burgemeester en Schepenen en dit verzoek kunnen staven met bewijsstukken.

 

Van deze ontheffing kan niet genoten worden :

a. door bedrijven, die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;

b. wanneer een bedrijf opgericht wordt door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven, op het grondgebied van de gemeente.

 

Art. 6 Wanneer de fabricagemachines wegens een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend werd.

Om van deze vermindering te genieten, moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur een bericht gegeven hebben, hetzij aangetekend, hetzij afgeleverd tegen ontvangstbewijs. Dat bericht bevat naast de datum van de datum van het ongeval ook die van het opnieuw aanzetten van de motor.

Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de datum van het stilliggen van de motor slechts in vanaf de ontvangst van het eerste bericht.

De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken voorleggen waardoor de juistheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.

Wanneer een motor buiten gebruik gesteld wordt wegens ongeval, moet dat binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.

 

Art. 7 Wanneer de installaties van een onderneming voorzien zijn van meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen, waarvan de metingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en wanneer dat bedrijf ook belast werd op grond van wat in de artikels 1 en 6 bepaald wordt gedurende een periode van ten minste twee jaar, dan wordt het bedrag van de belastingen van de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene jaar tot het andere, van de rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.

Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van de inhoud van artikels 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar; deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd.

Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximumkwartvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.

De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20 % verschilt van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.

Bedraagt dit verschil meer dan 20 % dan telt het bestuur de belastbare elementen om een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.

Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartvermogen, die in zijn installaties werden opgenomen tijdens dat jaar, voorafgaande aan het jaar wanneer hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich bovendien toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten steeds de in zijn installatie gedane metingen van het maximumvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.

De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een periode van vijf jaar.

Behalve bij verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van die periode, wordt deze stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.

 

Art. 8 De belastingplichtigen, vermeld in de voorafgaande artikels, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte te doen op volgend adres : Dorpsstraat 25, 3830 Wellen of via volgend e-mailadres : facturatie@wellen.be.

 

De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan bekomen worden op bovengenoemd (e-mail)adres of op de site van de gemeente - www.wellen.be/nl/belastingen-en-retributies. De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk 30 april van het aanslagjaar. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.

  

Art. 9 De exploitant dient de eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren, die zich in de loop van het jaar voorgedaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behalve wanneer de onderneming op geldige wijze de regeling, bedoeld van artikel 7 heeft gekozen.

 

Art.10 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.

 

Art. 11 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.

De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.

Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.

Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.

Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5.

De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.

 

De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.

De financieel beheerder kan niet worden aangesteld als controlerend personeelslid.

 

Art. 12 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

 

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

 

Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:

1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;

2° de uiterste betalingsdatum;

3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

 

Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.

 

Art. 13 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

 

Art. 14 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 15 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 16 Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 9 : BELASTINGREGLEMENT OP DE VERSPREIDING VAN ONGEADRESSEERD DRUKWERK EN GELIJKGESTELDE PRODUCTEN - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Invoeren van een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten zoals voorzien in het MJP 2020-2025.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij decreten van 21 december 2012 en 1 maart 2013.

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) met latere wijzigingen.

 

Toelichting (feiten en context)

De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft een ecologische inslag: ontmoedigen om massaal reclame of communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal te voeren. Deze hebben immers een negatieve impact op het grondstoffenverbruik. Gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.

 

Propaganda voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven.

Publicaties van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen en onderwijsinstellingen die bedoeld zijn om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting op voorwaarde dat ze in hun geheel maximaal 50% advertentieruimte bevatten, bijvoorbeeld voor advertenties van hun sponsors. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.

De belastingplichtige is degene die opdracht gaf voor de druk of productie. Als de opdrachtgever geen aangifte indient en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever opgetreden is. De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van de gelijkgestelde goederen en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

In de regel doet een belastingplichtige aangifte van elke verspreiding binnen de veertien dagen na de bedeling. Wie periodiek ongeadresseerd drukwerk verspreidt, kan ervoor kiezen om zijn aangifte vooraf in te vullen voor het hele aanslagjaar. Afwijkingen van de jaarlijkse aangifte kunnen nadien nog rechtgezet worden.

Deze belasting betreft enkel het niet geadresseerd drukwerk. Geadresseerd drukwerk komt op aanvraag en wordt dus selectief en op geringe schaal verspreid waardoor deze ecologisch minder belastend werken.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

14 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn en Ellen Punie

5 onthoudingen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans en Joeri Philtjens

 

De raad beslist:

 

Het belastingreglement op ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten, goed te keuren als volgt:

  

Art. 1 Belastbaar feit

De gemeente heft met ingang van 01.01.2026, een belasting op elke verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten. De verordening bedoelt uitsluitend de bedeling die kosteloos is voor de bestemmeling.

 

Art. 2 Definities

Onder verspreiding wordt verstaan: bedeling in brievenbussen. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien.

Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief.

Onder ongeadresseerd wordt ook verstaan: collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding.

 

Art. 3 Belastingplichtige

Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 6.

Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 6 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.

De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van de gelijkgestelde goederen en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Art. 4 Berekeningsgrondslag en tarief

De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.

 

Tarief

De belasting wordt per verspreiding ongeacht het aantal en de grootte van het exemplaar vastgesteld op:

200 euro per verspreiding indien er aangifte gedaan werd voor of maximaal 14 kalenderdagen na de effectieve verspreiding op het grondgebied van de gemeente Wellen.

300 euro per verspreiding indien er geen of laattijdige aangifte werd gedaan, conform de bepalingen van artikel 7 van dit reglement

 

 

Art. 5 Vrijstellingen

Vrijstelling van belasting wordt verleend:

als de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda;

 

als het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;

 

als het drukwerk uitgaat van erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen, voor zover minstens 50% van de totale publicatie een louter informatieve, niet-commerciële strekking heeft;

 

Openbare besturen en gelijkgestelde instellingen;

 

Verspreiding van informerend drukwerk in verband met hinder door openbare werken door een ondernemer indien hij gedurende minimaal 14 werkdagen grote hinder veroorzaakt door openbare werken uitgevoerd op Wellens grondgebied;

 

Verspreiding van drukwerk naar aanleiding van de opening van nieuwe zaak of heropening van een bestaande zaak na overname op Wellens grondgebied binnen de drie maanden na inschrijving in de Kruispuntbank voor ondernemingen.

 

Art. 6 Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige moet ten laatste op de 14 kalenderdag na de verspreiding aangifte bij de gemeente doen.

De aangifte wordt ingediend per post ter attentie van de financiële dienst, Dorpsstraat 25, 3830 Wellen of via elektronische weg: facturatie@wellen.be of via het e-loket https://www.wellen.be/nl/e-loket-belasting-ongeadresseerd-drukwerk.

De belastingplichtige vermeldt:

zijn naam en adres, rijksregisternummer of ondernemingsnummer/vestigingsnummer;

datum van de verspreiding;

§2. Een belastingplichtige die met een zekere regelmaat drukwerk of gelijkgestelde producten verspreidt, kan in de maand januari een aangifte indienen voor het hele aanslagjaar. Deze aanslag kan geregulariseerd worden in de maand januari van het volgende aanslagjaar.

§3. Indien de aangifte per post wordt ingediend, wordt een specimen van het verspreide drukwerk toegevoegd. Wordt de aangifte ingediend via elektronische weg, wordt een voorbeeld van het specimen in bijlage toegevoegd. De gemeente kan dan het specimen van het verspreide drukwerk of van de gelijkgestelde producten steeds opvragen.

 

Art. 7 Ambtshalve vestiging

§1. Als de aangifte niet tijdig of juist ingediend is, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt of waarvan zij redelijkerwijze mag uitgaan.

§2. De overeenkomstig §1 ambtshalve ingekohierde belasting is bepaald op een bedrag van 300 euro:

Het bedrag van deze ambtshalve vestiging wordt mee ingekohierd, bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 8 Invordering

De belasting of ambtshalve vestiging en mogelijke administratieve geldboetes worden ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Een aanslag moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 9 Bezwaar

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen zijn aanslag of ambtshalve heffing volgens artikel 7, §2 van dit reglement. Het bezwaar moet schriftelijk ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen en moet ondertekend en gemotiveerd zijn.

Deze indiening moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het bezwaarschrift kan per post worden ingediend ter attentie van de financiële dienst, Dorpsstraat 25 3830 Wellen of via elektronische weg op facturatie@wellen.be.

§2. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.

 

Art. 10 Geldingsduur

Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 10 : VERBLIJFSBELASTING - VANAF AANSLAGJAAR 2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Juridische grondslag

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Decreet van 10 juli 2008 betreffende de toeristische logies (hierna omschreven als het logiesdecreet), zoals gewijzigd

 

Artikelen 40 en 41, decreet over het lokaal bestuur van 22 december 1971

 

Besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 tot uitvoering van het logiesdecreet

 

 

Toelichting

Het aanbieden van logies veroorzaakt voor de gemeente bijkomende kosten op vlak van administratie, veiligheid en infrastructuur.

Er wordt door de gebruikers van deze logies geen bijdrage geleverd in de algemene financiering van deze kosten.

De gemeente ondersteunt de logiesector door het voeren van promotie en door productontwikkeling.

Om voormelde redenen is het verantwoord om met de invoering van dit belastingreglement een deel van deze kosten te financieren.

De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

12 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

5 stemmen tegen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans en Joeri Philtjens

2 onthoudingen: Wendy Bex en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Er wordt vanaf aanslagjaar 2026 ten behoeve van de gemeente Wellen een jaarlijkse belasting gevestigd op het verstrekken van toeristische logies in daartoe uitgeruste gelegenheden.

 

Art. 2 Toeristische logies zijn elke inrichting of elk terrein dat aan één of meerdere toeristen de mogelijkheid tot verblijf biedt voor één of meer nachten en wordt aangeboden op de toeristische markt.

 

Art   3.

Belastingplichtige:

De belasting is verschuldigd door de exploitant (natuurlijk of rechtspersoon) van het toeristisch logies dat aangemeld of vergund is of moet zijn volgens het logiesdecreet op 1 januari van het aanslagjaar.

De uitbater van een logies-verstrekkend verblijf moet in geval van stopzetting of het starten van een nieuwe exploitatie dit onmiddellijk meedelen aan de gemeentelijke dienst toerisme.

 

Art   4. De belasting wordt forfaitair vastgesteld op € 150,00 per kamer of gelijkgestelde verblijfsmogelijkheden per jaar, ongeacht het aantal bedden welke er geplaatst zijn en is ondeelbaar voor het hele jaar verschuldigd.

 

Art. 5 Zijn van deze belasting vrijgesteld :

* jeugdlogies en erkende "Toerisme voor Allen"-verblijven

* een "evenementencamping", maximum 75 dagen per jaar per locatie

* een terrein waarop wordt gekampeerd door een georganiseerde groep kampeerders die onder toezicht van een begeleider staan (maximum 75 dagen per jaar)

* een bivakzone die is aangeduid in een toegankelijkheidsregeling conform het Natuurdecreet of het Bosdecreet

* een door de gemeente of door de provincie erkend jeugdwerkinitiatief waarin wordt verbleven of waarnaast wordt gekampeerd door georganiseerde jeugdgroepen die onder toezicht van een begeleider staan (maximum 6 dagen per jaar)

* ziekenhuizen, rust- en verzorgingsinstellingen, onderwijsinstellingen, opvang- en jeugdcentra

* de woningen of kamers die werden opgenomen in het register en beschouwd worden als onbewoonbaar, leegstand, ongeschikt, onveilig, onafgewerkt of verwaarloosd

 

Art. 6 De belastingplichtigen zijn vrij het bedrag van de belasting te verhalen te verhalen op hun cliënten.

 

Art. 7 De belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór 1 mei van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd.  De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is echter niet ontheven van de verplichting om spontaan aangifte te doen.  Hij dient vóór 1 april van het aanslagjaar een aangifteformulier bij het gemeentebestuur aan te vragen en dit ingevuld en ondertekend terug te sturen vóór 1 mei van het aanslagjaar.  De belastingplichtige die na de inzameling van de  aangifteformulieren belastingplichtig wordt ter zake dient evenwel spontaan de elementen te verstrekken die nodig zijn om de belasting te berekenen.  Hierbij geldt telkens de postdatum als bewijs.  Bij afgifte geldt de datumstempel inkomende post als bewijs.

 

Art. 8 Bij gebrek aan aangifte vóór  1 mei van het aanslagjaar of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar.  Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10%. Beide bedragen worden gezamenlijk ingekohierd.

 

Art. 9 Het gebrek aan aangifte of de onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt vastgesteld door daartoe speciaal door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden.  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

Art. 10 De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.  Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 11 De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd.

 

Art. 12 Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid.

 

Art.  13 Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 11 : BELASTING OP HET NIET AFKOPPELEN VAN HEMEL- EN AFVALWATER OP PRIVAAT DOMEIN BIJ DE AANLEG VAN EEN 2 DWA STELSEL OP OPENBAAR DOMEIN – VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Het besluit van de gemeenteraad dd. 21.10.2011 houdende het ‘subsidiereglement bij de verplichte afkoppeling van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van 2 DWA stelsels op openbaar domein – aanpassing’;

 

Bij de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels is een maximale afkoppeling op woningniveau noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij;

 

Het is wenselijk om een belasting te vestigen op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater in die projecten;

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en alle latere wijzigingen;

Het decreet van 28 mei 2010 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en alle latere wijzigingen;

 

Toelichting

Gelet dat de artikelen 5 en 6 uit het decreet dd. 30.05.2008, zoals gewijzigd 28.05.2010, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen stipuleren:

 

" Art. 5. Door de bevoegde overheid worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in artikelen 6 en 7.

De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, behoren inzake provinciebelastingen tot het personeel van de provincie en inzake gemeentebelastingen tot het personeel van de gemeente. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

De financieel beheerder kan niet worden aangesteld overeenkomstig het eerste lid.

Art. 6. Om de toepassing van de belastingverordening te kunnen controleren of onderzoeken, zijn de personeelsleden, vermeld in artikel 5, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 toepassing vinden op het vlak van provincie- en gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht die zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van de personeelsleden, vermeld in artikel 5.

Iedereen is verplicht aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, voorzien van een aanstellingsbewijs, vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid

worden geboden vaststellingen te doen. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben die personeelsleden evenwel alleen toegang tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds, na machtiging van de politierechter tenzij uit vrije wil toegang wordt verleend.

De personeelsleden, vermeld in artikel 5, zijn eveneens gemachtigd de nodige vaststellingen te doen op het grondgebied van een andere provincie of gemeente."

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Er wordt vanaf aanslagjaar 2026 een belasting geheven op het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein.

 

Art. 2 De realisatie van de maximale afkoppeling op privaat domein dient uiterlijk plaats te vinden bij het einde der werken op openbaar domein.

De vaststelling van het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein gebeurt door een personeelslid aangesteld door het college van burgemeester en schepenen om een controle en onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening. Het personeelslid stelt een proces-verbaal op.

 

Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een gebouw die – naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein – het hemel- en afvalwater niet maximaal afkoppelt. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Art. 4 De belasting wordt berekend als volgt:

- Voor de eerste 12 maanden na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.

- Vanaf de 13 de maand na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.

 

Art. 5 De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van het proces-verbaal van niet afkoppeling zoals opgesteld door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 6 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

 

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

 

Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:

1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;

2° de uiterste betalingsdatum;

3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

 

Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.

 

Art. 7 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

 

Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 10 Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 12 : BELASTING TWEEDE VERBLIJVEN - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Het aantal tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente en de bijhorende lasten die hiervan het gevolg zijn;

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2026 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse directe belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.

 

Art. 2 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke private woongelegenheid waarvan de persoon die er kan wonen, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste woongelegenheden.

Als tweede verblijf worden niet beschouwd :

- lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van

beroepsactiviteiten;

- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.

 

Art. 3 Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen.

Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans bedoeld zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken.

 

Art. 4 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 400,00 per jaar en per tweede verblijf wanneer er een aangifte is gebeurd.

Indien er geen aangifte is gebeurd zal er een bedrag van € 500,00 per jaar en per tweede verblijf worden aangerekend.

 

Art. 5 De belasting is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf; de hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld. In geval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel.

 

Art. 6  De belastingplichtigen, vermeld in de voorafgaande artikels, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte te doen op volgend adres: Dorpstraat 25, 3830 Wellen of via volgend e-mailadres: facturatie@wellen.be. 

 

De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan bekomen worden op bovengenoemd (e-mail)adres of op de site van de gemeente - www.wellen.be/nl/belastingen-en-retributies.  De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk 30 april van het aanslagjaar. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.

 

Art. 7 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 100 EUR en wordt ook ingekohierd.

 

Art. 8 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.

De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.

Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.

Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.

Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5. De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.

 

De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.

 

Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 10 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

 

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

 

Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:

1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;

2° de uiterste betalingsdatum;

3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

 

Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.

 

Art. 11 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

 

Art. 12 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 13 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 13 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET MELDEN VAN HET PLAATSEN VAN VERKEERSSIGNALISATIE – VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Verenigingen dienen regelmatig bij ons bestuur een aanvraag in voor de organisatie van een manifestatie;

Voor de inrichting van deze manifestatie is het soms noodzakelijk een politieverordening op te stellen;

Deze politieverordening brengt soms het plaatsen van de nodige verkeerssignalisatie met zich mee;

Het lijkt ons gepast de inwoners van de betrokken straten te berichten over de getroffen verkeersmaatregelen;

Dit brengt kosten met zich mee;

Het lijkt ons gepast deze kosten van de betrokken verenigingen te recupereren;

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1  Er wordt vanaf aanslagjaar 2026 een retributie geheven bij de aflevering van de machtiging tot organisatie van een manifestatie voor de gevallen waarin de inwoners op de hoogte moeten gebracht worden van gewijzigde verkeersmaatregelen.

 

Art. 2 Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op  € 12,39 voor de kosten van de berichtgeving.

 

Art. 3 Deze retributie is verschuldigd door de organisator van de manifestatie.

 

Art. 4 Bij gebrek aan betaling zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de regels van de burgerlijke rechtspleging.

 

Art. 5 Deze beslissing zal aan het toezicht van de hogere overheid onderworpen worden.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Woon- en leefomgeving

PUNT 14 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP AANVRAGEN OMGEVINGSVERGUNNINGEN EN HET UITVOEREN VAN CONFORMITEITSONDERZOEKEN VANAF 2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De kosten voor de afhandeling van dossiers inzake omgevingsvergunningen waren voorheen opgenomen in het belastingreglement omgevingsvergunningen.

Een aantal van deze diensten zijn tijdrovend of vragen zeer specifieke inspanningen. Ook kunnen de bijkomende kosten voor de verzending van aangetekende brieven in grotere dossiers hoog oplopen.

Het is daarom ook aangewezen om aan de aanvrager een billijke vergoeding voor de geleverde prestaties of diensten te vragen.

Het is aangewezen om deze vergoedingen voortaan op te nemen in een retributiereglement en de retributies elk jaar opnieuw vast te stellen om ook te kunnen gepast reageren op eventueel gewijzigde vergunningsprocedures met bijhorende prestaties of diensten.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Decreet van de Vlaamse Regering van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen

Besluit van de Vlaamse Regering van 27.11.2015 tot uitvoering van het omgevingsvergunningen-

decreet en latere wijzigingen;

Decreet van de Vlaamse Regering van 25.01.2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 01.09.2009, en uitvoeringsbesluiten en latere wijzigingen;

Besluit van de Vlaamse Regering van 01.06.1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), en latere wijzigingen

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van het decreet van 15.07.2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en latere wijzigingen ;

Decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Natuurdecreet) en latere wijzigingen;

Besluit van de Vlaamse regering van 23.07.1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Vegetatiebesluit) en latere wijzigingen.

Koninklijk besluit van 20.07.2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling en latere wijzigingen.

Wet van 28.05.1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen en latere wijzigingen.

Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen en latere wijzigingen.

Decreet van 08.12.2017 houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.

Besluit van de gemeenteraad van 29.11.2019 betreffend het afleveren van conformiteitsattesten voor woningen.

 

Toelichting (feiten en context)

Aangezien de voorgestelde tarieven steeds een billijke vergoeding zijn voor de geleverde prestaties of diensten, wordt voorgesteld het huidige belastingreglement om te vormen tot een retributiereglement.

 Ook werd geconstateerd dat voor bepaalde zaken het aangerekende tarief onvoldoende was om de kosten van de geleverde prestaties en diensten te dekken zoals voor het afleveren van omgevingsvergunningen met uitzetting bouwlijn.

Bij nieuwbouw van woningen werd  de bouwlijn tot op heden namelijk uitgezet door een landmeter,  aangesteld door de gemeente. De kosten voor uitzetting bouwlijn (215 euro excl. BTW) zijn echter niet in verhouding met de belasting die voorheen gevraagd werd voor een aanvraagdossier met uitzetting van een bouwlijn (45 euro voor eenvoudige procedure en 100 euro voor gewone procedure). Bovendien hebben architecten en bouwheren momenteel voldoende mogelijkheden om zelf de voorbouwlijn van de op te richten gebouwen te bepalen overeenkomstig de afgeleverde omgevingsvergunning. De gemeente behoudt echter de mogelijkheid om een controle uit te laten uitvoeren door een landmeter-expert.  De retributie voor dossiers met uitzetting van bouwlijn worden bijgevolg niet meer opgenomen in dit reglement.

 

De retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek in woningen of kamers was eerst opgenomen in het retributiereglement voor het afleveren van administratieve stukken maar wordt nu in het huidig reglement opgenomen gezien de administratieve opvolging van de aanvragen van een conformiteitsonderzoek door de dienst Omgeving.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist

Het belastingreglement op de omgevingsvergunning  d.d. 26.11.2024 wordt opgeheven en vervangen door volgend retributiereglement:

 

Art. 1

Er wordt vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2026 een retributie geheven op het afleveren van omgevingsvergunningen en het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken door het gemeentebestuur.

 

Art. 2

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.

 

Art. 3 Berekeningsgrondslag en tarief

De retributie bestaat uit een bedrag per dossiertype (3.1) verhoogd met een aanvullende dossierbelasting (3.2). Bij gecombineerde aanvragen worden de van toepassing zijnde elementen samengeteld.

 

3.1 retributie per dossiertype

 

Omschrijving

Retributie

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten

Meldingen

Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 3)

€ 25

Melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen

€ 25

Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

€ 25

Omgevingsvergunningsaanvragen

Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 1, 2A en 2):

        vereenvoudigde procedure :

        gewone procedure :

 

 

€ 25

€ 80

Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen:

        vereenvoudigde procedure

        gewone procedure

 

 

€ 25

€ 80

Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging

€ 25

Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor kleinhandelsingsactiviteiten

       * vereenvoudigde procedure tot een netto handelsoppervlakte van maximaal 20.000 m²

       * gewone procedure vanaf een netto handelsoppervlakte vanaf 20.000 m²

 

€ 25

 

€ 80

Aanvraag gecombineerde omgevingsvergunningen (vb stedebouwkundige handelingen en/of ingedeelde inrichtingen en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten

       * vereenvoudigde procedure

       * gewone procedure

 

 

 

€ 25

€ 80

Andere

 

Verzoek tot bijstelling van in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden (enkel belast indien op vraag van de exploitant)

€ 80

Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente vergunning (art. 390 omgevingsvergunningsdecreet)

€ 80

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden :

        gewone procedure :

        per lot :

        met wegenis

 

€ 80

surplus € 10

surplus € 100            

Verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden :

        gewone procedure

        per lot

        met wegenis

 

 

€ 80

surplus € 10

surplus € 100  

 

Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (art. 104 omgevingsvergunningsdecreet)

€ 25

Aanvragen van attesten

 

Aanvraag van een stedenbouwkundig attest (art. 5.3.1 VCRO)

€ 25

Aanvraag van een planologisch attest (art. 4.4.24 ev VCRO)

€ 25

Andere vergunningsaanvragen

Vergunningsaanvraag ioniserende straling

voor de inrichtingen gerangschikt door het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen :

        in klasse 1 en 2

        in klasse 3

 

 

 

€ 50 per inrichting

€ 25 per inrichting

 

Vergunningsaanvraag springstoffen

voor de inrichtingen geklasseerd in 1ste en 2de klasse door het reglement inzake springstoffen

€ 50 per inrichting

 

3.2 Aanvullende dossierretributie

 

Omschrijving

Belasting

Voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier (art. 156 omgevingsvergunningsbesluit) :

        bundel bestaand uit papierformaat A4 en A3 :

        plannen in papierformaat A2, A1 en A0 :

 

 

€ 25

€ 5 per plan

Voor het publiceren van berichten in dag- of weekbladen (o.a. art. 22 en 61 omgevingsvergunningsbesluit)

werkelijke publicatiekost conform factuur van dag- of weekblad

Voor het (aangetekend) in kennis brengen van kadastrale eigenaars en omwonenden (o.a. art. 23 en 62 omgevingsvergunningsbesluit)

Indien er een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, wordt de belasting verhoogd met de kosten per aangetekende zending

Voor het wijzigen van het voorwerp van de aanvraag (art. 30 of 45 omgevingsvergunningsdecreet)

        zonder openbaar onderzoek :

        met openbaar onderzoek

 

 

€ 25

€ 100

Aanvraag voor het houden van een projectvergadering (art. 8 omgevingsvergunningsdecreet)

€ 150

 

3.3 Andere

 

Vergoeding voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek

 

Voor een zelfstandige woning

€ 62,5

Voor een kamerwoning te verhogen met 12,50 € per kamer

met een maximum van 1.250 € per gebouw

 

€ 12,50

€ 1.250

 

 

Art. 4 Vrijstellingen

Er is vrijstelling van retributie :

a) voor meldingen en aanvragen ingediend

        door overheden en instellingen van openbaar nut (meer bepaald de eigen gemeente, het eigen OCMW, de eigen autonome gemeentebedrijven, de politiezone, de hulpverleningszone en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waar de eigen gemeente deel van uitmaakt

        voor de bouw van sociale huurwoningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen

        inrichtingen klasse 3 uitsluitend horende bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt

        inrichtingen bedoeld in art. 5.1.1.11° van het DABM (tijdelijke inrichtingen)

 

b) omwille van procedurele redenen :

        Dossiers die niet op vraag van de vergunningshouder werden opgestart [bv. omzetting vergunning op proef, gerichte evaluatie, bijstelling voorwaarden, schorsing/opheffing, …]

        Procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus, op voorwaarde dat art. 13 omgevingsvergunningsdecreet van toepassing is.

 

Art. 5

De retributie zal aangerekend worden per factuur bij de aanvraag en telkens wanneer dit verreist is tijdens een procedure. De retributie is verschuldigd binnen de 30 dagen na de verzending van de

uitnodiging tot betaling.

 

Art. 6

Bij gebrek van betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Woon- en leefomgeving

PUNT 15 : AFVALREGLEMENT BETREFFENDE HET BEHEER VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN EN VERGELIJKBARE BEDRIJFSAFVALSTOFFEN - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Het bestaande afvalreglement dient aangepast te worden overeenkomstig de gewijzigde wetgeving en wijzen van inzameling vanaf 01.01.2026

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd, inzonderheid de artikels 2, 40 en 41

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd, inzonderheid de artikels, 119, 119bis en 135, §2;

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013.

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28

Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen

Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);

Besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fostplus als organisme voor verpakkingsafval

Lokaal Materialenplan 2023-2030 zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);

Beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Limburg.net

 

Toelichting (feiten en context)

Er bestaat een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor een aantal afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1. Er bestaat een terugnameplicht  voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong. De fracties papier en karton, holglas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong moeten minstens selectief worden ingezameld.  Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk het huishoudelijk afval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema.

 

Er dient prioriteit verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen. In tweede instantie dient het huishoudelijk afval maximaal ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking.  Er wordt naar gestreefd om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.

 

In overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht, zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, wil de gemeente het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever, …) maximaal voorkomen.

Inwoners mogen het voorgeschreven recipiënt voor huisvuil of de toegang tot het ondergrondse of bovengrondse brengsysteem voor huisvuil niet weigeren aangezien elke inwoner en elk gezin huisvuil produceert, hoe goed ze ook aan preventie doen of selectief inzamelen.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De gemeenteraad beslist:

 

Art. 1 Volgend afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare afvalstoffen goed te keuren :

 

Hoofdstuk 1 – algemene bepalingen

 

Afdeling 1 – definities en toepassingsgebied

 

Artikel 1 

De definities opgenomen in het Materialendecreet, het VLAREMA en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op dit afvalreglement.

 

Artikel 2

Dit afvalreglement is van toepassing op de inzameling en het beheer van alle huishoudelijk afval.

Dit afvalreglement is tevens van toepassing op de inzameling en het beheer van alle met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die via een gemeentelijke inzameling worden opgehaald, ingezameld of aangeboden.

 

Afdeling 2 – algemene bepalingen

 

Artikel 3

Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 § 1 van het Materialendecreet is het verboden huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen achter te laten, op te slaan, aan te bieden, in te zamelen, te storten, te verbranden, te verwerken, te beheren in strijd met de bepalingen opgenomen in dit afvalreglement.

Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 §1 van het Materialendecreet is het verboden voor de aanbieders van met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen om deze bedrijfsafvalstoffen op een andere manier aan te bieden bij de gemeentelijke inzameling in strijd met de bepalingen opgenomen in dit afvalreglement. 

 

Artikel 4 

Het is verboden om volgende afvalstoffen aan te bieden bij een gemeentelijke inzameling:

        gasflessen bestemd voor meermalig gebruik en/of andere ontplofbare voorwerpen

        munitie en ontplofbare stoffen

        krengen van dieren en slachtafval

        oude en vervallen geneesmiddelen

        bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen

        afvalstoffen afkomstig uit andere gemeenten

 

Het is verboden om volgende afvalstoffen aan te bieden bij een gemeentelijke inzameling bestemd voor het selectief inzamelen van afvalstoffen:

 

        huisvuil

        grofvuil

 

Het is verboden om volgende afvalstoffen aan te bieden bij de inzameling op het recyclagepark:

 huisvuil (tenzij in de daarvoor voorziene periode en indien dusdanig gecommuniceerd door LIMBURG.NET via de gebruikelijke kanalen);

 

Artikel 5 

De visuele controle op de aanbieding van afvalstoffen bij de inzameling wordt uitgevoerd door het personeel van de gemeente, door Limburg.net en door de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of –makelaars die zijn aangesteld door Limburg.net en door de parkwachter op het recyclagepark ingeval van inzameling op het recyclagepark. Degene die de visuele controle uitoefent mag de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op foutieve aanbiedingen en de nodige richtlijnen verstrekken.

 

Artikel 6

§1.Het is verboden om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen op het grondgebied van de gemeente, tenzij door de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en –makelaars daarvoor aangewezen zijn door Limburg.net of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars hiervoor een toestemming hebben gekregen van Limburg.net.

 

Alleen de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars daarvoor aangewezen door Limburg.net of geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die hiervoor een toestemming hebben gekregen Limburg.net2, mogen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen op het grondgebied van de gemeente.

 

Aanvullend op de bepalingen in het tweede lid mogen metalen door de afvalproducent aangeboden worden rechtstreeks aan de vergunde inrichtingen van verwerkers, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars op voorwaarde dat de sorteerverplichting opgenomen in artikel 4.3.1 van het VLAREMA wordt nageleefd en dat de desbetreffende inrichting hoeveelheden rapporteert aan de gemeente. Metalen verpakkingen moeten ingezameld worden conform artikel 22 van dit reglement.

 

Afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht of vrijwillige terugname5 vallen kunnen ingezameld worden conform artikel 22 van dit reglement.

 

§2. Elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die op het grondgebied van de gemeente huishoudelijke afvalstoffen op eigen initiatief wenst in te zamelen, andere dan de afvalstoffen die die door Limburg.net worden ingezameld, moet vooraf een toelating vragen bij de gemeente. De aanvraag bevat minstens volgende gegevens :

- identificatie van de organisator van de inzameling

- identificatie van de betrokken inzamelaar(s), afvalstoffenhandelaar(s) of –makelaar(s) en de betrokken vervoerder(s)

- aard van de afvalstoffen

― inzamelwijze en alle inzamelmodaliteiten, zoals sorteerboodschap, inzamelfrequentie, afvoerfrequentie, …;

― indien van toepassing, de locaties waar inzamelrecipiënten geplaatst worden en de maatregelen die genomen worden om de locaties te beheren overeenkomstig de geldende verplichtingen;

― duurtijd van de inzameling;

― afvoermodaliteiten van de afvalstoffen;

― wijze van registratie van de ingezamelde, afgevoerde en verwerkte afvalstoffen.

 

Limburg.net kan schriftelijk toelating geven aan de organisator van de inzameling op voorwaarde dat de organisator per kwartaal en ten laatste anderhalve maand na het verstrijken van het betreffende kwartaal de gegevens met betrekking tot de op het gemeentelijk grondgebied ingezamelde huishoudelijke hoeveelheden tijdens het voorbije kwartaal rapporteert aan Limburg.net. Limburg.net kan deze toelating eventueel beperken in de tijd.

 

Wanneer vastgesteld wordt dat de organisator de geldende wettelijke bepalingen en/of de voorwaarden gekoppeld aan de gemeentelijke toelating schendt, kan Limburg.net haar toelating opheffen.

 

§ 3. In afwijking van §2 kunnen scholen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente zonder toelating van Limburg.net per kalenderjaar maximum twee verschillende afvalstromen selectief inzamelen mits cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden:

 

― Voor elke stroom die ingezameld wordt, is er uitgebreide sensibilisering over preventie, hergebruik en selectieve inzameling.

― Uitgezonderd voor batterijen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (aeea) is de inzameling beperkt tot selectieve fracties waarvan de inzameling niet is georganiseerd op het recyclagepark of bij de huis aan huis inzameling.

― De inzameling is beperkt tot maximaal twee verschillende stromen per jaar.

― Kleine volumes kunnen permanent ingezameld worden, maar inzameling via containers wordt beperkt tot maximaal twee weken per jaar.

― De inzameling en opslag moet gebeuren op een aangepaste locatie, in aangepaste verpakkingen en/of afvalcontainers. Daarbij moet de hinder voor het milieu, de omgeving en omwonenden tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.

― De afvalstoffen moeten regelmatig worden afgevoerd voor verwerking met respect voor de verwerkingshiërarchie.

― De initiatiefnemers moeten samenwerken met een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of – makelaar.

― De inzamelcijfers moeten doorstromen naar het lokale bestuur. Het lokale bestuur moet op haar beurt voldoen aan alle registratie- en rapporteringsverplichtingen rond deze cijfers.

 

Afdeling 3 – afval van huisdieren

 

Artikel 7 

De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.

 

Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten. Indien uitwerpselen terecht komen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende verpakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.

 

De voormelde verplichtingen ontslaan de aangelanden echter niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.

De begeleiders van kleine huisdieren zijn verplicht steeds een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben. Het zakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.

 

De bepalingen van artikel 7, lid 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.

 

Eigenaars en houders van grote huisdieren zijn verplicht om de uitwerpselen van hun dieren die publiek toegankelijke zones bevuilen, te verwijderen.

 

Afdeling 4 – reclamedrukwerk en gratis regionale pers

 

Artikel 8

Het is voor bedelers van reclamedrukwerk en gratis regionale pers verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of achter te laten op geparkeerde voertuigen, op het recyclagepark of op andere plaatsen, dan de brievenbus, tenzij mits toelating van de gemeente.

 

De gemeente stelt stickers ter beschikking van de inwoners waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst zijn. Het is verboden reclamedrukwerk te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk, maar wel gratis regionale pers te ontvangen. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk en geen gratis regionale pers te willen ontvangen.

Indien de gegevens van de bedeler niet gekend zijn, dan zal de verantwoordelijke uitgever als aansprakelijke worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is het bedrijf waarvoor reclame wordt gemaakt of de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, aansprakelijk.

 

Het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.

 

Afdeling 5 – gebruik ballonnen

 

Artikel 9 

Het oplaten van (helium-) ballonnen is verboden of moet aangevraagd worden aan de gemeente.

 

Afdeling 6 – zakasbakjes

 

Artikel 10

Bij roken van tabaksproducten in de openbare ruimte is het verplicht de peuken en assen die daarbij ontstaan, op te vangen in een zakasbakje (een draagbare asbak voor de opvang van peuken en assen van tabaksproducten) of in een daartoe voorzien recipiënt. Het zakasbakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.

 

Afdeling 7 – afval op standplaatsen

 

Artikel 11 

De uitbater van een inrichting, zowel permanent (horeca, take away, winkels,…), als tijdelijke (bv. markten, kermissen, braderijen,…), die tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt moet op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve inzamelrecipiënten voorzien en in staan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval.

De afvalstoffen dienen selectief te worden ingezameld in hun respectievelijke inzamelrecipiënten. Deze inzamelrecipiënten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden. De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal worden hergebruikt of gerecycleerd.

 

De locatie waar de inzamelrecipiënten geplaatst worden en het aantal inzamelrecipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen kunnen door de gemeente bepaald worden.

 

De uitbater moet de inzamelrecipiënten zelf tijdig ledigen en het inzamelrecipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden. De uitbater ruimt minstens elke openingsdag alle afvalstoffen op die afkomstig zijn van de producten die hij verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting.

 

Hoofdstuk 2 – gemeentelijke inzameling huis-aan-huis, per wijk of per straat van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen

 

Artikel 12 

Huisvuil mag niet in een publieke vuilnisbak worden gedeponeerd. Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van Limburg.net huis-aan-huis al dan niet op afroep ingezameld:

 

― grofvuil

― huisvuil

― gft-afval

― keukenafval

― textiel

― papier en karton

― pmd-afval

― snoeihout

― asbest

 

Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van de gemeente al dan niet op afroep ingezameld:

― herbruikbare goederen

 

Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van Limburg.net per wijk of per straat al dan niet via een brengsysteem op korte afstand ingezameld:

- hol glas

- textiel

 

Artikel 13

De dagen en uren waarop de inzameling huis-aan-huis, per wijk of per straat wordt georganiseerd, worden bepaald door de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband en gepubliceerd via de afvalkalender en via de website van de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

Artikel 14

De afvalstoffen moeten aangeboden worden voor de huis-aan-huis inzameling, de inzameling per wijk of per straat in de voorgeschreven inzamelrecipiënten of op een wijze zoals bepaald in deze politieverordening. Afvalstoffen die aangeboden worden op een andere wijze dan bepaald in deze verordening worden niet aanvaard.

 

De aanbieder sluit het eenmalige inzamelrecipiënt zorgvuldig op de voorziene wijze, (sluiting, trekband, sluitflappen, …) zodat het veilig kan opgenomen worden.

 

De aanbieder gebruikt per afvalstof uitsluitend de daartoe voorziene officiële zak met het Limburg.net logo, die aangekocht worden/verkregen zijn in de daarvoor aangeduide verkooppunten en sluit deze zorgvuldig op de voorziene wijze, zodat de zak gemakkelijk en veilig kan opgenomen worden door het personeel van de inzamelaar en geen zwerfvuil veroorzaakt.

Hiertoe gelden volgende richtlijnen (niet limitatief):

- de zakken mogen niet dichtgeplakt worden

- de zakken mogen geen scheuren of lekken vertonen

- al het afval moet geborgen zijn in de zak, er mag dus niets aan de buitenzijde van de zak gebonden of bevestigd worden

- scherpe voorwerpen dienen zodanig verpakt te worden dat ze geen risico inhouden voor de veiligheid van de ophaler

- de zakken met zogenaamde ‘wavetop’sluiting (4 flappen) worden gesloten door de 2 tegenover elkaar liggende flappen zijdelings te kruisen en dicht te knopen, waarbij de zak niet te vol mag zijn zodat er een voldoende grote handgreep is voor de ophalers

- De zakken met trekbandsluiting moeten correct dichtgeknoopt zijn

Het is toegestaan om afvalzakken aan te bieden in een open bak, mand of kuip, om de afvalzak te beschermen tegen ongedierte, onder volgende voorwaarden:

- minimale diameter: 55 cm

- maximale hoogte: 70 cm

- geen deksel

- duidelijk zichtbaar vanaf de openbare weg

- geen inklemming van de afvalzak in het recipiënt

- de bak, mand of kuip moet na elke ophaling terug binnengehaald worden, er mag dus geen blijvende constructie aan de straatzijde gebouwd worden.

 

Voor volgende afvalstoffen stelt de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband een herbruikbaar inzamelrecipiënt ter beschikking van de inwoners die gebruik maken van de huis-aan-huis-inzameling:

- gft-afval

 

De regels met betrekking tot het gebruik van dit recipiënt zijn opgenomen in het tarievenreglement ‘gft-container met abonnement’ zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van Limburg.net.

 

De aanbieder dient er voor te zorgen dat het inzamelrecipiënt zorgvuldig gesloten is en geen scheuren of barsten of lekken vertoont. Het afval dient aangeboden te worden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler.

 

Het is verboden het afval zodanig aan te drukken in het herbruikbare recipiënt waardoor het recipiënt niet automatisch kan geledigd worden door het ledigingsmechanisme van de inzamelwagen.

 

Het is verboden inzamelrecipiënten op het openbaar domein te laten staan. De geledigde inzamelrecipiënten dienen door de aanbieder op de dag van de lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg.

 

De aanbieder dient de niet-aanvaarde afvalstoffen of niet geheel geledigde inzamelrecipiënten dezelfde dag nog terug te nemen. De niet-terugname overeenkomstig dit afvalreglement wordt beschouwd als sluikstorten.

 

In geval van een foutieve aanbieding van inzamelrecipiënten in appartementsgebouwen of collectieve wooneenheden en de aanbieder niet gekend is, dan zal de verantwoordelijke syndicus als aansprakelijke worden weerhouden.

Het is verboden de langs de openbare weg staande inzamelrecipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel tijdens de uitoefening van hun functie.

 

De aanbieder mag de afvalstoffen voor de huis-aan-huis inzameling ten vroegste vanaf zonsondergang de dag voor de ophaling en vóór 6 uur op de dag van de ophaling zijn afvalstoffen buiten plaatsen. De aanbieder plaatst de aangeboden afvalstoffen aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel waar de aanbieder gevestigd is zonder het verkeer van voetgangers, fietsers of voertuigen te hinderen. De aanbieder die afgelegen van de openbare weg gevestigd is of die langs wegen, plaatsen of stegen gevestigd is die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, moet de voorgeschreven inzamelrecipiënten plaatsen langs de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg of op de door de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband bepaalde plaats. De ophaling huis-aan-huis wordt voorzien op de voor de ophaalwagens toegankelijke straten, wegen en pleinen. De ophaler mag de afvalstoffen voor de huis-aan-huis inzameling vanaf 6 uur inzamelen. Bij uitzonderlijke weersomstandigheden (code rood KMI) kunnen door Limburg.net afwijkende instructies bekend gemaakt worden via de website en andere kanalen, die door de aanbieder in acht moeten genomen worden.

 

Artikel 15

Indien aan een appartementsgebouw of in een specifiek afgebakende zone, de inzameling van bepaalde afvalstoffen gebeurt via ondergrondse containers of 4-wiel rolcontainers (1.100 L, 770 L, …) van Limburg.net, zijn alle bewoners van het appartementsgebouw of in de afgebakende zone, verplicht om de betrokken afvalstoffen via deze weg én correct gesorteerd aan te bieden.

 

Artikel 16

Het huisvuil wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar aangesteld door Limburg.net.

 

Het gewicht van de aangeboden zak mag niet groter zijn dan:

- 5 kg voor een huisvuilzak van 22 liter

- 10 kg voor een huisvuilzak van 44 liter.

 

Per ophaalbeurt mogen maximaal 4 huisvuilzakken van 44 liter of equivalent in huisvuilzakken van 22 liter worden aangeboden.

 

2° Het grofvuil wordt minimaal 4 keer per jaar ingezameld door Limburg.net. Het grofvuil moet worden aangeboden volgens volgende voorwaarden:

- aan de rand van de openbare weg, op een plaats die bereikbaar is voor de ophaalwagen

- indien nodig, stevig samengebonden, zodat het niet kan uiteenvallen

- alle voorwerpen dienen zodanig aangeboden te worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers van de afvalstoffen

- het gewicht van een afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet groter zijn dan 70 kg, het mag maximum 2 meter lang en 1 meter breed zijn en het totaal volume is beperkt tot 2 maal 2m³ per aanbieding

 

Is niet toegestaan en wordt geweigerd:

· Afvalstoffen die in een recipiënt voor huisvuil kunnen aangeboden worden, dozen of zakken.

· Houtafval

· Recycleerbare afvalsoorten

 

Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 dagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend worden met de vermelding van de op te halen afvalstoffen. De aanvraag gebeurt via de website van Limburg.net, onder voorbehoud van de nog beschikbare capaciteit. In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren. De praktische en betaalvoorwaarden moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.

 

3° Het glas wordt ingezameld in de glascontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente.

Het glas dient afhankelijk van de kleur in de daarvoor voorziene glascontainer gedeponeerd te worden. Het glas dient leeg en voldoende gereinigd te zijn en ontdaan van deksels en doppen. Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 22.00 uur en 07.00 uur.

 

Papier en karton wordt maandelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net.

Het papier en karton dient aangeboden te worden hetzij in een stevige kartonnen doos, hetzij in bundels samengebonden met natuurtouw.

Het volume per aanbieding mag maximaal 1 m³ bedragen en de bundel of doos mag maximaal 15 kg wegen.

 

5° Het gft-afval wordt tweewekelijk huis-aan-huis ingezameld.

De gft-container moet met de handgreep naar de straatzijde geplaatst worden. Al het afval moet in de container gedeponeerd zijn en het deksel moet gesloten zijn. Het gewicht van de aangeboden recipiënt mag niet groter zijn dan 60 kg voor een container van 120 liter.

 

6° Het pmd-afval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld. Het maximale volume van de verpakkingen bedraagt 8 liter. Er mogen geen verpakkingen aan de buitenkant van het inzamelrecipiënt vastgemaakt worden.

Per ophaalbeurt mogen maximum 8 pmd-zakken van 60 liter aangeboden worden.

 

7° Keukenafval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële keukenafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 8 zakken keukenafval aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 10 kg.

 

8° Textielafval wordt ingezameld in textielcontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente. Het textielafval dient aangeboden te worden in een gesloten zak. Het textiel dient proper en droog aangeboden te worden.

 

En textiel wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële textielafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 4 textielzakken aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 15 kg.

 

9° Tuinafval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële tuinafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 8 zakken tuinafval aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 15 kg.

 

10° Het snoeihout wordt minimaal 3 keer per jaar opgehaald op afroep. Het snoeihout moet worden aangeboden volgens volgende voorwaarden:

- aan de rand van de openbare weg, op een plaats die bereikbaar is voor de ophaalwagen

- samengebonden met natuurtouw in bundels van maximum 25 kg (bundels die zijn samengebonden met niet-composteerbaar materiaal (plastic, ijzer,…) worden niet aanvaard

- de takken mogen maximaal 10 cm dik en 180 cm lang zijn

- per inzamelbeurt mag maximaal 2 maal 2 m³ worden aangeboden

- het snoeihout mag niet verontreinigd zijn

 

Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 dagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend via de website van Limburg.net, onder voorbehoud van de nog beschikbare capaciteit. In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren. De praktische en betaalvoorwaarden moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.

 

11° De ophaling van asbest gebeurt op afroep door Limburg.net. De voorwaarden zijn vastgelegd in het tarievenreglement asbestinzameling zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van Limburg.net.

 

12° Herbruikbare goederen worden huis-aan-huis ingezameld op afroep door het door de OVAM erkende kringloopcentrum waarmee de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten. Kringloopgoederen komen in aanmerking voor hergebruik voor hun oorspronkelijke doel.

 

Hoofdstuk 3 –inzameling op het recyclagepark van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen

 

Artikel 17

Het recyclagepark is een inrichting die tot doel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen mogelijk te maken met het oog op de maximale recyclage en nuttige toepassing van deze afvalstoffen.

Het recyclagepark is gelegen te Smissebroek 68 te Wellen

Op het recyclagepark gelden de bepalingen van het retributiereglement en het huishoudelijk reglement zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

 

Het is geopend op de data en openingsuren opgenomen in de afvalkalender en vermeld op de websites van de gemeente en van Limburg.net. Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.

 

Tijdens de openingsuren is het recyclagepark permanent onder toezicht van de aanwezige parkwachter(s).

 

Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds te veel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.

 

Kinderen jonger dan 16 jaar dienen vergezeld te zijn door een volwassen begeleider.

Het is verboden dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.

 

Artikel 18 – afvalstoffen

Op het recyclagepark mogen o.m. de hierna vermelde, vooraf maximaal gesorteerde en niet vervuilde huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen aangeboden worden. Afvalstoffen die in hoeveelheid, aard of samenstelling niet vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afvalstoffen, worden geweigerd. Restproducten van een productieproces, worden geweigerd. De afvalstoffen mogen slechts na goedkeuring door de aanwezige parkwachter, in de daartoe voorbestemde en van een duidelijke vermelding voorziene container, recipiënt of opslagruimte gedeponeerd worden. Dit gebeurt door de bezoekers zelf, tenzij dit anders staat aangegeven.

 

- Aeea

- Asbest (hechtgebonden)

- Fijn tuinafval in bulk

- Frituurvet en oliën

- Gemengd bouwpuin

- Gipsplaten

- Grofvuil

- Harde kunststoffen

- Holglas

- Hout (type A, B en C)

- Huisvuil (enkel tijdens de periodes en in de locaties gecommuniceerd door Limburg.net)

- Keukenafval (enkel tijdens de periodes en in de locaties gecommuniceerd door Limburg.net)

- Kga

- Matrassen

- Metalen

- Papier- en karton

- Pmd

- Snoeihout

- Textiel

- Vlakglas

- Zuiver steenpuin

 

Huisvuil afkomstig van huishoudens wordt onder volgende voorwaarden aanvaard en opgeslagen op een recyclagepark:

- aangeboden in de officiële Limburg.net zak voor huisvuil

- de aangebrachte zak is degelijk gesloten en lekdicht

- enkel tijdens de gecommuniceerde periodes

 

Keukenafval afkomstig van huishoudens en vergelijkbaar organisch-biologisch afval wordt onder volgende voorwaarden aanvaard en opgeslagen op een recyclagepark:

- aangeboden in de officiële Limburg.net zak voor keukenafval

- de aangebrachte zak is degelijk gesloten en lekdicht

- enkel tijdens de gecommuniceerde periodes

 

Het ledigen van met huisvuil of keukenafval gevulde zakken door de aanbrenger is verboden.

 

Alle afvalstoffen dienen gesorteerd te worden aangeboden teneinde de verblijfsduur van de aanbieder op het recyclagepark te beperken. De snelheid van de voertuigen op het recyclagepark is beperkt tot 15 km/uur. De motor dient stilgelegd te worden bij het lossen van de afvalstoffen. De aanbieders en de ophalers zijn ertoe gehouden de aanwijzingen van de parkwachter te volgen.

 

De aanbieder deponeert zelf de afvalstoffen in het inzamelrecipiënt dat voorzien is voor de desbetreffende afvalstof. Zodra de afvalstoffen in de daarvoor voorziene container zijn gedeponeerd, mogen deze afvalstoffen niet meer meegenomen worden tenzij door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar aangesteld door Limburg.net.

 

Het kga moet afzonderlijk aangeboden worden in een daarvoor geschikt recipiënt. De aanbieder overhandigt zelf het kga aan de parkwachter. Het aangeboden kga wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de aanbieder zelf de aanduidingen aan over de aard, samenstelling en eventuele gevaren van het kga op de verpakking. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het kga te voorkomen. Injectienaalden, bloedlancetten en pennaalden moeten aangeboden worden in een naaldcontainer.

 

Tijdens het vervoer en het aanbieden van hechtgebonden asbestcement afvalstoffen op het recyclagepark moeten alle maatregelen getroffen worden om het verspreiden van asbestvezels in de omgeving te vermijden. Gooien en breken van hechtgebonden asbestcement is verboden.

De aanbieder brengt hechtgebonden asbestcement volledig verpakt naar het recyclagepark. Verpakken op het recyclagepark zelf is niet toegelaten. Onverpakt hechtgebonden asbestcement wordt niet aanvaard.

 

Het verpakkingsmateriaal moet uit doorzichtige folies en zakken bestaan die voldoen aan de vereisten om hechtgebonden asbestcement te verpakken. Het verpakte hechtgebonden asbestcement wordt inclusief de verpakking in de container voor hechtgebonden asbestcement gelegd. Het is verboden om de verpakking te openen en/of leeg te maken. De parkwachter is bevoegd om op de correcte aanlevering van hechtgebonden asbestcement toezicht te houden en controle uit te voeren.

 

Artikel 19

De aanbieders moeten de omgeving van de containers en de overige ruimte van het recyclagepark steeds rein houden. Zij kunnen door de parkwachter verzocht worden het door hen bevuilde terrein te reinigen.

 

Artikel 20

Bij misbruik kan de toegang tot het recyclagepark door de gemeente voor bepaalde of onbepaalde tijd ontzegd worden.

 

Artikel 21

Het is verboden om afvalstoffen te deponeren of achter te laten aan de toegangspoorten of de omheining van het recyclagepark. Het is verboden om afvalstoffen over de omheining van het recyclagepark te gooien.

 

Het is verboden op het recyclagepark te roken of om op enige andere wijze vuur te maken. Het is verboden om enige beschadiging aan te brengen aan de omheining, containers, gebouwen, beplantingen of uitrusting van het recyclagepark.

 

Hoofdstuk 4 – inzameling van huishoudelijke afvalstoffen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

 

Artikel 22

Afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht vallen kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen.

 

Afvalstoffen die vallen onder de terugnameplicht verpakkingsafval kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen en georganiseerd wordt door de respectievelijke verpakkings-

verantwoordelijke of beheerorganisme overeenkomstig de afgeleverde erkenning.

 

Afvalstoffen die vallen onder een andere vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen conform artikel 3.3.6 van Vlarema.

 

Afvalstoffen die door de producent, tussenhandelaar of eindverkoper op vrijwillige basis teruggenomen worden kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen.

 

Hoofdstuk 5 – inzameling van afvalstoffen buiten de gemeentelijke inzameling

 

Artikel 23

Inwoners die zich van grote hoeveelheden afvalstoffen willen ontdoen kunnen hiervoor een afzetcontainer huren bij een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar.

De inwoner die zich wil ontdoen van afvalstoffen via een afzetcontainer, op het openbaar domein, dient hiervoor steeds toelating te vragen aan de gemeente. Het is de inwoner zelf die deze toelating moet aanvragen. Bij zijn aanvraag vermeldt de inwoner uitdrukkelijk de locatie waar en de periode dat de afzetcontainer geplaatst wordt. De toelating kan gepaard gaan met een tijdelijk parkeerverbod.

De afzetcontainer op de openbare weg moet voorzien zijn van rode en witte strepen aan de voor- en achterkant en dit over minstens 1 vierkante meter per kant. Een verkeersbord met symbool D1 moet voorzien worden boven de afzetcontainer en een oranjegeel knipperlicht dient aangebracht te worden boven dit verkeersbord.

 

De toelating moet toegekend zijn, alvorens de afzetcontainer door de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar mag geleverd worden. De termijnen van deze toelating moeten gerespecteerd worden. Indien de afzetcontainer niet is verwijderd tegen de dag zoals bepaald in de toelatingsbeslissing dan zal de gemeente de inwoner die de aanvraag heeft ingediend hiervoor verantwoordelijk stellen.

 

Het is verboden containers met bedrijfsafval (type rolcontainer 1.100 l) buiten te plaatsen op het openbaar domein, behalve ten vroegste na zonsondergang de avond voor de voorziene ophaling. Na lediging moeten de inzamelcontainers dezelfde dag terug verwijderd worden van het openbaar domein.

 

Voor de inzameling van asbest op afroep gelden de regels zoals bepaald in het tarievenreglement van Limburg.net.

 

Hoofdstuk 6 – strafbepalingen

 

Artikel 24

Volgende afvalgerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:

― het achterlaten van maximaal 2 zakken van 60 liter of gelijkaardig volume niet-gevaarlijk huishoudelijk afval;

― het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met het politiereglement;

― het achterlaten van zwerfvuil (o.a. sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere lege verpakkingen);

― het aanbieden van afvalstoffen bij een gemeentelijke inzameling op een wijze die niet overeenstemt met de bepalingen van deze politieverordening;

― het niet naleven van het verbod om reclamedrukwerk en regionale pers te bedelen in leegstaande panden of brievenbussen met een ja/neen- of

neen/neen-sticker of op het openbaar domein. Het achterlaten van autokaartjes op geparkeerde voertuigen;

― het niet plaatsen van de nodige inzamelrecipiënten door verkooppunten voor tabaksproducten, drank en voeding bestemd voor onmiddellijke consumptie;

― het niet opruimen, minstens elke openingsdag, van alle afvalstoffen die afkomstig zijn van de producten die de uitbater verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting;

― het niet opruimen van hondenpoep of uitwerpselen van dieren;

― het niet bijhebben, door de begeleiders van kleine huisdieren, van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier;

― het niet bijhebben van een zakasbakje bij het roken in de openbare ruimte op plaatsen waar geen recipiënt is voorzien.

 

Artikel 25

Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.

Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.

 

Hoofdstuk 6 – slotbepalingen

 

Artikel 26

Deze verordening zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 27

Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, dadelijk toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank. Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband en de OVAM.

 

Artikel 28

De gemeenteraadsbeslissing van 29 december 2021  betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt opgeheven

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 16 : BELASTING OP HET OPHALEN EN VERWERKEN VAN HUISHOUDELIJKE EN HIERMEE GELIJKGESTELDE AFVALSTOFFEN - AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis / aanleiding

Het ophalen, vervoeren, opslaan en het verwerken van het huishoudelijk afval betekenen jaarlijks zware uitgaven voor de gemeente. Aangezien elk gezin in Wellen de kans heeft om gebruik te maken van de afvalophaling is het wenselijk om de gemaakte kosten ten laste te leggen van de inwoners. De gemeente berust zich op de volgende principe "De vervuiler betaalt".

 

Verder is het noodzakelijk om gemeentebelastingen in te voeren teneinde het evenwicht van het budget te verzekeren.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Gemeentebesturen beschikken over een fiscale autonomie (artikel 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet) en kunnen elke materie belasten die zij vanuit budgettair of beleidsmatig oogpunt noodzakelijk achten. Enkel bij wet of decreet kan een materie onttrokken werden aan de gemeentelijke fiscale autonomie, de zogenaamde wettelijke beperkingen van de gemeentelijke fiscale bevoegdheid.

Beslissingen tot het heffen van belastingen behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 170 §4 van de Grondwet en artikel 41, tweede lid 14° van het decreet over het lokaal bestuur).

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) en waarbij aan gemeentebesturen de mogelijkheid wordt geboden om een forfaitaire huisvuilbelasting in te stellen.

Belastingreglementen dienen te worden bekendgemaakt (artikel 288 van het decreet over het lokaal bestuur en artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur …).

De concrete toepassingsmodaliteiten voor gemeentebelastingen zijn geregeld in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De bepalingen in de gemeentelijke belastingreglementen dienen in overeenstemming te zijn met het decreet van 30 mei 2008.

De bepalingen van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en inzonderheid de bepalingen betreffende actieve en passieve openbaarheid zijn tevens van toepassing op besluiten van de gemeenteraad houdende de vaststelling van belasting.

Besluiten van de gemeenteraad waarbij belastingen worden vastgesteld zijn onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht (artikel 330 ev. van het decreet over het lokaal bestuur).

 

 

Toelichting (feiten en context)
De gemeente Wellen is niet toegetreden tot het systeem van directe inning van Limburg.net. Doch worden de tarieven van Limburg.net gebruikt als basis van de bepaling van de gemeentelijke belasting op huisvuil.

 

Er wordt gestreefd naar een rechtvaardig en preventie-stimulerend huisvuilbelastingsysteem. Om deze reden wordt er geopteerd om jaarlijks de huisvuilbelasting vast te stellen dat gerelateerd is aan de gezinssamenstelling.

De variabele kosten zijn volledig afhankelijk van de hoeveelheid aangeboden afval en dienen bijgevolg verdeeld te worden over het aantal inwoners.

 

Het is aangewezen om vast te stellen dat de belasting hoofdelijk verschuldigd is door de personen die ingeschreven staan in het bevolkingsregister, alsook in het vreemdelingen- en wachtregister van de gemeente.

 

De gemeente houdt rekening met de sociale cohesie van de bevolking waarbij een bepaald aantal gratis vuilzakken ter beschikking worden gesteld aan gezinnen met kinderen jonger dan 2 jaar, incontinenten, stoma-patiënten en patiënten die thuis een dialysebehandeling ondergaan. 

 

Verder wordt een financiële tegemoetkoming voorzien voor inwoners met een moeilijkere sociale situatie.

 

Tenslotte voorziet de gemeente een tussenkomst in de belasting voor de inwoners waarvan de woongelegenheid een contract heeft afgesloten met een erkende huisvuilophaler.

 

Gelijkblijvend beleid

Budget/opbrengst/krediet

370.000 / 370.000 / 0

Beleidsdoelstelling

BD000001

Actieplan

AP000001

Actie

AC000001

Beleidsdomein

AF Algemene Financiering

Registratiesleutel

MJP000507

Visum

gunstig, d.d. 05.11.2025

 

BESLUIT:

Goedkeuren

12 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

7 onthoudingen: Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Paulien Appeltans, Wendy Bex, Joeri Philtjens en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Voor het aanslagjaar 2026 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op het ophalen en verwerken van huishoudelijk en hiermee gelijkgestelde afvalstoffen.

 

Art. 2

De belasting bedraagt:

- Voor de gezinnen bestaande uit één persoon:                            € 110,00

- Voor de gezinnen bestaande uit twee personen:                       € 118,00

- Voor de gezinnen bestaande uit drie personen:                     € 126,00

- Voor de gezinnen bestaande uit vier personen en meer: € 134,00

 

De belasting is hoofdelijk verschuldigd door de meerderjarige leden van elk gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister, vreemdelingen - en wachtregister van de gemeente op 1 januari van het belastingjaar.

Deze belasting is verschuldigd per woongelegenheid.

 

Art. 3 De belasting is niet verschuldigd indien volgend dubbel bewijs geleverd wordt:

        van een effectief en duurzaam verblijf op het grondgebied van een andere gemeente  op 1 januari van het belastingjaar

        van het feit dat de betrokken belastingplichtige in die andere gemeente ook effectief huisvuilbelasting onder enige vorm betaalt voor het betrokken dienstjaar

 

Art. 4 Onder "gezin" wordt verstaan:

        hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft

        hetzij een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk éénzelfde woongelegenheid betrekken en er samen leven.

 

Art. 5 De belasting wordt verminderd voor de woongelegenheden:

        die een contract afsloten met een erkende huisvuilophaler op jaarbasis en minstens geldt voor een periode van 01.01 t.e.m. 31.12 van het desbetreffende aanslagjaar, mits voorlegging van het contract aan het bestuur

        die een betaalattest kunnen aanleveren van de factuur van de huisvuilophaler voor de hierboven gestipuleerde periode

        die de hierboven vernoemde documenten ten laatste op 31.03 van het jaar volgend op het desbetreffende aanslagjaar bezorgden aan de gemeentelijke administratie via het e-mailadres facturatie@wellen.be

 

De vermindering bedraagt:

        Voor de gezinnen bestaande uit één persoon: € 6,08

        Voor de gezinnen bestaande uit twee personen: € 8,78

        Voor de gezinnen bestaande uit drie personen: € 11,48

        Voor de gezinnen bestaande uit vier personen en meer: € 14,18

 

Art. 6 De belasting ten laste van de gezinnen wordt verminderd met € 12,40 voor de belastingplichtigen, die ingevolge hun hoedanigheidscode van titularis of van deze van de personen te hunne laste, recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en als dusdanig geregistreerd zijn bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Alle categorieën komen dus in aanmerking, maar de maximale vermindering per gezin/aanslag bedraagt 1 maal € 12,40.

DUS:

Hetzelfde voordeel wordt toegekend aan alle categorieën. Er wordt éénzelfde vermindering toegekend aan alle categorieën, namelijk € 12,40.

Per gezin/wooneenheid wordt evenwel maximum 1 maal de vermindering van € 12,40 toegekend.

De rechthebbende personen worden door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid meegedeeld via automatische gegevensuitwisseling.

 

Art. 7 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

 

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.

 

Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:

1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;

2° de uiterste betalingsdatum;

3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

 

Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.

 

Art.8 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.

Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

 

Art.9 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art. 10 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 11 Jaarlijks worden gratis huisvuilzakken ter beschikking gesteld, als volgt :

 

- aan de gezinnen met kinderen van minder dan 2 jaar vastgesteld op datum van de aanvraag :

* per kind jonger dan 2 jaar : 20 kleine huisvuilzakken

 

- aan incontinenten, op basis van de voorlegging van een medisch attest - aan de beambte(n) ter vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het bestuur :

* 60 grote huisvuilzakken

 

- aan patiënten die thuis een dialysebehandeling ondergaan, op basis van de voorlegging van een medisch attest - aan de beambte(n) ter vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het bestuur :

* 160 grote huisvuilzakken

 

- aan stomapatiënten, op basis van de voorlegging van een medisch attest - aan de beambte(n) ter vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het bestuurt :

* 60 kleine huisvuilzakken

 

In geval van blijvende letsels die recht geven op gratis huisvuilzakken, volstaat het om éénmalig een medisch attest te bezorgen waarin het onomkeerbaar karakter van het letsel wordt erkend.  Het attest zal door de beambte die aangesteld werd door het bestuur ter vertrouwelijke behandeling, bewaard worden.

 

Art. 12 Dit besluit vervangt alle voorgaande besluiten van de gemeenteraad in dezelfde aangelegenheid.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 17 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET HUISHOUDELIJK AFVAL - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Op 10 september 2025 heeft de Raad van Bestuur van Limburg.net het Plan30 goedgekeurd waarin een aantal noodzakelijke beslissingen genomen zijn om het financiële evenwicht te bewaren en de doelstelling van 90 kg restafval per inwoner tegen 2030 te behalen. In dit kader worden de tarieven voor restafval en het quotum huisvuil aangepast in alle regio’s en de invoering van het full Optimo-systeem in regio Zuid voorzien.

Omwille van de stijgende inzamelings- en verwerkingskosten  dienen de tarieven van bepaalde fracties op het recyclagepark ook worden aangepast.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28

Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2023 tot goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030

Het lidmaatschap van de gemeente in Limburg.net

De statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de gemeente Wellen als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringsrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET

De beslissing van de raad van bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 waarbij, in uitvoering van het meerjarenplan 2025–2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen werd aangenomen

 

Toelichting (feiten en context)

Sinds 2012 heeft Limburg.net  een beleid van prijsstabiliteit heeft gevoerd waarbij de tarieven gedurende deze periode ongewijzigd zijn gebleven, mede dankzij gunstige marktomstandigheden. Maar vanaf 2025 is dit beleid volgens Limburg.net financieel niet langer houdbaar.

De stijgende kosten van afvalinzameling en -verwerking en de ambitieuze restafvaldoelstelling vereisen dat Limburg.net beleidsmatig inzet op prijsprikkels en quotumbeperkingen, teneinde inwoners te stimuleren tot meer afvalpreventie en correcte sortering.

OVAM en de Vlaamse overheid bevelen uitdrukkelijk de strategie aan om de variabele kost van restafval te verhogen, terwijl de tarieven voor recycleerbare fracties stabiel blijven, zodat burgers financieel worden aangemoedigd om afval beter te sorteren.

 Naast de tariefaanpassingen vormt ook de verlaging van het quotum huisvuil per gezin een noodzakelijke maatregel om het restafvalvolume verder terug te dringen. Deze maatregel gaat gepaard met intensieve sensibilisering rond afvalpreventie en correct sorteren.

In regio Zuid zal de invoering van het full Optimo-systeem wordt doorgevoerd, waarbij de bestaande gft-container met sticker wordt omgevormd naar een gft-container met abonnement. De modaliteiten voor het gebruik van de gft-sticker met abonnement worden bepaald in een apart  reglement dat eveneens ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

Binnen het Optimo-systeem worden ook alternatieven voorzien voor de inzameling van keukenafval en tuinafval, met name het gebruik van de gele keukenafvalzak en de groene tuinafvalzak. Deze prijzen worden opgenomen in dit reglement.

Uit de analyse van de uitgaven en inkomsten van het recyclagepark blijkt dat de huidige tarieven ook dienen aangepast te worden omwille van de stijgende afvalinzameling en -verwerking. Het is eveneens aangewezen om de tarieven in overeenstemming te brengen met  de tarieven van de  Limburg.net recyclageparken in de omliggende gemeentes om te vermijden dat bepaalde fracties onrechtmatig in het recyclagepark van Wellen worden aangevoerd.

 

Argumentatie

Het huishoudelijk afval inzake ophaling, opslag, vervoer en verwerking vergt jaarlijks grote uitgaven van de gemeente.

Het is noodzakelijk het evenwicht te verzekeren tussen de inkomsten en uitgaven der gemeente;

De kosten van het huishoudelijk afval zouden door de retributie gedekt moeten worden en het tarief zou in verhouding dienen gesteld met de geleverde prestaties.

 

Het retributiereglement wordt aangepast voor volgende fracties :

- prijs van de huisvuilzakken : van €12,5 naar €16 voor een rol van 10  huisvuilzakken van 44 liter/stuk en €6,25 naar €8 voor 1 rol van 10 huisvuilzakken van 22 liter/stuk

- verhoging van de prijs voor de huis-aan-huisinzameling van grof vuil via Limburg.net : van €20/ophaling naar €30/ophaling

- bijkomende retributies voor zakken voor de ophaling van tuinafval en keukenafval

- bijkomende retributie voor huis-aan-huisophaling van snoeiafval via Limburg.net. De ophaling van snoeihout op afroep door de Technische Dienst wordt stopgezet.

- voor de aanvoer van snoeiafval op het recyclagepark wordt een retributie van 0,01 euro/kg ingevoerd.

- De ophalingen van bouwpuin , verontreinigde grond en landbouwplastiek op afroep door de Technische Dienst worden stopgezet.

- verhoging prijs inzameling grof vuil op recyclagepark van € 15/m3 naar €25/m3

 

BESLUIT:

Goedkeuren

17 stemmen voor: Els Robeyns, Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens en Ellen Punie

2 onthoudingen: Wendy Bex en Gert Vandenrijn

 

De raad beslist:

 

Art. 1

a) Voor de ophaling aan huis van huisvuil moet gebruik worden gemaakt van reglementaire plastic huisvuilzakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van  het huisvuil worden de grijze huisvuilzakken  geleverd aan:

- € 16,00 per rol van 10 zakken

- € 8,00 per rol van 10 zakken

 

b) Voor de inzameling aan huis van pmd-afval moet gebruik worden gemaakt van pmd-zakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van PMD worden deze zakken aangeboden aan:

- € 3,00 per rol van 20 zakken van 60 liter

-  € 3,00 per rol van 10 zakken van 120 liter (voor scholen + verenigingen)

 

c) Voor de inzameling van textiel moet gebruik gemaakt worden van textielzakken.  Voor de tweewekelijkse ophaling van textiel worden deze zakken aangeboden aan :

€ 1,00 euro per rol van 10 zakken van 50 l.

 

d) Voor de inzameling van tuinafval moet gebruik gemaakt worden van tuinafvalzakken.

 Voor de tweewekelijkse ophaling van tuinafval worden deze zakken aangeboden aan :

€ 2,50 euro per rol van 10 zakken van 50 liter

 

e) Voor de inzameling van keukenafval moet gebruik gemaakt worden van keukenafvalzakken.

 Voor de tweewekelijkse ophaling van keukenafval worden deze zakken aangeboden aan :

€ 2,00 euro per rol van 10 zakken van 22 liter

 

f) Voor het ophalen van snoeihout op afroep bedraagt de retributie € 5,00 per ophaalbeurt van 2m³.

Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 dagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend via de website van Limburg.net, onder voorbehoud van de nog beschikbare capaciteit. In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren. De praktische en betaalvoorwaarden moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.

 

g) Voor het ophalen van grofvuil op afroep bedraagt de retributie € 30,00 per ophaalbeurt.

Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 dagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend worden met de vermelding van de op te halen afvalstoffen. De aanvraag gebeurt via de website van Limburg.net, onder voorbehoud van de nog beschikbare capaciteit. In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren. De praktische en betaalvoorwaarden moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.

 

h) Op het afleveren van de toegelaten huishoudelijke afvalfracties in het gemeentelijk recyclagepark, gelegen te Smissebroekstraat 68, worden volgende retributies geheven :

 

*  autobanden:    

 -   diameter kleiner of gelijk aan 85 cm:  € 2,50 per stuk

 -   diameter groter dan 85 cm:  € 12,50 per stuk.

 

*  gemengd groenafval  en gazonmaaisel :

 - € 20,00 per m³

 - tot en met 0,5m³ : € 10,00

                                       

*  vervuild  piepschuim en EPS :

 - € 15,00 per m³

 - tot en met 0,5 m³: € 7,50

 

* grofvuil :

- € 25,00 per m³

 - tot en met 0,5 m³ : € 10

-  het is verboden om gesloten (huisvuil)zakken in de containers te gooien

 

*gipsplaten :

- € 15,00 per m2

 - tot en met 0,5 m³: € 7,50

 

 Via weegbrug op het recyclagepark gelden volgende tarieven :

 

*  zuiver steenpuin :  

- € 0,025/kg

- tot 10 kg : € 0,25

 

* gemengd steenpuin :

- € 0,08/kg

tot 10 kg : € 0,80

 

*  gemengd houtafval :   

-  € 0,11/kg

- tot 10 kg : €1,10

 

*  snoeihout :

- € 0,01/kg

- tot 10 kg : €0,10

           

!! salons worden geweigerd op het recyclagepark, deze zijn alleen mee te geven met de grofvuil ophaling aan huis via Limburg.net

 

* zuivere matrassen mogen gratis geleverd worden op het recyclagepark.

 

* asbestafval :

Asbest moet steeds verplicht verpakt worden aangeleverd in een van onderstaande verpakkingen:

­ - buisfolie: € 1/ stuk buisfolie van +/- 2,5 m (geschikt voor het verpakken van asbestplaten). Er kunnen maximum 15 stuks per aankoop gekocht worden.

- ­ mini-bag: € 1/stuk. Er kunnen maximum 15 stuks per aankoop gekocht worden.

 

- Een set beschermingsmateriaal voor 2 personen kan aangekocht worden aan € 10/stuk Dit kan enkel aangekocht worden ingeval van aankoop buisfolie of mini-bag en er wordt maximaal 1 set beschermingsmateriaal per aankoop van buisfolie of mini-bag verkocht.

 

Voor de huis-aan-huisophaling van asbestafval geldt het apart reglement betreffende het tarief voor het inzamelen van asbestafval aan huis via (platen)zakken, bigbags of via asbestcontainers, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 23.12.2022

 

i) Verkoop compostbak in kunststof : € 60,00 per stuk

     Verkoop compostvat in kunststof : € 30,00 per stuk

 

Art. 2

De toegang tot het gemeentelijk recyclagepark is enkel mogelijk voor inwoners van de gemeente Wellen met behulp van hun eID kaart. Inwoners van andere gemeenten dan Wellen hebben geen toegang tot het recyclagepark, ter plaatse Smissebroekstraat 68. Hierop zal streng toezicht uitgeoefend worden.

 

Art. 3

Alle betalende fracties dienen contant betaald te worden op het recyclagepark tegen afgifte van een kwitantie, afgeleverd door de toezichthoudende parkwachter. Er worden geen facturen uitgeschreven voor deze afvalstoffen aangeleverd op het recyclagepark.

De gebruikers verklaren zich, vanaf het moment dat zij het recyclagepark verlaten, automatisch akkoord met de aangerekende retributie.

 

Art. 4

Het gemeentebestuur zal haar inwoners in kennis stellen van de plaatsen en modaliteiten waar huisvuilzakken, pmd-zakken, keukenafvalzakken, tuinafvalzakken, verpakkingsmateriaal voor asbest kunnen bekomen worden tegen betaling van de vastgelegde retributie.

 

Art. 5

Dit raadsbesluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 en 187 van het gemeentedecreet.

 

Een kopie van onderhavig raadsbesluit wordt in toepassing van artikel 248 tot en met 261 van het gemeentedecreet verzonden aan de provinciegouverneur.

 

Een eensluidend gewaarmerkt afschrift van dit reglement zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan:

 LIMBURG.NET;

 de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;

 het Departement Omgeving, Afdeling Handhaving en/of de Vlaamse Minister van Leefmilieu;

 

Art. 6

Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Woon- en leefomgeving

PUNT 18 : TARIEVENREGLEMENT OPHALING GFT-CONTAINER MET ABONNEMENT VANAF 01/01/2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Op 10 september 2025 heeft de Raad van Bestuur van Limburg.net het Plan30 goedgekeurd waarin een aantal noodzakelijke beslissingen genomen zijn om het financiële evenwicht te bewaren en de doelstelling van 90 kg restafval per inwoner tegen 2030 te behalen.In dit kader worden de tarieven restafval en het quotum huisvuil aangepast in alle regio’s en de invoering van het full Optimo-systeem in regio Zuid voorzien.
 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Lidmaatschap van de gemeente Wellen bij LIMBURG.NET;

Statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de gemeente Wellen als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET

Beslissing van de Raad van Bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 waarbij, in uitvoering van het meerjarenplan 2025–2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen werd aangenomen met het oog op:

- het wegwerken van een gebudgetteerd tekort van € 10.586.218 vanaf 2025;

- het realiseren van de doelstelling uit het Lokaal Materialenplan 2030 van OVAM, zijnde een reductie van huishoudelijk restafval tot maximaal 90 kg per inwoner per jaar

 

Toelichting (feiten en context)

Sinds 2012 heeft Limburg.net  een beleid van prijsstabiliteit heeft gevoerd waarbij de tarieven gedurende deze periode ongewijzigd zijn gebleven, mede dankzij gunstige marktomstandigheden. Maar vanaf 2025 is dit beleid volgens Limburg.net financieel niet langer houdbaar.

De stijgende kosten van afvalinzameling en -verwerking en de ambitieuze restafvaldoelstelling vereisen dat Limburg.net beleidsmatig inzet op prijsprikkels en quotumbeperkingen, teneinde inwoners te stimuleren tot meer afvalpreventie en correcte sortering.

OVAM en de Vlaamse overheid bevelen uitdrukkelijk de strategie aan om de variabele kost van restafval te verhogen, terwijl de tarieven voor recycleerbare fracties stabiel blijven, zodat burgers financieel worden aangemoedigd om afval beter te sorteren.

 

Naast de tariefaanpassingen vormt ook de verlaging van het quotum huisvuil per gezin een noodzakelijke maatregel om het restafvalvolume verder terug te dringen. Deze maatregel gaat gepaard met intensieve sensibilisering rond afvalpreventie en correct sorteren.

 

In regio Zuid wordt vanaf 2026 het full Optimo-systeem  ingevoerd, waarbij de bestaande gft-container met sticker wordt omgevormd naar een gft-container met abonnement. Hierdoor wordt de volledige kostprijs van dit systeem voortaan integraal doorgerekend aan de gebruikers, zodat deze niet langer via de directe inning gedeeltelijk collectief gedragen wordt.

Bijgevolg zullen volgens Limburg.net enkel de burgers, die effectief gebruik maken van een gft-container, de prijs betalen, conform het principe ‘de vervuiler betaalt’. Tegelijk wordt de keuzevrijheid van de burger  versterkt doordat binnen het Optimo-systeem ook alternatieven worden voorzien, met name het gebruik van de gele keukenafvalzak en de groene tuinafvalzak, wat een kosten efficiënte keuze door de burger mogelijk maakt en waarbij de waaier van mogelijkheden m.b.t. de organische fractie bijdraagt tot een betere en meer efficiënte scheiding ervan.

De Raad van Bestuur van Limburg.net heeft gewijzigde modelreglementen (tarievenreglement, afvalreglement)  vastgesteld en als bijlage bij dit besluit gevoegd met de vraag om deze te laten goedkeuren door de gemeenteraden van de betrokken gemeenten.

 

Argumentatie

De bestaande gft-container met sticker worden omgevormd naar een optionele gft-container met abonnement. De kostprijs voor het gebruik en de lediging van de gft-container zal verhogen naar 85 euro per jaar en de citybin van 40 liter wordt afgeschaft.

Gezien de gemeente Wellen een landelijke gemeente is met veel grote tuinen en bijgevolg een groot aandeel aan groenafval zullen de kosten voor de inwoners voor de inzameling aanmerkelijk stijgen wanneer zij verder willen gebruik maken van de gft-container.

De voorgestelde alternatieve oplossingen, met name de gele keukenafvalzak en de groene tuinafvalzak zullen voor veel frustraties van inwoners zorgen. Bovendien dient er voor de aanlevering van groenafval aan het containerpark vanaf volgend jaar ook een retributie worden betaald om de kosten van de afvalverwerking te kunnen dragen.

De gemeente heeft in het verleden echter ook al bijgedragen in de kosten van de GFT-sticker voor haar inwoners en zal dit vanaf 01/01/2026 ook verder doen door een jaarlijkse tussenkomst van 15 euro per gft-container met abonnement te voorzien.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

Volgende tarievenreglement voor het gebruik van een GFT-container goed te keuren:

 

HOOFDSTUK 1 - Definities

 

Artikel 1 - Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

 

1° Gft-afval of groente-, fruit- en tuinafval is het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat, composteerbaar keukenafval, schillen en groenten- en fruitresten en ook vlees- en visresten, bereide etenswaren, koffiedik enz. en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal (verwelkte bloemen, kamerplanten, gazonmaaisel, bladeren, onkruid, versnipperd snoeihout enz). De correcte sorteerinstructies worden meegedeeld via de gebruikelijke communicatie-kanalen van Limburg.net en van de deelnemende gemeenten.

 

2° Gft-container : een voor gft-afval geëigend recipiënt dat LIMBURG.NET ter beschikking stelt aan de gezinnen of ondernemingen van de deelnemende gemeenten van het bedieningsgebied die een abonnement hebben afgesloten en uitsluitend bestemd voor het aanbieden en inzamelen van gft-afval. Dit recipiënt is uitgerust met een informatica-chip die enerzijds de unieke identificatie-

gegevens bevat horende bij de individuele gft-container waaronder de adresgegevens, het containertype, de unieke code en uniek containernummer en anderzijds informatie verzamelt over de ledigingen van de gft-container en de inhoud van de gft-container.

 

3° LIMBURG.NET : de opdrachthoudende vereniging met maatschappelijke zetel te 3500 Hasselt, Gouverneur Verwilghensingel nr. 32, ingeschreven in de kruispuntenbank der ondernemingen onder het nummer 0214.533.712 en waarvan de gemeente aandeelhouder is. LIMBURG.NET heeft als opdrachthoudende vereniging tot doel de bevoegdheden van de gemeente uit te oefenen die betrekking hebben op het afvalbeheer, de afvalverwijdering en afvalverwerking in de gemeente met uitsluiting van de bevoegdheid tot het vaststellen van retributies of het uitvaardigen van fiscale en politionele maatregelen. LIMBURG.NET treedt in deze bevoegdheden op in plaats van de gemeente. LIMBURG.NET wordt in dit reglement belast met de inning en de invordering van het in dit reglement vastgestelde tarief.

 

4° Afvalreglement : de gemeentelijke politieverordening waarin het beheer en de inzamelwijze van de diverse fracties aan huishoudelijke afvalstoffen in de gemeente wordt gereglementeerd.

 

5° Abonnement : het abonnement waarop dit tarievenreglement betrekking heeft en dat bij LIMBURG.NET afgesloten wordt door gezinnen of ondernemingen uit het bedieningsgebied waardoor deze gedurende het kalenderjaar waarvoor het abonnement wordt afgesloten een (1) gft-container ter beschikking krijgen en deze tweewekelijks kunnen aanbieden in een inzameling aan huis. Het abonnement is een jaarabonnement dat loopt van 1 januari tot 31 december.

 

6° Gezin : voor de toepassing van dit reglement worden beschouwd als gezin :

- Hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft in een woongelegenheid

- Hetzij de leefgemeenschap van twee of meerdere personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk éénzelfde woongelegenheid betrekken en er samenleven

- Hetzij de leefgemeenschap van meerdere personen die gewoonlijk in eenzelfde collectieve woongelegenheid verblijven en er samenleven en waarvan de leden volgens het rijksregister in het bevolkings- of vreemdelingenregister aangeduid staan als lid van een gemeenschap (dit zijn de leden van een kloostergemeenschap, militairen die gewoonlijk in een kazerne verblijven of bewoners die gewoonlijk verblijven in een verzorginstelling voor bejaarden of mindervaliden).

 

7° Onderneming : elke afzonderlijke activiteitskern of bedrijfsvestiging in het bedieningsgebied van enige natuurlijke persoon, rechtspersoon, feitelijke vereniging of inrichting, die als hoofd- en/of bijkomende activiteit een zelfstandig of vrij beroep uitoefent of een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent dan wel een gemeenschapstaak.

 

8° Abonnementshouder : het gezin of onderneming gevestigd in een deelnemende gemeente van het bedieningsgebied op wiens naam het abonnement is aangevraagd en afgesloten en zoals vertegenwoordigd door haar referentie-persoon.

 

10° Bedieningsgebied : het geografische gebied van de gemeentes die hun bevoegdheden inzake afvalbeheer, afvalverwijdering en afvalverwerking aan LIMBURG.NET hebben overgedragen.

 

11° Deelnemende gemeente van het bedieningsgebied: de gemeente die aangesloten is bij Limburg.net en waar een ophaling van gft-containers met abonnement onder het toepassingsgebied van onderhavig tarievenreglement van toepassing is.

 

12° Ophaalpunt : elk gebouw met een huisnummer of een busnummer waar een gezin of onderneming gevestigd is of een bijkomend verblijf heeft en dat gelegen is op de ophaalronde waar in opdracht van LIMBURG.NET gft-afval aan huis wordt opgehaald voor zover ze worden aangeboden op de in dit reglement bepaalde wijze.

 

13° CARDS : de databank waarin LIMBURG.NET per gezin of onderneming voor de toepassing van dit reglement registreert:

- De relevante identificatiegegevens van het gezin of onderneming of de vereniging en de referentie-persoon van het betrokken gezin, onderneming of vereniging

- De relevante gegevens betreffende de inzameling van het in de gft-container aangeboden en ingezamelde gft-afval

- De verificatie van het verschuldigde tarief voor het gft-abonnement. De gegevens worden gelezen bij lediging

- De identificatiegegevens van de gft-container verbonden aan het ophaalpunt van het gezin of de onderneming

- Indien van toepassing, de verantwoordelijke persoon op wiens naam de gezamenlijke container met een gesolidariseerd quotum in een wooncomplex van 8 wooneenheden of meer geregistreerd wordt (bv. syndicus).

 

14° Referentie-persoon : de meerderjarige persoon die in de CARDS-databank vermeld is als de vertegenwoordiger van het gezin of de onderneming:

- Voor een gezin is dit van rechtswege de persoon die, volgens de opgave van het rijksregister, als referentiepersoon van het gezin, vermeld staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister.

- Voor een onderneming kan de onderneming de referentiepersoon zijn. Zo niet is het een meerderjarige natuurlijke persoon die geacht wordt de onderneming te vertegenwoordigen.

 

Artikel 2 - Het tarief voor de ophaling van gft-afval

Het tarief van het abonnement bedraagt € 85,00.

De gemeente Wellen beslist tot een jaarlijkse tussenkomst van € 15, zodat het tarief dat Limburg.net aan de abonnementhouder aanrekent € 70 bedraagt.

 

Het abonnement geeft voor de duurtijd ervan recht op:

- De levering en het gebruik van één gechipte 120 liter gft-container

- De tweewekelijkse mogelijkheid om het gft-afval aan te bieden in een inzameling aan huis.

Het tarief is verschuldigd voor de periode 1 april tot en met 31 maart van het jaar nadien, ongeacht de datum waarop het abonnement wordt aangevraagd. Afsluiting van een abonnement in de loop van deze periode geeft bijgevolg geen recht op een (pro rata) vermindering.

 

Het tarief is hoofdelijk verschuldigd door alle leden van het gezin of de leden van de onderneming, maar wordt geïnd ten laste van de referentiepersoon.

 

Per ophaalpunt kunnen maximum twee abonnementen afgesloten worden.

 

Overgangsperiode 1/1/2026 tot en met 31/3/2026

De gezinnen of ondernemingen die in 2025 een gft-sticker hebben aangekocht of een gft abonnement hebben afgesloten, kunnen hiervan gebruik maken tot en met 31/3/2026 zonder meerprijs.

De omschakeling naar een container met gft abonnement kan er toe leiden dat de huidige gft container gewisseld moet worden naar een nieuw model met chip. Limburg.net zal via verschillende kanalen (website, (gemeentelijke) infofolder,…) praktische informatie m.b.t. deze omruiling bekend maken.

 

HOOFDSTUK 2 - CARDS-databank en de daarin geregistreerde gegevens

 

Artikel 3 - De verplichte registratie in de CARDS-databank

Om zich te abonneren op deze dienstverlening moeten de gezinnen of de ondernemingen geregistreerd zijn in de LIMBURG.NET CARDS-databank.

Als het gezin of de onderneming reeds in de LIMBURG.NET CARDS-databank geregistreerd is in toepassing van het belastingreglement betreffende huishoudelijke afvalstoffen, is er voor het abonnement geen nieuwe registratie nodig.

 

Indien er nog geen eerdere registratie is,  zal het gezin of de onderneming na het indienen van de aanvraag voor een abonnement op basis van de gegevens in de aanvraag en de gegevens van het rijksregister geregistreerd worden in de LIMBURG.NET CARDS-databank.

 

Artikel 4 - De te registreren persoonsgegevens

Voor zover toepasselijk omvat de registratie in de CARDS-databank voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een detail van de dienst waarvan gebruik kan worden gemaakt, de gezinssamenstelling, het ondernemingsnummer, het btw-nummer, het LIMBURG.NET-klantennummer, de vermelding of de registratie geldt voor een gezin of een onderneming en het adres van het ophaalpunt zo dit verschilt van het eigen adres.

Voor zover toepasselijk worden van de referentiepersoon volgende gegevens geregistreerd: zijn identiteitsgegevens, zijn adres, (een bankrekeningnummer), een telefoonnummer, een e-mailadres, het rijksregisternummer of nummer van vreemdelingenregister, het ondernemingsnummer, het btw-nummer en het nummer van de E-identiteitskaart.

LIMBURG.NET ontvangt de meeste van deze gegevens rechtstreeks van het Rijksregister waarvoor zij beschikt over een machtiging van de Gegevensbeschermingsautoriteit (beraadslaging RR nr. 23/2008 van 4 juni 2008 en de uitbreiding volgens de beraadslaging RR nr. 13/2014 van 19 februari 2014).

 

Artikel 5 - De te registreren afvalgegevens

Naast de te registreren persoonsgegevens, registreert LIMBURG.NET in de CARDS-databank per gezin of onderneming volgende gegevens m.b.t. de inzameling van gft-afval :

- De identificatiegegevens van de aan het gezin of onderneming geleverde gft-container

- De datum- en financiële gegevens van het abonnement van het gezin of onderneming met vermelding van de verstuurde aanmaningen

- De aantallen en data waarop de gft-container voor het gezin of onderneming is aangeboden

- De aantallen en data waarop de gft-container voor het gezin of onderneming is geledigd

- De reden waarom een aangeboden gft-container niet is geledigd

- De gegevens m.b.t. de inhoud van de gft-container wanneer de gft-container geen gft-afval bevat

- De gegeven waarschuwingen, de relevante meldingen en klachten, de gedane herstellingen en vervangingen.

 

Artikel 6- De doelen waarvoor deze gegevens gebruikt worden

LIMBURG.NET verwerkt de geregistreerde gegevens ten behoeve van de volgende doelen:

- Om de ophaling van het gft-afval te organiseren en op te volgen

- Om de administratie van de abonnementen te kunnen organiseren en op te volgen

- Om het gebruik van de gft-container te kunnen opvolgen

- Om de inhoud van de gft-container te kunnen controleren op haar conformiteit aan dit reglement

- Om de conform dit reglement verschuldigde tarieven aan te rekenen en de betaling ervan op te volgen.

 

Artikel 7 - De privacy van de geregistreerde gegevens

LIMBURG.NET is er toe gehouden de privacy van geregistreerde gegevens te waarborgen, daarmee zorgvuldig om te gaan en zich in alle gevallen te houden aan de toepasselijke regelgeving waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook gekend als AVG en GDPR).

Dit brengt met zich mee dat LIMBURG.NET in ieder geval:

- De geregistreerde gegevens verwerkt en gebruikt in overeenstemming met het doel waarvoor ze zijn verstrekt en op een correcte, rechtmatige, proportionele en transparante manier

- De verwerking van de geregistreerde gegevens beperkt tot enkel die gegevens die nodig zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt

- Geen geregistreerde gegevens doorgeeft aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor de uitvoering van de doeleinden waarvoor ze zijn verstrekt

- Maatregelen neemt om de geregistreerde gegevens te beveiligen.

 

Artikel 8 - Bewaartermijn van de geregistreerde gegevens

LIMBURG.NET beschrijft de aard, grondslag, doeleinden en bewaartermijn van de gegevens die zij verwerkt per type gegevensverwerking in de privacyverklaring gepubliceerd op haar website (www.limburg.net/privacyverklaring).

 

Artikel 9 - Mededeling aan derden

LIMBURG.NET zal geen van de geregistreerde gegevens delen met derden buiten de wettelijke uitzonderingen of enkel mits de uitdrukkelijke, voorafgaande toestemming van de abonnementhouder. In die gevallen wordt de uitwisseling van gegevens tot het strikt noodzakelijke beperkt.

 

Artikel 10 - Rechten m.b.t de verwerking van de geregistreerde gegevens

De aanvrager of abonnementhouder kan de schriftelijke mededeling bekomen van zijn geregistreerde gegevens die onjuist, onvolledig of niet pertinent zouden zijn. De gegevens worden meegedeeld uiterlijk 45 dagen na ontvangst van het verzoek daartoe.

De aanvrager of abonnementhouder kan vragen om onjuiste, onvolledige of niet pertinente gegevens te corrigeren, weg te laten of aan te vullen.

 

De aanvrager of abonnementhouder kan zijn klacht omtrent de verwerking van de geregistreerde gegevens per e-mail zenden naar privacy@limburg.net of de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) gevestigd te 1000 Brussel, Drukpersstraat 35 of www.gegevensbeschermingsautoriteit.be

 

HOOFDSTUK 3 - De aanvraag en betaling van het abonnement

 

Artikel 11 - De aanvraag van het abonnement

Het abonnement wordt online aangevraagd via de website van LIMBURG.NET (www.limburg.net). De aanvrager is bij de aanvraag verplicht opgave te doen van de in artikel 4 vermelde gegevens.

Bij deze aanvraag moet de aanvrager instemmen met de voorwaarden van het abonnement en kan hij kennis nemen van de privacyverklaring.

De aanvraag zal maar in behandeling genomen worden als de aanvrager het verschuldigde tarief online betaalt op het aangegeven rekeningnummer van LIMBURG.NET.

De aanvrager ontvangt na het indienen van de aanvraag en het uitvoeren van de betaling een bevestiging van de aanvraag en de betaling.

Het abonnement is definitief afgesloten op het ogenblik dat LIMBURG.NET de betaling heeft ontvangen en de aanvraag aan alle voorwaarden voldoet.

 

Overgangsperiode

Om uiterlijk op 31/3/2026 de beschikking over een (aangepaste) gft container met abonnement te krijgen, zullen uiterlijke aanvraagdata gehanteerd worden in de periode november/december 2025. Deze zullen duidelijk door Limburg.net gecommuniceerd worden.

 

Artikel 12 - De aanvraag per brief

Aanvragers die problemen ondervinden met de online aanvraag kunnen de klantendienst van Limburg.net contacteren voor telefonische ondersteuning bij het aanmaken van een account of het doorlopen van het bestelproces. Indien het niet lukt om de burger online verder te helpen, of indien de burger onvoldoende vertrouwd is met digitale toepassingen en/of niet beschikt over een emailadres of pc, dan kan het bestelproces op papier afgehandeld worden. In dat geval worden de gegevens vermeld in artikel 4 van dit reglement telefonisch meegedeeld. LIMBURG.NET zendt aan de aanvrager per post een afrekening van het verschuldigd tarief met een betaalinstructie.

 

De aanvrager dient binnen een periode van 14 dagen het verschuldigd tarief te storten.

De betalingen gebeuren op de rekening van LIMBURG.NET met de vermelding van de referte die vermeld staat op het formulier. Door het betalen van het verschuldigd tarief, verklaart de aanvrager zich akkoord met de voorwaarden.

 

Het abonnement is definitief afgesloten op het ogenblik dat LIMBURG.NET de betaling en het ondertekende formulier heeft ontvangen en de aanvraag aan alle voorwaarden voldoet.

 

LIMBURG.NET registreert de gegevens van het abonnement in de CARDS-databank.

 

Artikel 13 - De levering van de gft-container

LIMBURG.NET stelt binnen de 10 werkdagen na de ontvangst van de aanvraag en de betaling aan de abonnementhouder op het ophaalpunt een gft-container ter beschikking.

 

Overgangsperiode

Bij de omschakeling van gft containers met sticker naar gft containers met abonnementgelden langere levertermijnen, die vermeld worden in de communicatie van Limburg.net. In deze communicatie zal de uiterste besteltermijn vermeld worden om uiterlijk op 1 april 2026 de gft

container geleverd te krijgen. Indien een aanvraag na de uiterst gepubliceerd datum geplaatst wordt, zal de levering na 1 april 2026 gebeuren in functie van beschikbaarheid in de planning.

 

Artikel 14 - Annulatie

Het is mogelijk om een aangevraagd gft-abonnement te annuleren binnen de 14 kalenderdagen na de aanvraag. De aanvrager neemt zo snel mogelijk contact op met Limburg.net door te mailen naar info@limburg.net of telefonisch contact te nemen met de klantendienst en vermeldt de gegevens in de aanvraag.

 

Indien de aanvrager het tarief reeds heeft betaald, zal Limburg.net het tarief terugbetalen voor annulaties binnen de gestelde annulatietermijn van 14 kalenderdagen. Indien de aanvrager het gft abonnement wil annuleren na de annulatietermijn van 14 kalenderdagen, dan zal er geen terugbetaling van het tarief plaatsvinden.

 

Indien de aanvrager het gft-abonnement heeft aangevraagd volgens de bepalingen van art. 12 en het tarief na de betaaltermijn en de aanmaningstermijn nog niet betaald heeft, zal het gft-abonnement automatisch geannuleerd worden.

 

Artikel 15 - De betalingsplichtige

Indien het abonnement is afgesloten voor een gezin dan is het tarief hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.

 

Indien het abonnement is afgesloten voor een onderneming is het tarief hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van deze vereniging indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.

 

HOOFDSTUK 4 - De duurtijd en de administratieve elementen van het abonnement

 

Artikel 16 - Aanvang en duurtijd van het abonnement

Het abonnement wordt definitief nadat LIMBURG.NET de betaling heeft ontvangen.

Ongeacht de datum van betaling, loopt het abonnement voor de duurtijd van een jaar, met name vanaf 1 april tot en met 31 maart.

 

Artikel 17 - Uittreding

De aanvrager kan tijdens het lopende abonnementsjaar op geen enkele manier uittreden noch enige kosten recupereren.

 

Artikel 18 - Verlenging

De abonnementhouders zullen via een e-mail, brief of algemeen bericht de melding ontvangen dat hun abonnement per 31 maart van rechtswege een einde neemt. LIMBURG.NET deelt in deze e-mail, brief of bericht ook de manier mee waarop het abonnement kan worden verlengd.Het verlengde abonnement neemt een aanvang op 1 april van het volgende kalenderjaar.

 

Ingeval de betaling van de verlenging uiterlijk 15 maart plaats vindt, zal de ophaling ononderbroken doorlopen. De online verlenging van het abonnement gebeurt via de website www.LIMBURG.NET, waarbij de aanvrager duidelijk vermeldt dat het over een verlenging gaat. Indien de aanvrager het abonnement heeft aangevraagd overeenkomstig artikel 12 en hij niet in de mogelijkheid is de verlenging online aan te vragen, kan deze de verlenging op dezelfde wijze aanvragen.

 

Artikel 19 - Stopzetting

Het abonnement geldt voorde periode van 1 april tot 31 maart van daaropvolgende jaar.

Indien de aanvrager het abonnement niet verlengt, stopt het van rechtswege na de laatste ophaalronde van de maand maart . Na beëindiging van het abonnement contacteert de aanvrager LIMBURG.NET om de gft-container op te halen op het ophaalpunt. De abonnementhouder is verantwoordelijk voor de reiniging van de gft-container vóór de terugname ervan door LIMBURG.NET. Bij onvoldoende reiniging wordt een kost van € 20,00 aangerekend aan de abonnementhouder.

 

Artikel 20 - Adreswijziging

Indien tijdens de abonnementsperiode het ophaalpunt of enig gegeven uit de aanvraag wijzigt, meldt de abonnementhouder dit telefonisch of via e-mail aan info@limburg.net.

Indien het ophaalpunt wijzigt naar een adres van een deelnemende gemeente met hetzelfde inzamelsysteem binnen het bedieningsgebied, dan kan de gft-container op het nieuwe adres geregistreerd worden en staat de abonnementhouder in voor het vervoer van de gft-container naar het nieuwe adres.

 

Indien de abonnementhouder in zijn nieuwe woning het abonnement niet wenst te verlengen of indien het ophaalpunt wijzigt naar een adres buiten een deelnemende gemeente van het bedieningsgebied, eindigt het abonnement van rechtswege. De aanvrager contacteert LIMBURG.NET. De abonnementhouder is verantwoordelijk voor de reiniging van de gft-container vóór de terugname ervan door LIMBURG.NET. Bij onvoldoende reiniging wordt een kost van € 20,00 aangerekend aan de abonnementhouder.

 

Indien de aanvrager het abonnement heeft aangevraagd zoals bepaald in artikel 12 en deze niet in de mogelijkheid is deze informatie online te bezorgen, meldt de aanvrager de adreswijziging per brief of telefonisch.

 

De aanvrager kan in geen van deze gevallen aanspraak maken op een terugbetaling of vergoeding.

 

HOOFDSTUK 5 - Ophaling van het gft-afval

 

Artikel 21 - Het recht op ophaling

Het abonnement geeft gedurende één periode van 1 april tot 31 maart van het daaropvolgende jaar recht op het aanbieden van gft-afval in de gft-container voor een tweewekelijkse inzameling aan huis. Een gemiste ophaling geeft geen recht op een extra ophaling noch op enige terugbetaling.

 

Artikel 22 - Tijdstip van aanbieden

De ophaaldagen worden via de gebruikelijke communicatiekanalen gecommuniceerd. De gft-container moet voor lediging aangeboden worden op de hierna beschreven wijze tussen de avond voorafgaand aan de dag voor de dag van de inzameling aan huis en 6u00 van de dag van de ophaling aan huis.

 

Artikel 23 - Plaats en wijze van aanbieden

De gft-container wordt voor lediging aangeboden op het opgegeven ophaalpunt aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder het verkeer van voetgangers, fietsers of voertuigen te hinderen en duidelijk zichtbaar vanaf de openbare weg.

De gft-container moet aangeboden worden met het handvat gericht naar de openbare weg.

De gft-container moet voor de hele periode dat hij aan de straatzijde staat, afgedicht zijn met het geëigende deksel.

 

De gft-container zal niet geledigd worden indien:

- Er afval uit de gft-container steekt

- Er zich afval naast de gft-container bevindt

- De gft-container ander afval bevat dan gft-afval

- De gft-container niet volledig gesloten is d.m.v. het bijhorende deksel

- De gft-container voor oneigenlijke doeleinden wordt gebruikt

- De gft-container het maximaal gewicht van 60 kg overschrijdt.

 

Indien de gft-container omwille van bovenstaande redenen niet wordt geledigd, heeft de aanvrager geen recht op een bijkomende of nieuwe lediging.

 

Artikel 24 - Verbod op ander afval

De gft-container is uitsluitend bestemd voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval dat ontstaat uit de normale werking van een particuliere huishouding en mag geen enkele andere soort afval omvatten dat gft afval zoals bepaald in de definitie van gft zoals opgenomen in artikel 1.2.1, §2 van het VLAREMA.

 

Afvalstoffen die niet voortkomen uit de huishoudelijke sfeer, zoals sterk geconcentreerde hoeveel-

heden dierlijke mest of nat keukenafval van professionele keukens (bijvoorbeeld horeca-zaken), worden beschouwd als bedrijfsafvalstoffen. Deze vallen niet onder de huishoudelijke afvalinzameling en dienen te worden afgevoerd via een erkende inzamelaar op de private afvalmarkt, conform de geldende regelgeving.Bij een eerste schending van het verbod zal de abonnementhouder een verwittiging krijgen en zal de gft-container bij de inzameling aan huis waarbij de controle gebeurde, niet geledigd worden.

 

Bij een tweede schending van het verbod vastgesteld binnen een periode van 2 jaar na de eerste schending, eindigt het abonnement van rechtswege zonder dat de abonnementhouder recht heeft op enige terugbetaling.

 

LIMBURG.NET heeft het recht om de schade die de schending van dit verbod zou meebrengen, te verhalen op de abonnementhouder.

 

Artikel 25 - Controle van de inhoud van de gft-container

LIMBURG.NET is gerechtigd om de inhoud van de gft-container tijdens de inzameling aan huis te controleren op de aard van het aangeboden afval.

Tijdens de lediging van de gft-container wordt het afval systematisch gecontroleerd waarbij de inhoud van de gft-container visueel wordt opgenomen. De visueel opgenomen informatie wordt onmiddellijk en automatisch verwijderd indien de inhoud van de gft-container conform is aan dit reglement. Indien de inhoud van de gft-container niet conform is aan dit reglement, dan wordt de opgenomen informatie bewaard tot de einddatum van het gft abonnement.

 

Artikel 26 - Afvalreglement

Tegen de inbreuken op de artikelen 22, 23 en 24 van dit reglement kan opgetreden worden op grond van het voor de gemeente geldende afvalreglement en kunnen ook op basis van dit reglement bestraft worden.

 

HOOFDSTUK 6 - Aansprakelijkheid

 

Artikel 27 - De eigendom

De gft-container is eigendom van LIMBURG.NET. De abonnementhouder is persoonlijk verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de gft-container.

 

Artikel 28 - Melding van schade

In geval van schade, diefstal of verlies stelt de abonnementhouder LIMBURG.NET hiervan onverwijld online in kennis via de website www.limburg.net met het oog op de herstelling of de vervanging van de gft-container.

 

In geval van verlies of schade door oneigenlijk gebruik, zullen de kosten van de herstelling of vervanging aangerekend worden aan de abonnementhouder. De vervangingskost bedraagt € 50,00. De herstellingskost zal direct aan de abonnementhouder doorgerekend worden, tenzij deze meer dan € 50,00 bedraagt in welk geval de gft-container vervangen wordt.

 

Artikel 29 - De unieke chip

Elke gft-container heeft een unieke identificatiechip. Het is verboden de chip te vernielen, onleesbaar of onbeschrijfbaar te maken. Bij onleesbaarheid, onbeschrijfbaarheid of beschadiging van de chip is de abonnementhouder een vergoeding van € 25,00 verschuldigd.

 

HOOFDSTUK 7 - Niet-betaling

 

Artikel 30 - Aanmaning

Indien de aanvrager nalaat het tarief of andere kosten vermeld in dit reglement te betalen, verzendt LIMBURG.NET per brief of e-mail een aanmaning. Deze herinnering kent een betalingstermijn van binnen de 14 dagen toe. Indien het openstaande bedrag na de eerste herinnering niet tijdig of niet volledig voldaan werd, verzendt LIMBURG.NET een tweede aanmaning die een betalingstermijn van 30 dagen toekent.

 

Artikel 31 - Intresten

Bij niet-betaling is LIMBURG.NET gerechtigd om interesten aan te rekenen conform artikel 14 van het wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuld-vorderingen.

 

Artikel 32 - Gedwongen inning

Bij niet-betaling van het tarief, kosten en/of nalatigheidsinteresten zal de inning hiervan ge-beuren met alle geëigende rechtsmiddelen volgens het wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij blijvende niet-betaling worden de niet betaalde bedragen ten laste van de abonnement-houder gerechtelijk ingevorderd, waarbij de invorderingskosten ten laste vallen van de abonnementhouder.

 

Artikel 33 - Bevoegde rechtbank

De rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Hasselt, zijn bevoegd om kennis te nemen van geschillen.

 

HOOFDSTUK 8 - Inwerkingtreding en duur

Dit reglement  is van toepassing op de gft-containers die besteld worden voor de periode vanaf 1 april 2026.. Het blijft van kracht tot het wordt ingetrokken of vervangen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Woon- en leefomgeving

PUNT 19 : REGLEMENT VOOR INVENTARISATIE LEEGSTAND GEBOUWEN EN WONINGEN VANAF 1 JANUARI 2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Sinds 01/01/2017 is de bevoegdheid inzake het leegstandsbeleid van gebouwen en woningen volledig overgedragen aan de gemeente. Het bestaande gemeentelijke reglement inzake leegstand dient aangepast te worden aan de gewijzigde wetgeving.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Grondwet, art. 170, § 4.

Vlaamse Codex Wonen van 2021:
artikel 2.2, waarbij de gemeente wordt aangeduid als regisseur van het lokale woonbeleid;
artikels 2.9 tot en met 2.14 betreffende de opmaak van een gemeentelijk leegstandsregister.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2019-2025.

Besluit van de Vlaamse regering van 18 november 2018 betreffende het lokaal woonbeleid, dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om leegstaande gebouwen en woningen op te sporen, te registreren en aan te pakken.

Gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2019 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid “IGSW Haspengouw West” voor de periode 2019-2025, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder.

Ministerieel besluit van 14 maart 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode van 2026-2031 

Gemeenteraadsbesluit van 26 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Haspengouw West’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder.

 

Toelichting (feiten en context)

Leegstand van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen

en bestreden worden om volgende redenen:

 

        Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;

        Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten;

         Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt;

         Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;

         Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich mee brengt.

         Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

         Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

 

Gemeenten houden op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.9 tot en met 2.14, een register van leegstaande woningen en gebouwen bij om langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente te voorkomen en bestrijden.

 

In het bestaande leegstandsreglement van 6 juli 2018 werden de indicaties van leegstand en de te volgen procedure tot vaststelling van leegstand reeds vastgelegd. Het huidige reglement beoogt enkel de aanpassing van dit reglement in overeenstemming met de gewijzigde wetgeving.

 

De raad beslist:

Volgend reglement voor inventarisatie van leegstaande woningen goed te keuren.

 

HOOFDSTUK 1 - Definities

 

Artikel 1. - Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen.

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
  2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    a) een aangetekend schrijven;
    b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  4. Eigenaar: (zakelijk gerechtigde) de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    a) de volle eigendom;
    b) het recht van opstal of van erfpacht;
    c) het vruchtgebruik. deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  5. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  6. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
    De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
    Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
  7. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie; een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf - zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de registratie en heffing op tweede verblijven wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand.
  8. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
  9. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  10. Ongeschikt en/of onbewoonbaar: woningen en kamers die ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard zijn op basis van Deel 5 van de Vlaamse Codex wonen van 2021, of die onbewoonbaar zijn verklaard op basis van de wet van 24 juni 1988 houdende de Nieuwe Gemeentewet.
  11. Opname attest: dit genummerde attest bestaat uit een fotodossier, een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de leegstand staven en als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister; de datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
  12. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.
  13. Technische fiche: een fiche waarmee het leegstandsonderzoek ter plaatse gebeurt vanop het openbare domein. Het bevat 2 of meer foto’s van de woning, de vastgestelde aanwijzingen voor leegstand, een aanduiding van de indicaties van leegstand die ter plaatse worden vastgesteld, alsook informatie over de staat van de woning en de adresgegevens.
  14. Tweede Verblijf: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het dienstjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijf kan gebruikt worden, door het voorleggen van bewijs van verbruik van nutsvoorzieningen, ongeacht het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote  of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
    - lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van beroepsactiviteiten
    - tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens
    Zie het gemeentelijk “reglement voor de registratie en heffing op tweede verblijven” van de gemeente.
  15. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
  16. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66°: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande

 

 

HOOFDSTUK 2. LEEGSTANDSREGISTRATIE

 

Artikel 2. - Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

 1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

 2° een lijst “leegstaande woningen”.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

        het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        de identiteit en het (de) adres(sen) van de eigenaar(s);

        het nummer en de datum van het opname attest;

        de indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

        eventueel, de datum van de indiening van een beroep zoals vermeld in artikel 5, en de datum en de aard van de beslissing in beroep.

 

Artikel 3.- Registratie van leegstand

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het

intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Met het oog op de actualisering van het leegstandsregister organiseert de gemeente minimaal jaarlijks een algemene controle van de gebouwen en de woningen waarvoor een vermoeden van leegstand bestaat.

 

§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerd opname attest, dat uit één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag bestaat, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.  Het opname attest bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

 

§4. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst:

        Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

        Het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

        Het aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

        De water- en/of winddichtheid van de woning is niet gewaarborgd (bv. belangrijke glasbreuk, buitenschrijnwerk kan niet gesloten worden…);

        Renovatiewerkzaamheden die aan de gang zijn;

        Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

        Een volle of dichtgeplakte brievenbus;

        Een bij de woning of het gebouw horende tuin die langdurig niet of slecht onderhouden is (lang gras, onverzorgd, hinderlijke planten, afval in te tuin, …)

        Rolluiken die neergelaten zijn;

        Het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

        De onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

        Het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

        De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

        Aanvraag om vermindering van onroerende voorbelasting naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

        Getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

        De woning is helemaal/gedeeltelijk niet bemeubeld;

        Indicaties dat de woning voor andere functies dan de woonfunctie gebruikt wordt;

        Indicaties dat het gebouw niet volgens zijn functie wordt gebruikt;

        Andere relevante indicaties van leegstand die ter plaatse kunnen worden vastgesteld.

 

§5. Een gebouw (al dan niet met woonfunctie) dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als leegstaand gebouw of als een leegstaande woning opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Een woning die of een gebouw dat geïnventariseerd is als verwaarloosd kan eveneens worden opgenomen in het leegstandsregister en omgekeerd.

 

Een woning geïnventariseerd als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

Een woning die geregistreerd is als tweede verblijf kan niet opgenomen worden in het

leegstandsregister en omgekeerd.

 

§6. Een nieuwbouw wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

 

Artikel 4. - Kennisgeving van registratie

§1. De eigenaar(s) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

        het opname attest met inbegrip van de technische fiche;

        informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

        informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister;

 

 

Artikel 5. - Beroep tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een

verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.

 

§2. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar(s), voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd. 

 

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

    als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in Art.5§1 of;

    als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in Art.5§2 of;

    als het beroepschrift niet is ondertekend.
 

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van Art.5§1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

§8. Als het beroep wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het

leegstandsregister.

 

§9. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand, zijnde de opnamedatum vermeld op het opname attest.

 

 

Artikel 6. - Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1§8.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1§7 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

§2. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data (bv. inschrijving in de bevolkingsregisters) of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

Een huurovereenkomst op zich is onvoldoende om als bewijs te gelden voor de beëindiging van leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw.

 

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de eigenaar een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken overeenkomstig 6§1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

§4. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. Het

onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het verzoek wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

Artikel 7. - Kennisgeving toezicht
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement.

Artikel 8.-Overgangsbepaling

Het reglement betreffende ‘de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen' van 6 juli 2018 wordt opgeheven vanaf het ingaan van dit reglement op 1 januari 2026.

 

Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met behoud van hun oorspronkelijke opnamedatum.
 

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

Het raad beslist:

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen.

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheiddie door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
  2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

  1. Eigenaar: (zakelijk gerechtigde) de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a) de volle eigendom;

b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik. deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  2. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
    De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
    Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
  3. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie; een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf -zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de registratie en heffing op tweede verblijven wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand.;
  4. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
  5. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  6. Ongeschikt en/of onbewoonbaar: woningen en kamers die ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard zijn op basis van Deel 5 van de Vlaamse Codex wonen van 2021, of die onbewoonbaar zijn verklaard op basis van de wet van 24 juni 1988 houdende de Nieuwe Gemeentewet.
  7. Opname attest: dit genummerde attest bestaat uit een fotodossier, een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de leegstand staven en als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister; de datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
  8. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.
  9. Technische fiche: een fiche waarmee het leegstandsonderzoek ter plaatse gebeurt vanop het openbare domein. Het bevat 2 of meer foto’s van de woning, de vastgestelde aanwijzingen voor leegstand, een aanduiding van de indicaties van leegstand die ter plaatse worden vastgesteld, alsook informatie over de staat van de woning en de adresgegevens.
  10. Tweede Verblijf: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het dienstjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijf kan gebruikt worden, door het voorleggen van bewijs van verbruik van nutsvoorzieningen, ongeacht het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote  of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
    - lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van beroepsactiviteiten
    - tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens
    Zie het gemeentelijk “reglement voor de registratie en heffing op tweede verblijven” van de gemeente.
  11. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
  12. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66°: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  1.  
  1. HOOFDSTUK 2. LEEGSTANDSREGISTRATIE

Artikel 2. Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

2° een lijst “leegstaande woningen”.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

        het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        de identiteit en het (de) adres(sen) van de eigenaar(s);

        het nummer en de datum van het opname attest;

        de indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

        eventueel, de datum van de indiening van een beroep zoals vermeld in artikel 5, en de datum en de aard van de beslissing in beroep.

 

 

Artikel 3. Registratie van leegstand

 

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van

leegstaande woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het

intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Met het oog op de actualisering van het leegstandsregister organiseert de gemeente minimaal jaarlijks een algemene controle van de gebouwen en de woningen waarvoor een vermoeden van leegstand bestaat.

 

§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerd opname attest, dat uit één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag bestaat, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.  Het opname attest bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

 

§4. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst:

        Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

        Het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

        Het aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

        De water- en/of winddichtheid van de woning is niet gewaarborgd (bv. belangrijke glasbreuk, buitenschrijnwerk kan niet gesloten worden…);

        Renovatiewerkzaamheden die aan de gang zijn;

        Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

        Een volle of dichtgeplakte brievenbus;

        Een bij de woning of het gebouw horende tuin die langdurig niet of slecht onderhouden is (lang gras, onverzorgd, hinderlijke planten, afval in te tuin, …)

        Rolluiken die neergelaten zijn;

        Het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

        De onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

        Het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

        De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

        Aanvraag om vermindering van onroerende voorbelasting naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

        Getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

        De woning is helemaal/gedeeltelijk niet bemeubeld;

        Indicaties dat de woning voor andere functies dan de woonfunctie gebruikt wordt;

        Indicaties dat het gebouw niet volgens zijn functie wordt gebruikt;

        Andere relevante indicaties van leegstand die ter plaatse kunnen worden vastgesteld.

 

§5. Een gebouw (al dan niet met woonfunctie) dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als leegstaand gebouw of als een leegstaande woning opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Een woning die of een gebouw dat geïnventariseerd is als verwaarloosd kan eveneens worden opgenomen in het leegstandsregister en omgekeerd.

 

Een woning geïnventariseerd als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

Een woning die geregistreerd is als tweede verblijf kan niet opgenomen worden in het

leegstandsregister en omgekeerd.

 

§6. Een nieuwbouw wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

 

 

Artikel 4. Kennisgeving van registratie

 

§1. De eigenaar(s) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

        het opname attest met inbegrip van de technische fiche;

        informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

        informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister;

 

 

Artikel 5. Beroep tegen registratie

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een

verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.

 

§2. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar(s), voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd. 

 

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in Art.5§1 of;

        als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in Art.5§2 of;

        als het beroepschrift niet is ondertekend.
 

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van Art.5§1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

§8. Als het beroep wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het

leegstandsregister.

 

§9. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand, zijnde de opnamedatum vermeld op het opname attest.

 

 

Artikel 6. Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister

 

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1§8.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1§7 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

§2. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data (bv. inschrijving in de bevolkingsregisters) of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

Een huurovereenkomst op zich is onvoldoende om als bewijs te gelden voor de beëindiging van leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw.

 

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de eigenaar een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken overeenkomstig 6§1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

§4. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. Het

onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het verzoek wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

 

Artikel 7. Kennisgeving toezicht
 

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement.

 

 Artikel 8. Overgangsbepaling

 

Het reglement betreffende ‘de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen' van 6 juli 2018 wordt opgeheven vanaf het ingaan van dit reglement op 1 januari 2026.

 

Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met behoud van hun oorspronkelijke opnamedatum.
 

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Woon- en leefomgeving

PUNT 20 : REGLEMENT VOOR INVENTARISATIE EN GEMEENTELIJKE HEFFING OP VERWAARLOOSDE GEBOUWEN EN WONINGEN VANAF 1 JANUARI 2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Sinds 01/01/2017 is de bevoegdheid inzake het verwaarlozingsbeleid van gebouwen en woningen volledig overgedragen aan de gemeente. Het bestaande gemeentelijke reglement inzake verwaarlozing dient aangepast te worden aan de gewijzigde wetgeving. Er wordt vanaf 2026 ook een heffing ingevoerd voor verwaarloosde woningen.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Grondwet, art. 170, § 4.

Vlaamse Codex Wonen van 2021:
artikel 2.2, waarbij de gemeente wordt aangeduid als regisseur van het lokale woonbeleid;
artikels 2.15 tot en met 2.20 betreffende de opmaak van een gemeentelijk verwaarlozingsregister.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2019-2025.

Besluit van de Vlaamse regering van 18 november 2018 betreffende het lokaal woonbeleid, dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om verwaarloosde gebouwen en woningen op te sporen, te registreren en aan te pakken.

Gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2019 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid “IGSW Haspengouw West” voor de periode 2019-2025, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder.

Ministerieel besluit van 14 maart 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode van 2026-2031 

Gemeenteraadsbesluit van 26 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Haspengouw West’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder.

 

Toelichting (feiten en context)

Het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen is sinds kort een verplichte activiteit voor de gemeenten. Het reglement voor de inventarisatie van verwaarloosde gebouwen en woningen wordt daarom aangepast. Er wordt ook een heffing toegepast om verwaarlozing maximaal te kunnen bestrijden.

 

Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen

en bestreden worden om volgende redenen:

• Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen

waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente

een verarming betekent.

• Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en

vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij

passanten en buurtbewoners.

• Verwaarlozing kan een gevoel van onveiligheid creëren, wat een hogere inzet van politie- en

veiligheidsdiensten vraagt.

• Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

• Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

• Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

• Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

 

Gemeenten houden op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. Om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen kan de gemeente een reglement aannemen.

 

In het bestaande verwaarlozingsreglement van 6 juli 2018 werd een woning opgenomen in het register voor verwaarloosde gebouwen en woningen wanneer in het technisch verslag gebreken werden vastgesteld die meer dan 18 punten opleverden. Op uitdrukkelijke vraag van Wonen in Vlaanderen wordt het aantal punten om opgenomen te worden in het verwaarlozingsregister verlaagd naar 9 punten of meer.

 

Verwaarloosde gebouwen en woningen kunnen enkel effectief aangepakt worden als de opname in het register ook leidt tot een heffing. Daarnaast zijn er wel mogelijkheden voorzien aan eigenaars om vrijstelling van de heffing aan te vragen. Schrapping kan enkel als er voldoende renovatiewerken aangetoond worden.De grens voor schrapping uit het register wordt ook naar 9 punten verlaagd.

 

De wijze van registratie, de heffing en de vrijstellingen van heffing die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

De gemeentelijke heffing wordt gevestigd op die woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister. De heffing wordt jaarlijks geïnd tot het pand geschrapt wordt uit het register. De woningen en gebouwen op het verwaarlozingsregister krijgen elk jaar een aangifteformulier.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

Het raad beslist:

Volgend reglement voor de inventarisatie van verwaarloosde woningen goed te keuren:

 

HOOFDSTUK  - Definities

 

Artikel 1. - Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen.

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

  1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheiddie door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
  2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

  a) een aangetekend schrijven;

  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

  1. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  2. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66°: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  3. Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2 van dit reglement;
  4. Opname attest: dit genummerde attest bestaat uit een fotodossier, een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de verwaarlozing staven en als besluit de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister; de datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.
  5. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt opgenomen.
  6. Technische fiche: een fiche waarmee het verwaarlozingsonderzoek ter plaatse gebeurt vanop het openbare domein. Het bevat 2 of meer foto’s van de woning, de vastgestelde aanwijzingen voor verwaarlozing, een aanduiding van de indicaties met bijhorende strafpunten van verwaarlozing die ter plaatse worden vastgesteld, alsook de adresgegevens.
  7. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
  8. Eigenaar: (zakelijk gerechtigde) de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    a) de volle eigendom;
    b) het recht van opstal of van erfpacht;
    c) het vruchtgebruik.
  9. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
    - Overzicht van de stedenbouwkundige niet-vergunningsplichtige werken die zullen worden uitgevoerd.
    - Een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
    - offertes en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken van waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. Deze offertes/facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar;
    - Plan of schets met een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
    - Desgevallend het akkoord van alle mede-eigenaars.
  10. Nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als nieuwbouw gezien wanneer er minder dan zeven jaar verstreken zijn na de afgifte van een omgevingsvergunning.
  11. Ongeschikt en/of onbewoonbaar: woningen en kamers die ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard zijn op basis van Deel 5 van de Vlaamse Codex wonen van 2021, of die onbewoonbaar zijn verklaard op basis van de wet van 24 juni 1988 houdende de Nieuwe Gemeentewet.
  12. Ramp: Een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de eigenaar waardoor de schade aan   de woning of het gebouw dermate is dat het gebruik onmogelijk is geworden bv. door brand,  storm, hagel, …

 

HOOFDSTUK 2. - REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

 

Artikel 2. - Verwaarlozingsregister

§1. De administratie houdt een verwaarlozingsregister bij. Het verwaarlozingsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

 1° een lijst “verwaarloosde gebouwen”;

 2° een lijst “verwaarloosde woningen”.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

        het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de identiteit en het (de) adres(sen) van de eigenaar(s);

        het nummer en de datum van het opname attest,

        de indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

        eventueel, de datum van de indiening van een beroep zoals vermeld in artikel 5, en de datum en de aard van de beslissing in beroep.

 

Artikel 3. - Registratie van verwaarlozing

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van

verwaarloosde woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het

intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opname attest, dat uit één of meerdere foto’s en een technisch verslag bestaat, dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement, met hierop vermelding van de indicaties die de verwaarlozing staven. De datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.

 

§3. Bij dit technisch verslag geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten. Er wordt in dit verslag rekening gehouden met de staat van het buitenschrijnwerk, de gevels en daken, die zichtbaar zijn van op het openbaar domein. Gebreken die maar op enkele plaatsen voorkomen en niet algemeen zijn scoren minder strafpunten dan gebreken die algemeen aanwezig zijn. Met algemeen wordt bedoeld dat dit gebrek algemeen aanwezig is op de delen van het pand die zichtbaar zijn van op het openbaar domein.

 

§4. Een gebouw of een woning dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

 

§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande

gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister en omgekeerd.

Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare

woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

Een woning die geregistreerd is als tweede verblijf kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

 

Artikel 4. - Kennisgeving van registratie

§1. De eigenaar(s), zoals gekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de

Domeinen, worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. De kennisgeving bevat:

        het opname attest met inbegrip van de technische fiche;

        informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;

        informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister. 

        informatie over de mogelijkheid tot vrijstelling van heffing.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de eigenaar(s). Is een

woonplaats van eigenaar niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan diens

verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een eigenaar niet gekend, dan vindt de betekening

plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opname attest betrekking heeft.

 

Artikel 5. - Beroep tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw niet voldoet aan de voorwaarden om opgenomen te worden in het verwaarlozingsregister.
De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een

verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.

 

§2. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd. 

 

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in Art.5§1 of;

        als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in Art.5§2 of;

        als het beroepschrift niet is ondertekend.

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van Art.5§1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het

onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met

opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden. Het beroep wordt

geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd

wordt voor een feitenonderzoek.

 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

§8. Als het beroep wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het

verwaarlozingsregister.

 

§9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing, zijnde de opnamedatum vermeld op de akte.

Artikel 6. - Schrapping uit het gemeentelijk verwaarlozingsregister

§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3, 9 punten of meer zouden opleveren.
In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

 

§2. De eigenaar richt hiervoor een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister;

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§4. Elk inkomend verzoek tot schrapping wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd. 

 

§5. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. Het

onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. In de andere gevallen wordt er een feitenonderzoek (hercontrole) uitgevoerd door het met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelslid. Er wordt dan een nieuw verslag opgemaakt zoals omschreven in artikel 3.

De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

§6. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het

verwaarlozingsregister. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van

schrapping uit het verwaarlozingsregister.

 

§7. De administratie doet uitspraak over het verzoek tot schrapping, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het verzoek, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

Artikel 7. - Beroep tegen weigering tot schrapping

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het

verwaarlozingsregister kan de eigenaar beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroep moet binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de weigeringsbeslissing, per beveiligde zending worden betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

        de weigeringsbeslissing;

        de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het
verwaarlozingsregister.

De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

§2. Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar,

voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als

raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd. 

 

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1 of;

        als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in §2 of;

        als het beroepschrift niet is ondertekend.

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek

gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.

Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met

opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

§8. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het

verwaarlozingsregister.

 

HOOFDSTUK 3. - DE HEFFING

 

Artikel 8. - Heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen

 

§1. Er wordt vanaf  1 januari 2026 een gemeenteheffing gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

 

§2. De heffing voor een verwaarloosde woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister, d.w.z. 12 maanden na datum van het opname attest.

 

§3. Zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt (= de verjaardag).

 

§4. De heffing is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

§5. Een gebouw of woning dat zowel op de verwaarlozings- als leegstandsregister voorkomt, wordt

volgens het tarief van de verwaarlozingsheffing belast.

 

Artikel 9. - Heffingplichtige

§1. De heffing is verschuldigd door eigenaar(s) van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

 

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale heffingschuld.

 

§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als heffingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de 2 maanden na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger(s) van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij afwezigheid van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als heffingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 10. - Tarief van de heffing

De heffing bedraagt:

 

1° Indien het gebouw of woning een eerste termijn van 12 maanden op de inventaris staat, bedraagt de heffing:

- 2000 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

2° Indien een gebouw of woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden in het

verwaarlozingsregister staat, bedraagt de heffing:

- 3000 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

3° Indien een gebouw of woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het

verwaarlozingsregister staat, bedraagt de heffing:

- 4000 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

4° Indien een gebouw of woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het

verwaarlozingsregister staat, bedraagt de heffing:

- 5000 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

 

Dit laatste bedrag blijft het bedrag van de aanslag voor ieder volgende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat. De heffing is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. 

 

Artikel 11. - Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier.

De eigenaar die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in Art.11§4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren.

Als de eigenaar niet meewerkt aan het feitenonderzoek ter plaatse, wordt de aanvraag tot vrijstelling of aanvraag tot verlenging van de vrijstelling ambtshalve geweigerd. De medewerker omschreven in Art.3§1 moet immers in staat zijn kennis te nemen van de staat van het gebouw of de voortgang van de meegedeelde werken.

 

§2. Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend. Wanneer een vrijstelling, volgens die hiernavolgende bepalingen, gedurende meerdere jaren verlengd kan worden, dient de heffingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen en datten laatste voor de verjaardag van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

Bij elke aanvraag zal de administratie op dat ogenblik beoordelen of aan de voorwaarden van de vrijstelling is voldaan. De eigenaar wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling. De administratie vermeldt in de kennisgevingsbrief het aanslagjaar waarvoor er vrijstelling verleend wordt.

 

§3 Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning of het gebouw in het gemeentelijk verwaarlozingsregister staan en blijft ze belastbaar, maar moet de heffing voor dat aanslagjaar niet betaald worden. Als een woning of gebouw na het verlopen van de vrijstellingstermijn nog steeds opgenomen is in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, dan wordt de heffing vastgesteld op basis van het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het register is opgenomen.

 

§4. Volgende situaties kunnen aanleiding geven tot een vrijstelling:

 

  1. Een eigenaar die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en die niet over een andere woning beschikt. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in vanaf de opnamedatum in het verwaarlozingsregister. Deze vrijstelling kan max. 2 keer verlengd worden en geldt desgevallend ook voor de mede-eigenaars. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
     
  2. Een eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw en die tijdelijk of permanent verblijft in een erkende ouderenvoorziening , zorginstelling of zorgwoning of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Deze vrijstelling kan enkel gevraagd worden voor de woning waar de eigenaar zijn laatste hoofdverblijfplaats had tot de opname in een erkende ouderenvoorziening, zorginstelling of zorgwoning en op voorwaarde dat deze de laatste persoon was die in de verwaarloosde woning was gedomicilieerd of als laatste overblijft na overlijden van zijn echtgenoot of levenspartner die aldaar als laatste nog gedomicilieerd was. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in vanaf de inventarisatiedatum in het verwaarlozingsregister wanneer de opname van de eigenaar plaatsvond vóór de inventarisatie of gaat in vanaf de datum van opname van de eigenaar. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling of een melding van zorgwoning of een attest van de huisdokter moet jaarlijks worden voorgelegd.
    Deze vrijstelling geldt desgevallend ook voor de mede-eigenaars.
     
  3. Een eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw en diens handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing op basis van het Burgerlijk Wetboek. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in vanaf de inventarisatiedatum in het verwaarlozingsregister wanneer de beslissing over de handelingsbekwaamheid van de eigenaar plaatsvond vóór de inventarisatie of vanaf de datum van de beslissing over de handelingsbekwaamheid van de eigenaar. Een  afschrift van de gerechtelijke beslissing moet jaarlijks worden voorgelegd. Deze vrijstelling kan max. 2 keer verlengd worden en geldt desgevallend ook voor de mede-eigenaars.
     
  4. De eigenaar(s) is/zijn sinds minder dan één jaar eigenaar van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling enkel geldt voor de eerstvolgende heffing volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De eigenaar levert zelf hiervoor de nodige bewijzen. Als het een woning betreft, kan er enkel een vrijstelling worden verleend als dit de enige woning in eigendom is van de zakelijk gerechtigde. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan

        vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap

        vzw’s waar de eigenaar lid van is

        bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament.
 

  1. Als de eigenaar(s) meerdere woningen en/of gebouwen bezit(ten) die hij of zij tegelijk wil(len) slopen, verbouwen of renoveren om economische efficiëntieredenen, voor zover er een planning kan voorgelegd worden en er jaarlijks over wordt gerapporteerd op het gemeentelijk woonoverleg. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 2 keer verlengd worden. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar(s) aangevraagd worden conform artikel 11.

 

  1. De woning of het gebouw wordt gerenoveerd. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

        wanneer het gaat over handelingen die een omgevingsvergunning vragen: er moet een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van deze omgevingsvergunning.  Deze vrijstelling kan max. 2 keer verlengd worden.

        wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er moet een renovatienota worden voorgelegd, zoals omschreven in artikel 1 - 12. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar vanaf de goedkeuring van de renovatienota door het college van burgemeester en schepenen en kan max. 2 keer verlengd worden.

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar aan dezelfde eigenaar(s) én deze eigenaar(s)  kan/kunnen aansluitend een tweede en een derde jaar vrijgesteld worden, als hij aantoont dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken is geboekt. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
 

  1. De woning of het gebouw wordt gesloopt op basis van een niet-vervallen omgevingsvergunning of conform hoofdstuk 13  “Afbraak” van het BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. De eigenaar(s) kan/kunnen maximaal 1 aanslagjaar vrijstelling genieten. Deze vijstelling gaat in vanaf de goedkeuring van de sloopvergunning of vanaf het voorleggen van een getekende offerte of voorschot factuur voor het uitvoeren van de sloop.
     
  2. De woning of het gebouw is gelegen binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar nadat het onteigeningsplan eventueel ongedaan gemaakt wordt of de onteigening effectief wordt. Deze vrijstelling kan max. 2 keer verlengd worden en moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
     
  3. De woning of het gebouw is beschermd als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 12 juli 2013. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 2 keer verlengd worden. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
     
  4. De woning of het gebouw werd vernield of beschadigd ten gevolge van een plotse ramp (van brand, ontploffing of ramp veroorzaakt door natuurlijke elementen). Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.  Deze vrijstelling kan max. 2 keer verlengd worden en moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
     
  5. De woning of het gebouw kan onmogelijk effectief gebruikt worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij jaarlijks voorgelegd worden en de eigenaar moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. De oorzaak van de verzegeling of het betredingsverbod dient evenwel vreemd te zijn aan de eigenaar(s). Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de heffing;
    Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in:

        vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik indien de zaak start na registratie in het verwaarlozingsregister.

        vanaf de registratiedatum indien de procedure gestart is voor de registratie in het verwaarlozingsregister.

De vrijstelling kan jaarlijks verlengd worden tot het aanslagjaar volgend op het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod; De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11.
 

  1. Wanneer de verwaarlozing het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de eigenaar(s) van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat deze een einde stelt aan de verwaarlozing.
    De eigenaar(s) dient/dienen de overmacht aan te tonen en de bewijzen hieromtrent aan te leveren. In het geval de situatie van overmacht meerdere jaren zou duren, dient de verlenging jaarlijks door de eigenaar(s) in overeenstemming met artikel 11 aangevraagd te worden.
    Deze vrijstelling wordt ieder jaar opnieuw bekeken en eventueel toegekend of geweigerd door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
     

Het goed dat tijdelijk vrijgesteld werd van de heffing, zal na afloop van de vrijstellingsperiode automatisch en zonder voorafgaande verwittiging, opnieuw onderworpen worden aan de heffing waarvan het tijdelijk werd vrijgesteld. De heffing die op dat moment verschuldigd is, is deze van het aantal termijnen van 12 maanden dat de woning of het gebouw op de inventaris staat.

 

 

Artikel 12. - Aangifteformulier

§1. De heffingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd door de belastingplichtige voor 15 juli van het aanslagjaar. Ook de belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden om uiterlijk 15 juli van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. Bij gebrek aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de heffingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de

ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

§3. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar.

Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

§4. De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaar. De door hem opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

 

Artikel 13. - Aanslagbiljet

De heffing wordt ingevorderd bij wege van een aanslagbiljet dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen,  Het aanslagbiljet wordt tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zo snel mogelijk en zonder kosten voor de belastingplichtigen

Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het aanslagbiljet ook de verzendingsdatum, de uiterste betaaldatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan ingediend worden, de benaming, het adres, en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de heffingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

 

 

Artikel 14. - Betalingstermijn

De heffing moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de heffing niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

 

Artikel 15. - Bezwaar tegen de heffing

De heffingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de heffing bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

De heffingplichtige of zijn vertegenwoordiger vermeld expliciet in zijn bezwaarschrift of hij gehoord wil worden. Enkel dan zal men worden uitgenodigd worden op een hoorzitting, waarbij men de kans krijgt zijn bezwaar mondeling uiteen te zetten. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.

 

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen, na de indiening van het bezwaarschrift, een ontvangstmelding. Enerzijds naar de heffingplichtige (en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger) en anderzijds naar de financieel directeur.

 

 

Artikel 16.  - Kennisgeving toezicht

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement.

 

 

 Artikel 17. - Overgangsbepaling

Het reglement betreffende ‘de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen' van 6 juli 2018 wordt opgeheven vanaf het ingaan van dit reglement op 1 januari 2026.

 

Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen in het verwaarlozingsregister, blijven opgenomen in het register met behoud van hun oorspronkelijke opnamedatum.
Voor deze adressen die reeds in het register staan, start de eerste periode van twaalf maanden voor de heffing vanaf het moment dat dit reglement in voege is gegaan. 

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 21 : OPCENTIEMEN ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN 2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Vanaf 1 januari 2015 is de vestiging van opcentiemen op gewestbelastingen die op het KI gebaseerd zijn, weer mogelijk. De wet van 19 april 2014 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzake de vestiging van aanvullende belastingen op gewestbelastingen heeft hiertoe een nieuw artikel 464/1 ingevoerd in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.5.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, inzonderheid de artikelen 2.5.4.0.2, 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5.;

Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van de leegstand en de verkrotting van gebouwen en/of woningen en latere wijzigingen;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, art. 464/1;

Hoofdstuk VIII, afdeling 2 Decreet van 22 december 1995 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

De financiële toestand van de gemeente;

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1

Er wordt vanaf het aanslagjaar 2026 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013, zoals gewijzigd.

 

Art. 2

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.

 

Art. 3

Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

 

Art. 4

Dit besluit wordt vóór 01.03.2026 per aangetekende brief verstuurd naar :

Agentschap Vlaamse Belastingdienst

Mevr. Els Slagmulder

Dienst financiële opvolging

Koning Albert II-laan 35 bus 62

1030 Brussel

 

Art. 5

Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemene financiering

PUNT 22 : OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN HEFFING OP LEEGSTAANDE EN/OF VERWAARLOOSDE BEDRIJFSRUIMTEN - VANAF AANSLAGJAAR 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Vanaf 1 januari 2015 is de vestiging van opcentiemen op gewestbelastingen die op het KI gebaseerd zijn, weer mogelijk. De wet van 19 april 2014 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzake de vestiging van aanvullende belastingen op gewestbelastingen heeft hiertoe een nieuw artikel 464/1 ingevoerd in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;

Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid Hoofdstuk III, artikel 15, betreffende de mogelijkheid om gemeentelijke opcentiemen te heffen;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, art. 464/1;

De financiële toestand van de gemeente.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1

Er wordt vanaf aanslagjaar 2026 ten voordele van de gemeente Wellen, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.

 

Art. 2

De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen

 

Art. 3

Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

 

Art. 4

Dit besluit wordt vóór 01.03.2026 per aangetekende brief verstuurd naar :

Agentschap Vlaamse Belastingdienst

Dienst financiële opvolging

Koning Albert II-laan 35 bus 62

1030 Brussel

 

Art. 5

Dit reglement geldt tot andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Cultuur en vrije tijd

PUNT 23 : RETRIBUTIEREGLEMENT KERMISSEN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De organisatie en het laten plaatsvinden van kermisactiviteiten op het grondgebied van Wellen brengt kosten met zich mee waaronder afvalverwerking, elektriciteitsverbruik, waterverbruik etc. Om deze kosten te financiering is het aangewezen een retributie te vragen aan de kermiskraamhouders voor zowel het elektriciteitsgebruik als de standplaats.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd; Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

Bestuursdecreet van 7 december 2018 Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en alle latere wijzigingen;

 

Toelichting (feiten en context)

Vanaf 2024 heeft Fluvius  het beheer van de kermisaansluitingen overgedragen aan de steden en gemeenten.

 

Om deze reden plaatste Fluvius op plaatsen waar kermissen plaatsvinden additionele elektriciteitskasten waarop de kermisuitbaters zich vanaf 2025 kunnen op aansluiten. Fluvius stuurt alle elektriciteitsfacturen van deze kasten integraal naar het gemeentebestuur van Wellen. Het gemeentebestuur rekent deze kosten door aan de kermisuitbaters via een vast bedrag per type stroomaansluiting.

 

Verder houdt de organisatie van kermissen op het grondgebied van Wellen additionele kosten voor de gemeente in o.a. extra vuilnis, inzetting van personeel, etc. Om deze redenen wordt een vast standgeld bepaald per type van kermisattractie.

 

De standhouders dienen de elektriciteitsaansluitingen en standplaatsen tijdig aan te vragen via een aanvraagformulier. Dit formulier wordt aan de kandidaat-uitbaters bezorgd door de gemeentelijke administratie en dient door de kandidaat-uitbater ingevuld terug te worden bezorgd.

 

Tijdens de opstelling van de kermisattracties en wanneer deze worden ingeplugd op de evenementenkast, moet de aansluitkabel worden gelabeld door de kermisuitbater waarop duidelijk de naam van de uitbater op wordt beschreven. Deze naam moet overeenstemmen met de naam van de aanvrager die op het aanvraagformulier vermeld staat.

 

Bij onrechtmatig gebruik van de elektriciteitskasten zal er een boete worden aangerekend.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Met ingang vanaf 01.01.2026 wordt een retributie gevraagd voor de staanplaats en de aansluiting op de gemeentelijke elektriciteitskasten van kermiskramen.

 

Art. 2 De gemeentelijke administratie bezorgt een aanvraagformulier om een standplaats toegewezen te krijgen en een aansluiting op de gemeentelijke elektriciteitskasten aan te vragen aan de kandidaat kermisuitbaters.

 

Het aanvraagformulier dient correct, volledig en uiterlijk op 30 april van het desbetreffende kalenderjaar terug worden bezorgd aan de gemeentelijke administratie.

 

De aanvrager moet op het moment van opstellen en het aansluiten van kermiskramen op de gemeentelijke elektriciteitskast de kabel van deze aansluiting duidelijk te labelen. Op deze label moet de naam duidelijk vermeld staan en moet overeenstemmen met de naar die wermeld wordt op het aanvraagformulier.

 

Enkel gebruikers die een positief keuringsverslag van zijn installatie(s), met vermelding van het totaal vermogen, kunnen voorleggen mogen gebruik maken van de gemeentelijke elektriciteitskasten.

 

Art. 3 De onderstaande retributies worden geheven op de aansluitingen op de gemeentelijke elektriciteitskasten. Deze retributie geldt voor de volledige duur van de kermis. 

  1. Voor het gebruik van een rood stopcontact (64 ampère)   100 EUR
  2. Voor het gebruik van een blauw stopcontact (32 of 16 ampère)  50 EUR

 

Art. 4 De onderstaande retributies worden geheven op de standplaatsen van de kermiskramen en zijn geldig op het gehele grondgebied van Wellen:

 

Attractietype

Standgeld (in EUR)

Eetgelegenheden (o.a. frituren)

60

Kleine kramen (o.a. eendjes, ballen gooien)

25

Grote kramen (o.a. botsauto's, rups)

140

Lunaparken

80

Funhouse

50

Drankgelegenheden (o.a. cocktailbar)

50

 

Art 5 indien blijkt dat er onrechtmatig stroom wordt afgenomen van de gemeente, zal een additionele retributie worden aangerekend nl:

  1. Voor het gebruik van een rood stopcontact (64 ampère)   500 EUR
  2. Voor het gebruik van een blauw stopcontact (32 of 16 ampère)  250 EUR

 

Onrechtmatig is gedefinieerd als elke vastgestelde afwijking tussen de effectieve elektriciteitsafname en deze die initieel in het aanvraagformulier werd opgenomen en goedgekeurd. Indien er geen aanvraagformulier werd ingevuld voor het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten en er toch een aansluiting wordt vastgesteld, zullen de bovenstaande tarieven worden aangerekend aan de kermisuitbater.

 

Art 6 De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag heeft ingediend.

 

Art 7 Er wordt een factuur toegezonden die betaald moet worden binnen de termijn zoals bepaald op de factuur en uiterlijk voordat de kermisopstelling plaatsvindt. Bij een niet of laattijdige betaling zal de retributie ingevorderd worden cf. art. 177 van het decreet lokaal bestuur en zal het verschuldigde bedrag verhoogd worden met 100 EUR.

 

Art 8 Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

 

Art 9 Met ingang van 01.01.2026 worden alle eerdere retributiereglement betreffende de standplaats vergoeding opgeheven en vervangen door dit retributiereglement.

 

Art 8 Dit retributiereglement geldt tot een andersluidende beslissing.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Cultuur en vrije tijd

PUNT 24 : TARIEFREGLEMENT VOOR HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE SPORTHAL EN POLYVALENTE ZAAL M.I.V. 1/01/2026

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Aanpassing van de tarieven van de sporthal en de polyvalente zaal.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

 

Toelichting (feiten en context)

Uit de raadpleging van de verenigingen i.h.k.v. de opmaak van het meerjarenplan, kwam de opmerking dat de tarieven van de sporthal hoger liggen dan in de omliggende gemeenten. Eén van de redenen daarvoor is de jaarlijkse indexering, die in meerdere omliggende gemeenten niet geldt.

 

We kiezen ervoor om een vast tarief in te voeren, dat lager ligt dan onze huidige tarieven en om de indexering niet langer jaarlijks automatisch toe te passen.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 Het tariefreglement voor het gebruik van de gemeentelijke sporthal en polyvalente zaal zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in vergadering van 29.04.2011 wordt vervangen en vastgesteld als volgt:

 

1. SPORTHAL

 

A. PER UUR VOOR SPORTIEVE ORGANISATIES

 

Wellense verenigingen/inwoners Wellen:

 

Tarieven voor senioren/volwassenen:

volledige sporthal: € 18/uur

2/3 sporthal: € 12/uur

1/3 sporthal: € 6/uur

 

Tarieven voor jeugd (-16 jaar):

volledige sporthal: € 12/uur

2/3 sporthal: € 8/uur

1/3 sporthal: € 4/uur

 

Tarieven voor daluren (alle dagen tussen 9u en 17u):

volledige sporthal: € 8/uur

2/3 sporthal: € 5/uur

1/3 sporthal: € 3/uur

 

Verenigingen buiten Wellen/niet-inwoners:

 

Tarieven voor senioren/volwassenen:

volledige sporthal: € 30/uur

2/3 sporthal: € 20/uur

1/3 sporthal: € 10/uur

 

Tarieven voor jeugd (-16 jaar):

volledige sporthal: € 21/uur

2/3 sporthal: € 14/uur

1/3 sporthal: € 7/uur

 

Tarieven voor daluren (alle dagen tussen 9u en 17u):

volledige sporthal: € 15/uur

2/3 sporthal: € 10/uur

1/3 sporthal: € 5/uur

 

B. PER DAGELIJKSE ORGANISATIE

 

a. Wellense scholen krijgen 1x per jaar de sporthal gratis voor de organisatie van een sportdag.

 

b. Afhuren van de sporthal voor tornooien (sportief gebruik):

Tarieven daluren (zie A)

 

c. Afhuren van de sporthal voor niet-sportieve organisaties:

Verenigingen/inwoners van Wellen: € 700

Verenigingen buiten Wellen/niet-inwoners: € 1.000

Steeds te bespreken met het college van burgemeester en schepenen

 

2. POLYVALENTE ZAAL

 

A. PER UUR VOOR SPORTIEVE ORGANISATIES

 

Wellense verenigingen/inwoners Wellen:

Tarief voor senioren/volwassenen: € 10/uur

Tarief voor jeugd (-16 jaar: -30%): € 7/uur

 

Verenigingen buiten Wellen/niet-inwoners Wellen:

Tarief voor senioren/volwassenen: € 20/uur

Tarief voor jeugd (-16 jaar: -30%): € 14/uur

 

3. SQUASH

 

1/2 uur: € 6/plein (= 1 jeton)

Indien de squashcourts voor andere doeleinden dan squash worden verhuurd (vb. dansles, groepstrainingen, ...) wordt de huurprijs voor de squashcourts vastgelegd op het huurtarief van toepassing voor de huur van 1/3 sporthal.

 

Art. 2 De bij art. 1 vastgestelde tarieven worden niet geïndexeerd.

 

Art. 3 De tarieven dienen betaald te worden na ontvangst van de factuur. De facturen worden maandelijks opgemaakt.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Cultuur en vrije tijd

PUNT 25 : TUSSENKOMST TEN BEHOEVE VAN DEELNAME VOOR WELLENSE KINDEREN MET EEN BEPERKING AAN SPORTKAMPEN/-DAGEN BUITEN DE GEMEENTEN À RATO VAN € 5 PER DEELNEMER PER DAG, ONDER WELBEPAALDE VOORWAARDEN - VANAF 2026 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Wellense kinderen met een beperking die wensen deel te nemen aan sportkampen voor kinderen met een beperking, laten genieten van een tussenkomst in deze sportkampen

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Bestuursdecreet van 7 december 2018

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

Toelichting

Gemeente Wellen organiseert tal van sportkampen. Evenwel, kinderen met een beperking kunnen niet altijd deelnemen aan deze sportkampen. Het is aangewezen aan deze kinderen een tussenkomst toe te kennen indien zij deelnemen aan een sportkamp buiten de gemeente, afgestemd op hun noden.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

Art. 1 De gemeente zal tussen komen in de kosten voor deelname van Wellense kinderen met een beperking aan sportkampen/-dagen buiten de gemeente  à rato van € 5 per deelnemer per dag, onder bepaalde voorwaarden:

1) de kinderen moeten in Wellen woonachtig zijn (hoofdverblijfplaats)

2) de kinderen mogen maximum 21 jaar zijn op moment van deelname

3) het maximum aantal dagen dat er een tussenkomst gevraagd/toegekend kan worden bedraagt 60 dagen

4) de ouder(s) dienen een aanvraag in te dienen bij de sportdienst. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van een attest van de organisatie van het gevolgde sportkamp/-dag, waaruit blijkt dat dit een sportkamp is voor kinderen met een beperking

5) de goedkeuring van de terugbetaling zal gebeuren door het schepencollege op basis van de aanvraag en bijgevoegde attest

6) de terugbetaling zal rechtstreeks gebeuren aan de ouder(s)

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Zorg en welzijn

PUNT 26 : TEWERKSTELLING - PROJECTVERENIGING BIJZIG HASPENGOUW  - WERKJAAR 2024 -  ACTIVITEITENVERSLAG, DE JAARREKENING EN HET VERSLAG VAN DE CONTROLE OP DE FINANCIËLE TOESTAND - AANSTELLEN VEREFFENAAR - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Activiteitenverslag, jaarrekening en het verslag van de controle op de financiële toestand  voor werkjaar 2024 van de projectvereniging Bijzig Haspengouw.

Noodzaak tot aanstellen van een vereffenaar.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Besluit gemeenteraad van 25.05.2018 tot goedkeuren van de statuten van de intergemeentelijke samenwerking wijk-werken Haspengouw

Besluit gemeenteraad van 22.12.2023 tot verlenging van de samenwerking en goedkeuring van de statuten van de intergemeentelijke samenwerking / projectvereniging Bijzig

 

Toelichting (feiten en context)

Op 1 januari 2018 trad het Wijk-werken Decreet van 7 juli 2017 in werking. Met dit decreet wil de Vlaamse overheid werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de kans geven om werkervaring op te doen. Dit gebeurt via maatschappelijk relevante activiteiten binnen een realistische arbeidsmarktomgeving.

Het wijk-werken vormt een essentieel onderdeel van het lokaal sociaal tewerkstellingsbeleid en wordt in onze regio georganiseerd door de interlokale projectvereniging ‘Bijzig’ (vroeger ‘Wijk-werken Haspengouw’). Deze vereniging

omvat acht steden en gemeenten: Sint-Truiden, Gingelom, Nieuwerkerken, Heers, Wellen, Alken, Kortessem en Borgloon.

In de voorbije jaren evolueerde Bijzig van een organisatie die enkel het wijk-werken beheerde naar een regionale koepelvereniging voor alle tewerkstellingsinitiatieven die zich richten op werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt. De vereniging voert de opdrachten uit die door de Vlaamse overheid aan de lokale besturen worden toegewezen. In dat kader neemt zij de regierol sociale economie en werk op zich voor de regio, organiseert ze de gemeenschapsdienst, werkt ze aan lokale partnerschappen binnen het Europese project ‘Capacity Building’, en ondersteunt ze de OCMW’s bij hun activeringsbeleid.

Artikel 13, §2 van de statuten bepaalt dat de jaarrekening en het activiteitenverslag samen met het jaarlijks attest van de accountant elk jaar aan de deelnemende steden en gemeenten ter goedkeuring aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

De projectvereniging Bijzig werd opgericht op 1 juli 2018 voor een maximumduur van zes jaar. Volgens artikel 4, §2 van de statuten kan de vereniging enkel worden verlengd mits instemming van alle deelnemende gemeenten én na een expliciet besluit van elke gemeenteraad.

Na vernietiging door de gouverneur van het besluit van 19 december 2024 van de raad van bestuur van Bijzig tot teruggave van de startkapitalen van de fuserende gemeenten Borgloon en Kortessem, stelt hij dat de projectvereniging vereffend had moeten worden bij gebreke van unanieme verlengingsbeslissing voor het einde van de termijn op 31 december 2024.

We dienen bijgevolg vast te stellen dat de projectvereniging vanaf 31 december 2024 van rechtswege ontbonden is.

Volgens artikel 14 van de statuten moeten, bij het beëindigen van de vereniging, de deelnemende gemeenten gezamenlijk één of meer vereffenaars aanstellen. Deze staan in voor de afhandeling van de middelen en eventuele schulden, die vervolgens evenredig worden verdeeld over de deelnemende gemeenten op basis van het inwonersaantal op 1 januari van het betreffende jaar.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan de jaarrekening en het activiteitenverslag 2024 onder voorbehoud van de subsidiëring en Luc Beckers Bedrijfsrevisor, met kantoor te 3800 Sint-Truiden, Witte Brugstraat 20 te 3800 Sint-Truiden aan te stellen als vereffenaar van de projectvereniging Bijzig.

 

BESLUIT:

goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 De gemeenteraad keurt de jaarrekening en het activiteitenverslag 2024 van de projectvereniging 'Bijzig' goed onder voorbehoud van de subsidiëring.

 

Art. 2  De gemeenteraad keurt de aanstelling van Luc Beckers Bedrijfsrevisor , met kantoor te 3800 Sint-Truiden, Witte Brugstraat 20 te 3800 Sint-Truiden als vereffenaar van de projectvereniging Bijzig goed.

 

Art. 3 Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikel 326 tot en met 334) van het Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Zorg en welzijn

PUNT 27 : OPRICHTING PROJECTVERENIGING BIJZIG 2.0 - GOEDKEURING

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Doorstart projectvereniging Bijzig na vereffening door uittreden Borgloon en Kortessem.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

 

Toelichting (feiten en context)

De projectvereniging Bijzig werd opgericht op 1 juli 2018 voor een maximumduur van zes jaar. Volgens artikel 4, §2 van de statuten kon de vereniging enkel worden verlengd mits instemming van alle deelnemende gemeenten én na een expliciet besluit van elke gemeenteraad. Aangezien stad Borgloon op 1 januari 2025 ging fuseren met stad Tongeren, en gemeente Kortessem met stad Hasselt, hebben de deelnemende gemeenten in 2023 gezamenlijk beslist de samenwerking slechts te verlengen met zes maanden, namelijk tot 31 december 2025. De zes overblijvende gemeenten, zijnde Sint-Truiden, Gingelom, Nieuwerkerken, Heers, Wellen en Alken, hebben, nadat ze foutief juridisch geïnformeerd waren, terzelfdertijd beslist de projectvereniging voor vijf jaar te verlengen vanaf 1 januari 2025. Ook de nieuwe statuten werden in hetzelfde gemeenteraadsbesluit goedgekeurd.

Na vernietiging door de gouverneur van het besluit van 19 december 2024 van de raad van bestuur van Bijzig tot teruggave van de startkapitalen van de fuserende gemeenten Borgloon en Kortessem, stelt hij dat de projectvereniging vereffend had moeten worden bij gebreke van unanieme verlengingsbeslissing voor het einde van de termijn op 31 december 2024. We dienen bijgevolg vast te stellen dat de projectvereniging vanaf 31 december 2024 van rechtswege ontbonden is.

De gemeenteraden van de oprichtende acht gemeenten werden hiervoor gevraagd een vereffenaar aan te duiden.

Door de gemeenteraadsbesluiten van 2023 waarbij de overblijvende zes gemeenten akkoord gingen met de verlenging en de statuten, die tevens niet vernietigd werden door de toezichthoudende overheid, kunnen we afleiden dat zij steeds de intentie van verlenging van de activiteit na 1 januari 2025 hadden en er sedertdien sprake is van "Bijzig 2.0." in oprichting.

Om de situatie te regulariseren wordt met dit gemeenteraadsbesluit "Bijzig 2.0" opgericht en de statuten voor "Bijzig 2.0." goedgekeurd worden, tevens zal er een nieuw ondernemingsnummer aangevraagd worden.

De inhoud van de statuten blijft ongewijzigd. De projectvereniging wordt opgericht voor de maximumduur van 6 jaar vanaf het verleden van de akte van oprichting door de burgemeester van de gemeente waar de zetel gevestigd wordt. Tijdens deze periode is er geen uittreding mogelijk. De projectvereniging organiseert het wijkwerken in uitvoering van het Vlaamse decreet en stimuleert samenwerking tussen lokale besturen rond tewerkstelling en activering. Ze helpt werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op te doen via maatschappelijk relevante activiteiten in een echte werkomgeving. Daarnaast neemt ze de regierol op inzake sociale economie en werk, organiseert ze andere tewerkstellings- en activeringsprojecten (zoals gemeenschapsdienst en Europese partnerschappen) en zet ze zich in om de tewerkstellingskansen van kwetsbare groepen te vergroten en hun aansluiting met de arbeidsmarkt te verbeteren. Het enige orgaan van de projectvereniging is de raad van bestuur. Elke deelnemende gemeente heeft twee leden zetelen in de raad van bestuur, één stemgerechtigd lid, dit is een lid van het college van burgemeester en schepenen van de deelnemende gemeente en één raadgevend lid, dit is een lid van de gemeenteraad, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de oprichting van "Bijzig 2.0." samen met de deelnemende lokale besturen Gingelom, Nieuwerkerken, Heers, Sint-Truiden en Alken en de statuten goed te keuren.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 De gemeenteraad keurt de oprichting van de projectvereniging "Bijzig 2.0." samen met de deelnemende lokale besturen Gingelom, Nieuwerkerken, Heers, Sint-Truiden en Alken goed.

 

Art. 2 De gemeenteraad keurt de statuten van de projectvereniging "Bijzig 2.0." goed.

 

Art. 3 Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikel 326 tot en met 334) van het Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn

PUNT 28 : PROJECTVERENIGING BIJZIG: 2.0 AANDUIDING AFGEVAARDIGDEN IN DE RAAD VAN BESTUUR

 

DE RAAD,

 

Argumentatie

De gemeente keurde de verlenging en statuten van de projectvereniging Bijzig van 2025 tot 2031

goed tijdens de gemeenteraad van 15 december 2025 en maakt deel uit van deze projectvereniging.

 

De projectvereniging Bijzig 2.0 vraagt aan de gemeenteraad om de aanduiding van twee

nieuwe afgevaardigden, namelijk een stemgerechtigd lid (deze leden zijn burgemeester, schepen of

raadslid) en een raadgevend lid (een raadslid dat niet behoort tot de fracties vertegenwoordigd in het college).

 

Artikel 6 – samenstelling

§1 De projectvereniging wordt geleid door een Raad van Bestuur, waarvan de leden worden aangesteld door de deelnemende steden en gemeenten.

§2 De Raad van Bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en leden met raadgevende stem. De leden zijn natuurlijke personen.

Elke gemeente vaardigt één stemgerechtigd lid af naar de Raad van Bestuur. De stemgerechtigde leden zijn burgemeester of schepenen van de deelnemende stad of gemeente. Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem.

De leden met raadgevende stem zijn afgevaardigden van de deelnemende steden en gemeenten, voor iedere stad of gemeente één. Deze afgevaardigde zijn steeds raadsleden verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen of aangesteld is als voorzitter van het OCMW.

 

De ingediende kandidatuur door Els Robeyns, Burgemeester, als stemgerechtigd bestuurslid en de

ingediende kandidatuur door Gert Vandenrijn, raadslid, als raadgevend bestuurslid.

Het resultaat van de geheime stemming over de ingediende kandidaturen.

 

Juridische grond

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 34 § 2, 2°.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Artikel 1

Mevr. Els Robeyns, burgemeester, Bloemenstraat 41, 3830 Wellen, wordt aangeduid als stemgerechtigd lid van de raad van bestuur van de projectvereniging.

 

Artikel 2

Dhr. Gert Vandenrijn, gemeenteraadslid, Langenakker 128, 3830 Wellen, wordt aangeduid als raadgevend lid van de raad van bestuur van de projectvereniging.

Mevr. Wendy Bex, gemeenteraadslid, Kortessemstraat 41 A, 3830 Wellen, wordt aangeduid als plaatsvervangend raadgevend lid.

 

Artikel 3

Deze aanstelling blijft geldig gedurende de volledige legislatuur of tot andersluidende gemeenteraadsbeslissing.

 

Artikel 4

Afschrift van dit besluit wordt voor verder gevolg en uitvoering overgemaakt aan de maatschappelijke zetel van de projectvereniging, Kazernestraat 13, 3800 Sint-Truiden.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Zorg en welzijn

PUNT 29 : SAMENWERKINGSOVEREENKOMST IGP ELZ HASPENGOUW

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

Beëindiging van LPHasp door uittreding van fusiegemeenten.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur 22.12.2017, gecoördineerd

OCMW-decreet van 19.12.2008, gecoördineerd

Organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 5 april 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s’

 

Toelichting (feiten en context

Deze samenwerkingsovereenkomst bevat nadere bepalingen met betrekking tot de oprichting en werking van een intergemeentelijke preventiewerking in ELZ (eerstelijnszone) Haspengouw, zoals in het leven geroepen door het ‘Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 5 april 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s’. Dit BVR biedt lokale besturen de mogelijkheid om gebruik te maken van een subsidie van de Vlaamse Overheid om, mits cofinanciering, hun (terrein)werking rond preventief gezondheidsbeleid te versterken, met de opportuniteit om lokaal ‘Health in all Policies’ te ontwikkelen.

De intergemeentelijke preventiewerking heeft als doel inwoners van de deelnemende gemeenten op een toegankelijke manier te helpen om gezond te leven aan de hand van interventies en kwaliteitsvolle projecten die gezond gedrag stimuleren en een gezonde omgeving creëren (cfr. preventiemethodieken). De intergemeentelijke preventiewerking streeft naar gezondheidswinst voor iedereen, met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen.

 

Om deze subsidie te kunnen bekomen, is vereist dat de aanvraag gebeurt via een intergemeentelijke samenwerking, in casu een samenwerking tussen minimum twee aanpalende lokale besturen uit eenzelfde eerstelijnszone, een voorwaarde die in ELZ Haspengouw is vervuld. ELZ Haspengouw dient voor de deelnemende lokale besturen de ‘engagementsverklaring tot starten van een lokale preventiewerking’ bij het Departement Zorg van de Vlaamse overheid in. 

 

Het jaarlijks bedrag van de subsidie van de Vlaamse Overheid bedraagt 3.000 euro per gemeente, vermeerderd met een bedrag van 0,08 euro per inwoner en 0,16 euro per inwoner die recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van het RIZIV. Het bedrag van de subsidie bedraagt voor de deelnemende lokale besturen in 2025:

Gingelom:  €4.482  18%

Heers:   €4.392  17%

Nieuwerkerken: €4.340  17%

Sint-Truiden:  €8.167  31%

Wellen:  €4.381  17%

 

Dit bedrag wordt jaarlijks herzien op basis van het aantal inwoners en indexering.  De eventuele extra werkingskosten die de lokale preventiewerking Haspengouw met zich meebrengt, bovenop de cofinanciering van iedere gemeente, wordt verdeeld over de 5 gemeenten volgens het percentage van de cofinanciering.

 

De lokale besturen Gingelom, Heers, Nieuwerkerken, Sint-Truiden en Wellen co-financieren jaarlijks minstens de bedragen hierboven vermeld.

 

Argumentatie

Het is wenselijk de preventiewerking naar inwoners verder te zetten na beëindiging van het project LPHAsp. Het is financieel voordeliger om dit verder te zetten via een nieuwe intergemeentelijke samenwerking, gelet op de efficiëntie, kostprijs en verzameling van kennis.

 

Gelijkblijvend beleid

Budget/kosten/krediet

5000€/4381€/619€

Beleidsdoelstelling

BD000001

Actieplan

AP000001

Actie

AC000001

Beleidsdomein

Sociale Dienst

Registratiesleutel

MJP000633

Visum

/

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1 De samenwerkingsovereenkomst met ELZ Haspengouw inzake de intergemeentelijke preventiewerking wordt goedgekeurd.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn

PUNT 30 : PERSONEEL: VASTSTELLEN SLUITINGS- EN BRUGDAGEN 2026 EN PERMANENTIE DIENSTEN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

 

- in 2026 vallen er 5 feestdagen in het weekend,

        zaterdag 11 juli (Vlaamse feestdag)

        zaterdag 15 augustus (O.L.V.-Hemelvaart)

        zondag 1 november (Allerheiligen)

        zondag 15 november (feest van de Dynastie)

        zaterdag 26 december (2e kerstdag)

 

- in 2026 vallen 2 feestdagen op een donderdag,

        1 januari (nieuwjaar)

        14 mei (OLH Hemelvaart)

 

- in 2026 vallen de overige feestdagen:

        maandag 6 april (Paasmaandag)

        maandag 25 mei (Pinkstermaandag)

        dinsdag 21 juli (Nationale feestdag)

        maandag 2 november (Allerzielen)

        woensdag 11 november (Wapenstilstand)

        vrijdag 25 december (Kerstmis)

 

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd

Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen

Rechtspositieregeling gemeentepersoneel gecoördineerde versie

 

Toelichting (feiten en context)

Vastleggen sluitings- en brugdagen voor het jaar 2026.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad neemt kennis van de sluitings- en brugdagen voor 2026 en de permanentie van de diensten.

 

Art. 1 : De personeelsleden krijgen voor het werkjaar 2026 in totaal 5 vervangdagen toegekend a rato van hun prestaties. Deze zullen worden toegekend via Compensatie Feestdag aan de verlofkaart/GPS e-suite, à rato van hun prestaties.

 

Art. 2: Om volgende brugdag vast te leggen voor alle gemeentelijke diensten (gemeentehuis, dienst onderhoud, dienst vrije tijd, TUD, bibliotheek en containerpark):

 

        Vrijdag 2 januari 2026 – dag na Nieuwjaar

 

Deze brugdag wordt in mindering gebracht bij het wettelijk verlofsaldo van het personeel (en in uitzonderlijke gevallen van het bijkomend verlof) à rato van hun prestaties op deze dag.

 

Art. 3: Om volgende brugdag vast te leggen voor alle gemeentelijke diensten (gemeentehuis, dienst onderhoud, dienst vrije tijd, TUD, BEHALVE de bibliotheek en containerpark):

 

        Vrijdag 15 mei 2026 - dag na O.L.H.-Hemelvaart

 

Het containerpark en de bibliotheek zal op vrijdag 15 mei 2026 geopend blijven.

 

Deze brugdag wordt in mindering gebracht bij het wettelijk verlofsaldo van het personeel (en in uitzonderlijke gevallen van het bijkomend verlof) à rato van hun prestaties op deze dagen.

 

 Art. 4: Om volgende sluitingsdag vast te leggen voor de bibliotheek

 

        Zaterdag 2 mei 2026 - dag na 1 mei.

 

Deze sluitingsdag wordt in mindering gebracht bij het wettelijk verlofsaldo van het personeel (en in uitzonderlijke gevallen van het bijkomend verlof) à rato van hun prestaties op deze dagen.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Overzicht punten

UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

 

Vergadering van : 15 december 2025

 

Aanwezig: Els Robeyns, Burgemeester

Stéphanie Billen, Albert Thijs, Stijn Vandersmissen, Luc Knuts, Schepenen

Ilse Bosmans, Gerry Briers, Ronald Kenis, Marina Scholts, Nicky Plaisier, Paulien Appeltans, Giel Hella, Benny Wijgaerts, Wendy Bex, Joeri Philtjens, Heidi Wijgaerts, Isabelle Beunckens, Gert Vandenrijn, Raadsleden

Ellen Punie, Voorzitter

Chiel Herbots, Algemeen directeur

 

 

 

Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn

PUNT 31 : NOTULEN EN ZITTINGSVERSLAG GEMEENTERAAD VAN 27.11.2025 - GOEDKEUREN

 

DE RAAD,

 

Voorgeschiedenis/aanleiding

De vergadering van de gemeenteraad d.d. 27.11.2025.

 

Juridische grondslag

Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd

Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd

Het huishoudelijk reglement gemeenteraad Wellen, vastgesteld bij beslissing van de gemeenteraad dd. 4 maart 2019

 

Toelichting (feiten en context)

In toepassing van art. 32 van het decreet lokaal bestuur worden de notulen en het zittingsverslag van de voorgaande raad ter goedkeuring voorgelegd.

 

BESLUIT:

Goedkeuren

eenparig

 

De raad beslist:

 

Art. 1: De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 27.11.2025 goed te keuren.

 

 

De vergadering wordt opgeheven om 23:15 uur.

 

NAMENS DE GEMEENTERAAD

Op bevel:

De algemeen directeur

 

De voorzitter gemeenteraad

get. Chiel Herbots

 

get. Ellen Punie

 

 

 

 

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL

 

Chiel Herbots

Algemeen directeur

 

Els Robeyns

Burgemeester

 

 

 

Publicatiedatum: 06/03/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.