Goedkeuren Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Chiel Herbots Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Luc Knuts Gerry Briers Stijn Vandersmissen Ellen Punie Patrick Hayen Els Robeyns Benny Maes Mathy Vanbrabant Kristien Treunen Ronald Kenis Stéphanie Billen Nicky Plaisier Frank Cornitensis Sandra Jans Ilse Bosmans Eric Martens Marc Weeghmans aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art 1 Voor het aanslagjaar 2025 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het betreffend aanslagjaar.
Art 2 De belasting wordt vastgesteld op 7,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, dus in 2024.
Art 3 De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art 4 Dit besluit dient zo vlug mogelijk ondertekend overgemaakt te worden aan:
de provinciegouverneur
FOD FINANCIEN
Stafdienst Beleidsexpertise en -ondersteuning
Studie- en documentatiedienst
Cel Begroting, fiscale ontvangsten en statistiek
North Galaxy - Toren B 25e verdieping
Koning Albert II-laan 33, bus 73
1030 Brussel
E-mail: anneliese.dhaeseleer@minfin.fed.be
De raad beslist:
Art. 1 Voor het aanslagjaar 2025 wordt ten behoeve van de gemeente 850 opcentiemen op de onroerende voorheffing van het Vlaams Gewest geheven.
Art. 2 De bovenvermelde opcentiemen zullen geïnd worden samen met de onroerende voorheffing van het Gewest.
Art. 3 Dit besluit dient tijdig te worden bezorgd aan de provinciegouverneur en aan de Vlaamse belastingdienst onroerende voorheffing.
Goedkeuren Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Chiel Herbots Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Ilse Bosmans Mathy Vanbrabant Patrick Hayen Marina Scholts Luc Knuts Kristien Treunen Frank Cornitensis Ronald Kenis Els Robeyns Eric Martens Benny Maes Ellen Punie Nicky Plaisier Stijn Vandersmissen Sandra Jans Marc Weeghmans Stéphanie Billen Gerry Briers aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2025 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen een belasting van € 9,92 per kilowatt geheven op motoren, ongeacht de brandstof of de energie die deze motoren in beweging brengt. De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of exploitatie-eenheid van de onderneming. Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van tenminste drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren, gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid is gevestigd.
Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente. De door de tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt ten laste van deze ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten. Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten, hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd .
Art. 2 De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motoren geplaatst of gebruikt tijdens het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat.
Bij stopzetting van bedrijf in de loop van het jaar wordt er een bijzondere bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de belastbare motoren geplaatst en gebruikt tijdens het jaar of jaargedeelte waarin de bedrijfsstopzetting plaats heeft. De belastingplichtigen die onder toepassing vallen van deze bepaling zijn verplicht uiterlijk acht dagen na de stopzetting van het bedrijf hiervan aangifte te doen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
De grondslagen van de belasting zijn de volgende :
a. Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht opgegeven in het besluit waarbij de vergunning tot het plaatsen van de motor wordt verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.
b. Beschikt de onderneming over verscheidene motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som van de krachten – opgegeven in de besluiten waarbij vergunning tot het plaatsen gegeven wordt – vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.
Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met dertig motoren, met 1/100 van de eenheid, per bijkomende motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.
Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de stopzetting plaats heeft, of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkstelling. De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in overleg tussen de belastingplichtige en het College van Burgemeester en Schepenen. Bij onenigheid staat het de belastingplichtige vrij een tegenonderzoek uit te lokken.
De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rata van het aantal door haar belaste motoren.
Art. 3 Is van belasting vrijgesteld :
1. Elke onderneming waarvan de totale belastbare drijfkracht wordt vastgesteld als zijnde minder of gelijk aan 250 kilowatt.
2.
a. De motor die heel het jaar stil ligt. Het tijdelijk stilleggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de R.V.A. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen .
De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.
In geval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming van toepassing is.
Geen belastingvermindering kan aan de belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten die aan het gemeentebestuur enerzijds de datum van het stilleggen en anderzijds de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend maken.
Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat dit stilliggen van de motor pas in na ontvangst van het eerste bericht.
De bouwondernemingen, die een regelmatige boekhouding bijhouden, kunnen na een uitdrukkelijk verzoek, gemachtigd worden het stilliggen van de motoren te rechtvaardigen door het bijhouden van een inschrijvingsboekje waarin de begin- en einddatum van het stilleggen van elke motor en de werf waar hij normaal gebruikt wordt, ingeschreven worden. Op het einde van het jaar vult de aannemer zijn verklaring in op basis van de aanduidingen in dit inschrijvingsboekje. De nauwkeurigheid van deze inschrijvingen kan op elk ogenblik nagegaan worden.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.
b. De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.
c. De motor van een draagbaar toestel.
d. De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met wat nodig is voor het drijven van de generator.
e. De persluchtmotor.
f. De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.
g. De motorkracht die uitsluitend wordt gebruikt voor toestellen tot wateruitputting, wat ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.
h. De hulpmotor, d.w.z. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de productie te verhogen.
i. De wisselmotor, d.w.z. die welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een ander die hij tijdelijk moet vervangen.
De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om gelijktijdig met de normaal gebruikte motoren te werken en dit gedurende de tijd nodig om de voortzetting van de productie te verzekeren.
Art. 4 De motoren, die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar evenals degene die bij de toepassing van de leden b. tot i. van artikel 3 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.
Art. 5 Aan nieuw opgerichte nijverheidsbedrijven of fabrieken wordt gedurende maximum 5 opeenvolgende jaren, teruggave of vrijstelling van de belasting verleend. Dit laatste is enkel het geval als de volgende voorwaarden vervuld worden:
a. In de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmende met ten minste 2.500 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen.
b. Vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen, opgericht op het grondgebied van de gemeente en die werkelijk het voorwerp uitgemaakt hebben van de investeringen, zowel voor de gebouwen als voor materieel en de outillage, onroerend van nature of door bestemming, ingeschreven in de kadastrale documenten.
c. binnen twee maanden na het verstrijken van het belastingjaar een verzoek om ontheffing doen bij het College van Burgemeester en Schepenen en dit verzoek kunnen staven met bewijsstukken.
Van deze ontheffing kan niet genoten worden :
a. door bedrijven, die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;
b. wanneer een bedrijf opgericht wordt door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven, op het grondgebied van de gemeente.
Art. 6 Wanneer de fabricagemachines wegens een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend werd.
Om van deze vermindering te genieten, moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur een bericht gegeven hebben, hetzij aangetekend, hetzij afgeleverd tegen ontvangstbewijs. Dat bericht bevat naast de datum van de datum van het ongeval ook die van het opnieuw aanzetten van de motor.
Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de datum van het stilliggen van de motor slechts in vanaf de ontvangst van het eerste bericht.
De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken voorleggen waardoor de juistheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.
Wanneer een motor buiten gebruik gesteld wordt wegens ongeval, moet dat binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.
Art. 7 Wanneer de installaties van een onderneming voorzien zijn van meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen, waarvan de metingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en wanneer dat bedrijf ook belast werd op grond van wat in de artikels 1 en 6 bepaald wordt gedurende een periode van ten minste twee jaar, dan wordt het bedrag van de belastingen van de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene jaar tot het andere, van de rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.
Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van de inhoud van artikels 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar; deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd.
Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximumkwartvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.
De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20 % verschilt van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.
Bedraagt dit verschil meer dan 20 % dan telt het bestuur de belastbare elementen om een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.
Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartvermogen, die in zijn installaties werden opgenomen tijdens dat jaar, voorafgaande aan het jaar wanneer hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich bovendien toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten steeds de in zijn installatie gedane metingen van het maximumvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.
De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een periode van vijf jaar.
Behalve bij verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van die periode, wordt deze stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.
Art. 8 De belastingplichtigen, vermeld in de voorafgaande artikels, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte te doen op volgend adres : Dorpsstraat 25, 3830 Wellen of via volgend e-mailadres : facturatie@wellen.be.
De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan bekomen worden op bovengenoemd (e-mail)adres of op de site van de gemeente - www.wellen.be/nl/belastingen-en-retributies. De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk 30 april van het aanslagjaar. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.
Art. 9 De exploitant dient de eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren, die zich in de loop van het jaar voorgedaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behalve wanneer de onderneming op geldige wijze de regeling, bedoeld van artikel 7 heeft gekozen.
Art.10 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 11 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5.
De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
De financieel beheerder kan niet worden aangesteld als controlerend personeelslid.
Art. 12 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 13 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 14 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 15 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn eindigend op 31 december 2025 een belasting geheven op het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein.
Art. 2 De realisatie van de maximale afkoppeling op privaat domein dient uiterlijk plaats te vinden bij het einde der werken op openbaar domein.
De vaststelling van het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein gebeurt door een personeelslid aangesteld door het college van burgemeester en schepenen om een controle en onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening. Het personeelslid stelt een proces-verbaal op.
Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een gebouw die – naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein – het hemel- en afvalwater niet maximaal afkoppelt. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4 De belasting wordt berekend als volgt:
- Voor de eerste 12 maanden na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
- Vanaf de 13 de maand na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
Art. 5 De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van het proces-verbaal van niet afkoppeling zoals opgesteld door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 6 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 7 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2025 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse directe belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Art. 2 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke private woongelegenheid waarvan de persoon die er kan wonen, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste woongelegenheden.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd :
- lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van
beroepsactiviteiten;
- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.
Art. 3 Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen.
Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans bedoeld zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken.
Art. 4 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 125,00 per jaar en per tweede verblijf.
Art. 5 De belasting is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf; de hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld. In geval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel.
Art. 6 De belastingplichtigen, vermeld in de voorafgaande artikels, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte te doen op volgend adres: Dorpstraat 25, 3830 Wellen of via volgend e-mailadres: facturatie@wellen.be.
De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan bekomen worden op bovengenoemd (e-mail)adres of op de site van de gemeente - www.wellen.be/nl/belastingen-en-retributies. De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk 30 april van het aanslagjaar. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.
Art. 7 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 8 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5. De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 10 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 11 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 12 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 13 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2025 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de dragende verticale constructies en masten met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Art. 2 Voor de toepassing van dit reglement moet er onder verticale constructie worden verstaan, elke individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, transport van energie, ...
Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar - rechtspersoon of natuurlijke persoon - van de dragende constructie of mast op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 4 De belasting wordt vastgesteld op een vast bedrag van 2.500 euro per jaar per mast of constructie.
Vrijstelling wordt verleend voor constructies die gebruikt worden :
- om groene stroom of windenergie op te wekken.
- door VZW's voor de uitbating van het maatschappelijk doel van hun vereniging zijnde het beoefenen van sportieve activiteiten, recreatie, enz.
- door openbare besturen en andere openbare instellingen.
Art. 5 De belastingplichtigen, vermeld in artikel 3, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte te doen van de mast(en) en/of pylo(o)n(en) op volgend adres : Dorpsstraat 25, 3830 Wellen of via volgend e-mailadres : facturatie@wellen.be.
De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan bekomen worden op bovengenoemd (e-mail)adres of op de site van de gemeente - www.wellen.be/nl/belastingen-en-retributies.
De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk 30 april van het aanslagjaar. De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.
Art. 6 Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 vermelde termijn of bij onvolledige of onjuiste aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd alsook het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving door het college, om zijn/haar opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art. 7 De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 10% en samen ingekohierd met de hoofdsom.
Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 10 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 11 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 12 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn van 1 jaar startende op 01 januari 2025 en geldt tot en met 31 december 2025, een indirecte belasting te vestigen op het afleveren van allerlei administratieve stukken door het gemeentebestuur.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Deze verordening is niet toepasselijk op het afleveren van stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een bijzonder recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een algemeen of provinciaal reglement of een bijzonder gemeentelijk reglement.
Art. 2 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt :
I IDENTITEITSDOCUMENTEN |
| ||||
A. Normale procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL
| ||
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1 eerste lid, 1° | € 19,10
| € 2,00
| € 21,10
| ||
Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 7,70
| € 0,00
| € 7,70
| ||
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i | € 19,10 | € 2,00 | € 21,10 | ||
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot en met e | € 19,60
| € 2,00
| € 21,60
| ||
Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. A-kaart, B-kaart, K-kaart, L-kaart | € 10,70 | € 2,00 | € 12,70 | ||
Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. EU-kaart, EU+ -kaart, F-kaart, F+ -kaart, M-kaart | € 7,70 | € 2,00 | € 9,70 | ||
B. Spoedprocedure met levering in de gemeente | kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL
| ||
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1° en 2° | € 116,40 | € 2,00 | € 118,40 | ||
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 105,00
| € 0,00 | € 105,00
| ||
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i | € 116,40 | € 2,00 | € 118,40 | ||
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot e, m en n
| € 116,40 | € 2,00 | € 118,40 | ||
Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. A-kaart, B-kaart, K-kaart, L-kaart | € 116,40 | € 2,00 | € 118,40 | ||
Elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar. EU-kaart, EU+ -kaart, F-kaart, F+ -kaart, M-kaart | € 105,00 | € 2,00 | € 107,00 | ||
C. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij FOD Binnenlandse Zaken |
|
|
| ||
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1° en 2° | € 153,30 | € 2,00 | € 155,30 | ||
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 141,90 | €0,00 | € 141,90 | ||
F. Attest van immatriculatie |
|
|
| ||
attest van immatriculatie | € 0,80 | € 2,00 | € 2,80 | ||
II REISPASPOORTEN | |||||
BELGEN | |||||
A. Normale procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Volwassenen | € 65,00 | € 5,00
| € 70,00 | ||
Kinderen tot 18 jaar | € 35,00 | € 0,00 | € 35,00 | ||
B. Spoedprocedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Volwassenen | € 240,00 | € 5,00
| € 245,00 | ||
Kinderen tot 18 jaar | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 | ||
C. Super dringende procedure | € 300,00 | € 5,00 | € 3,00 | ||
NIET BELGEN |
|
|
| ||
RD VLUCHTELINGEN |
|
|
| ||
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeentelijke belasting
| TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 | ||
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 | ||
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 | ||
Minderjarig | 210,00 | € 0,00 | € 210,00 | ||
RD VREEMDELINGEN |
|
|
| ||
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 | ||
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 | ||
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 | ||
Minderjarig | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 | ||
RD STAATSLOZEN |
|
|
| ||
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 | ||
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 | ||
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 | ||
Minderjarig | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 | ||
III VOORNAAMSVERANDERING |
|
|
| ||
Voornaamsverandering |
| € 50,00 | €50,00 | ||
Transgenders |
| € 5,00 | € 5,00 | ||
IV RIJBEWIJZEN |
|
|
| ||
| Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Rijbewijzen bankkaartmodel | €20,00 | € 5,00 | € 25,00 | ||
Internationaal rijbewijs | €16,00 | € 4,00 | € 20,00 | ||
V HUWELIJKSBOEKJES | |||||
| Kostprijs | Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Huwelijksboekje inclusief belasting op het in het huwelijksboekje voorkomend huwelijksgetuigschrift |
| € 8,00 | € 8,00 | ||
VI AFLEVEREN /WEIGEREN CONFORMITEITSATTEST AAN NATUURLIJKE OF RECHTSPERSONEN DIE HET ATTEST HEEFT AANGEVRAAGD | |||||
|
| Gemeentelijke Belasting | TOTAAL | ||
Voor een zelfstandige woning |
| € 62,50 | € 62,50 | ||
Voor een kamerwoning te verhogen met 12,50 € per kamer met een maximum van 1.250 € per gebouw |
| € 12,50 € 1.250
| € 12,50 € 1.250 | ||
VII AFLEVEREN DOCUMENTEN BETREFFENDE HET INDIVIDUEEL BEZOLDIGD PERSONENVERVOER | |||||
Bestuurderspas individueel bezoldigd €23,43 €0,00 €23,43 personenvervoer | |||||
Art. 3 De belasting wordt ingevorderd bij het afleveren van het document. De personen die onderworpen zijn aan de belasting zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden.
Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.
Art. 4 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1van het Decreet). De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar. Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1 van het decreet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 5 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5 van het decreet).
Art. 6 Worden van de belasting vrijgesteld :
a. De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd ;
b. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen, de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd ;
c. de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties ;
d. de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente ;
e. de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut ;
f. de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd in verband met verkeersongevallen op de openbare weg.
g. de getuigschriften van goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding
h. geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de NMVB en openbare autobusdiensten ;
i. afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen ;
j. de al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerd, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enige inkomen het bestaansminimum is, die bescheiden nodig hebben wanneer ze voor een betrekking solliciteren. Wel is het zo dat de belanghebbenden zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor
ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.
k. inlichtingenformulier naar aanleiding van de verkoop van onroerende goederen :Federale Overheidsdienst Financiën – aankoopcomité.
Art. 7 De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens art. 13 van de wet van 04.07.1956 en het K.B. dd. 20.12.1972 en 12.11.1976.
Art. 8 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 9 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 10 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 11 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2025 voor het opstellen van een foorinrichting die onderworpen is aan een standplaatsrecht een belasting geheven van € 0,50 per m² en € 2,50 per lopende meter ter gelegenheid van Sint-Jan-kermis, met een minimum van €25,00.
Dit minimum wordt, voor wat betreft de autoscooters, gebracht op € 200,00 voor Sint-Jan-kermis.
Echter zal, indien dit wenselijk wordt geacht, het schepencollege kunnen overgaan tot het toewijzen der standplaatsen bij middel van een openbare onderschrijving op basis van het bovenvermeld standplaatsrecht.
Art. 2 De personen die een foorinrichting willen opstellen en over een abonnement beschikken of een standplaats voor 1 jaar toegewezen kregen zullen onmiddellijk het bedrag van het vastgestelde standplaatsrecht als waarborg moeten storten :
- via het ontvangen overschrijvingsformulier vanwege de gemeente op haar financiële rekening, of
- in handen van de gemeenteontvanger of diens afgevaardigde, die hun hiervan kwijting geeft.
Het niet betalen dezer waarborg vernietigt de gegeven toelating.
Art. 3 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1).
De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar.
Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 4 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5).
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 5 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 6 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 7 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2025 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013, zoals gewijzigd.
Art. 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2025 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Mevr. Els Slagmulder
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2025 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
Art. 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2024 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
Goedkeuren Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Chiel Herbots Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Patrick Hayen Stéphanie Billen Frank Cornitensis Benny Maes Eric Martens Ilse Bosmans Luc Knuts Ronald Kenis Stijn Vandersmissen Els Robeyns Kristien Treunen Mathy Vanbrabant Gerry Briers Gerda Missotten Nicky Plaisier Marina Scholts Ellen Punie Sandra Jans Marc Weeghmans aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Art. 4 Berekeningsgrondslag en tarief
Vrijstelling van belasting wordt verleend:
Openbare besturen en gelijkgestelde instellingen;
De belastingplichtige vermeldt:
zijn naam en adres, rijksregisternummer of ondernemingsnummer/vestigingsnummer;
§2. De overeenkomstig §1 ambtshalve ingekohierde belasting is bepaald op een bedrag van 150 euro:
Een aanslag moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De raad beslist:
Art. 1
Gelet op de verdeelsleutel in de hulpverleningszone Zuid-West Limburg en de raming van de begroting 2025 van de hulpverleningszone, wordt de gemeentelijke dotatie 2025 aan de hulpverleningszone Zuid-West Limburg vastgelegd op 365.424,54 €.
Art. 2 De gemeentelijke bijdrage wordt voorzien op de gemeentelijke begroting 2025 onder artikel 521 bij de eerstvolgende aanpassing meerjarenplan.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt goed dat de gemeente Wellen het nodige doet om zich te kunnen aansluiten en beroepen op de aankoopcentrale Vlaams EnergieBedrijf (VEB) voor de plaatsing van opdrachten (gas + groene elektriciteit) evenals
- OCMW Wellen
- Kerkfabrieken Wellen
De gemeente Wellen zal de administratieve afhandeling tot toetreding voor alle nevenorganisaties die willen aansluiten bij de aankoopcentrale VEB eveneens voor haar rekening nemen, uitgezonderd van de opzeg van contracten die werden afgesloten bij andere energieleveranciers
Artikel 2:
De gemeenteraad van de gemeente Wellen geeft aan het College van Burgemeester en Schepenen mandaat om met VEB contracten te sluiten voor de levering van groene elektriciteit en gas voor een periode van drie jaren, met ingang vanaf 01/01/2025.
Artikel 3:
De financiering van de te plaatsen opdrachten zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget 2025 en de volgende jaren op verschillende budgetsleutels.
De raad beslist:
Artikel 1
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg van 7 november 2024:
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente/stad die zal deelnemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg op 7 november 2024 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De raad beslist:
Art. 1 Het gedeelte van de Daalstraat gekend als Chemin nr. 96/Chemin nr. 31 tussen de Overbroekstraat en de Daalstraat wordt ingericht als weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs.
Art. 2 Deze maatregel wordt ter kennis van de weggebruikers gebracht met de volgende signalisatie:
- Op de Daalstraat vanaf de Overbroekstraat: F99c
- Op de Daalstraat, net voor het kruispunt met de Overbroekstraat: F101c
- Op de Daalstraat (Chemin nr. 31) vanaf de Daalstraat: F99c
- Op de Daalstraat (Chemin nr. 31) net voor het kruispunt met de Daalstraat: F101c
Art. 3 Op de Daalstraat (Chemin nr. 31) wordt ten zuiden van het kruispunt met Chemin nr. 95 een tractorsluis geplaatst.
Art. 4 Deze maatregel wordt ter kennis gebracht van de weggebruikers met de volgende signalisatie:
Op De Daalstraat (Chemin nr. 31), vanuit beide richtingen voor het bereiken van de tractorsluis: A51 met onderbord 'tractorsluis'.
Art. 5 Een afschrift van dit aanvullend reglement wordt kennisgeving toegezonden aan:
- Departement Mobiliteit en Openbare Werken
- Rechtbank van eerste aanleg van Hasselt, Afdeling Tongeren
- Politierechtbank van Tongeren
- De Gouverneur van de provincie Limburg
- De Lokale Politie Kanton Borgloon
De raad beslist:
Art. 1 Ter hoogte van Notelarestraat 33/Appeystraat 1a (N754 Kmp 18.7) worden de 2 parkeerplaatsen het dichtst bij Appeystraat 1a aangelegd als parkeerplaatsen voor elektrische of hybride elektrische voertuigen tijdens het opladen.
Art. 2 Deze maatregel wordt ter kennis van de weggebruikers gebracht met signalisatie E9a met een onderbord dat aanduidt dat deze enkel mogen worden gebruikt door elektrische of hybride elektrische voertuigen tijdens het opladen.
Art. 3 Deze signalisatie wordt geplaatst aan de voorzijde van beide parkeerplaatsen.
Art. 4 Een afschrift van dit aanvullend reglement wordt ter goedkeuring toegezonden aan:
- Departement Mobiliteit en Openbare Werken
Art. 5 Een afschrift van dit aanvullend reglement wordt ter kennisgeving toegezonden aan:
- Rechtbank van eerste aanleg van Hasselt, Afdeling Tongeren
- Politierechtbank van Tongeren
- De Gouverneur van de provincie Limburg
- De Lokale Politie Kanton Borgloon
De raad beslist:
Art. 1 Ter hoogte van Ulbeekstraat 17 worden 2 parkeerplaatsen aangelegd als parkeerplaatsen voor elektrische of hybride elektrische voertuigen tijdens het opladen.
Art. 2 Deze maatregel wordt ter kennis van de weggebruikers gebracht met signalisatie E9a met een onderbord dat aanduidt dat deze enkel mogen worden gebruikt door elektrische of hybride elektrische voertuigen tijdens het opladen.
Art. 3 Deze signalisatie wordt geplaatst vóór de 2 betrokken parkeerplaatsen met aanduiding dat dit geldig is over een afstand van 12 meter.
Art. 4 De overige parkeerplaatsen op het plein blijven behouden als parkeerplaatsen voor kortparkeren, aangeduid met signalisatie E9b met onderbord 'max. 30 minuten'.
Art. 5 Een afschrift van dit aanvullend reglement wordt ter kennisgeving toegezonden aan:
- Rechtbank van eerste aanleg van Hasselt, Afdeling Tongeren
- Politierechtbank van Tongeren
- De Gouverneur van de provincie Limburg
- De Lokale Politie Kanton Borgloon
- Departement Mobiliteit en Openbare Werken
Goedkeuren Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Chiel Herbots Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Kristien Treunen Luc Knuts Ellen Punie Els Robeyns Marina Scholts Stijn Vandersmissen Nicky Plaisier Sandra Jans Eric Martens Ilse Bosmans Gerry Briers Ronald Kenis Mathy Vanbrabant Frank Cornitensis Gerda Missotten Marc Weeghmans Stéphanie Billen Patrick Hayen Benny Maes aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 2 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 De rooilijn van de nieuwe gemeenteweg wordt vastgesteld conform het rooilijnplan vanwege Ing. Peter Gijsen d.d. 18.04.2024 zoals heden bijgevoegd. De gemeenteweg wordt aangeduid met de punten 2-6-7-8-9-10-11-12-13-14-15-16-17-18-19-20-21-22-23-24-25-5.
Art. 2 De uitrusting van de openbare weg wordt goedgekeurd, rekening houdend met de voorwaarden hierboven gesteld in de adviezen a) t.e.m. f).
Art. 3 De wegenis aangeduid met de rooilijn zoals bedoeld in art. 1 wordt gevoegd bij het openbaar domein na overdracht door de verkavelaar.
Art. 4 Deze beslissing samen met de beslissing over de verkavelingsvergunning over te maken aan het Departement Omgeving, GOP Limburg, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt.
Art. 5 Dit besluit wordt conform artikel 252§1 van het gemeentedecreet ter kennis gebracht van de provinciegouverneur.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt overgegaan tot de verkoop van het perceel gelegen te Wellen, 4e afdeling, sectie A nr. 524B (deel) voor de prijs van 150,00 euro.
Art. 2 De authentieke akte wordt verleden door notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn en D'Joos.
Art. 3 De inkomsten worden voorzien op MJP001331 Onbebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen - verkopen
Goedkeuren Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Chiel Herbots Ellen Punie Luc Knuts Nicky Plaisier Eric Martens Ronald Kenis Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Frank Cornitensis Patrick Hayen Mathy Vanbrabant Benny Maes Marina Scholts Kristien Treunen Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Sandra Jans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Gerda Missotten Marc Weeghmans Gerry Briers Ronald Kenis Kristien Treunen Luc Knuts Nicky Plaisier Sandra Jans Ilse Bosmans Eric Martens Els Robeyns Ellen Punie Stijn Vandersmissen Frank Cornitensis Stéphanie Billen Mathy Vanbrabant Patrick Hayen Benny Maes aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1: Het bijgevoegde hemelwater en droogteplan voor de gemeente Wellen goed te keuren.
Art.2: Het goedgekeurde hemelwater- en droogteplan wordt na goedkeuring raadpleegbaar gemaakt op de website van de gemeente en de website van de CIW
Art. 3:Volgens artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt gemeente Wellen de
toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van dit besluit.
De raad beslist:
Gemeentelijk reglement ter bestrijding van de nesten van Aziatische hoornaar
Art. 1 – Toekenning
Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting goedgekeurde kredieten, worden de kosten ter bestrijding van de nesten van Aziatische hoornaar door de gemeente betaald. Het gaat om de kosten van verdelging door de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg of een erkende verdelger, aangeduid via het raamcontract van ANB via een overheidsopdracht door de gemeente.
Art. 2 - Doel
De Aziatische hoornaar is een invasieve exoot die (honing)bijen en andere inheemse insecten aanvalt, die onze bloemen en planten bestuiven. Daarom is het belangrijk om de soort te bestrijden door hun nesten te laten verdelgen. Om burgers te motiveren om de nesten te laten verdelgen, is het opportuun om de kosten van de verwijdering te betalen.
Art. 3 — Toepassingsgebied
Het reglement is van toepassing voor alle nesten van Aziatische hoornaar (Vespa Velutina) gelegen op privéterrein binnen het grondgebied van de gemeente Wellen.
Art. 4 — Begunstigde
De bestrijding van de Aziatische hoornaar kan worden aangevraagd door eigenaars en huurders/pachters van woningen/percelen, verenigingen van mede-eigenaars en erkende verenigingen.
Art 5 -Algemene voorwaarden
§ 1. De bestrijding via de gemeente kan enkel aangevraagd worden indien het een verwijdering van een nest van de Aziatische hoornaar betreft. Het verwijderen van andere nesten (zoals wespennesten, nesten van de Europese hoornaar of andere insecten), komen niet in aanmerking.
§2. De verwijdering van het nest dient te gebeuren door de brandweer (= Hulpverleningszone Zuid-West Limburg) of door een erkende verdelger opgenomen in de Vespawatch-lijst, na melding via www.vespa-watch.be.
§3. De verdere modaliteiten van de betaling van de factuur van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg worden onderling afgesproken.
Indien de verdelging dient te gebeuren op locaties waar de brandweer de nesten niet verdelgt, wordt de aanvraag ingediend via omgeving@wellen.be.
§4. Indien niet vermeld op de factuur dient de Hulpverleningszone Zuid-West-Limburg achteraf te bevestigen dat het om de verwijdering van een nest van de Aziatische hoornaar ging.
Art. 6 – Aanvraagprocedure
§1. De aanvraag wordt ingediend bij de dienst omgeving via het aanvraagformulier beschikbaar op www.wellen.be of bij de dienst Omgeving, Dorpsstraat 25, 3830 Wellen.
§2. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer ze volledig is. Dit betekent dat het aanvraagformulier volledig en correct is ingevuld. De aanvrager ontvangt een bevestiging als het dossier als volledig wordt beschouwd.
Art. 7 – Betalingsmodaliteiten
§ 1. De factuur wordt uiterlijk 90 dagen na ontvangst aan de verdelger uitbetaald.
§ 2. Indien de factuur aan de verdelger reeds werd voldaan door de begunstigde, kan het bedrag aan de begunstigde worden uitgekeerd ter compensatie.
Art. 8 – Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 25.10.2024. Facturen voor een bestrijding vanaf 01.10.2024 komen in aanmerking voor terugbetaling.
De raad beslist:
Art. 1: De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 30.09.2024 goed te keuren.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.