De raad neemt akte:
Art. 1 van de eedaflegging en vervolgens wordt mevrouw Gerda Missotten geïnstalleerd als gemeenteraadslid van de lijst nr. 1 met naam Spa-ROB.
De raad beslist:
Art. 1 De rangorde van de gemeenteraadsleden, gelet op de dienstanciënniteit en op de uitkomsten van de laatste verkiezingen heden vast te stellen als volgt :
| Datum eerste ambtsaanvaarding en periode uitoefening mandaat | Aantal jaren | Aantal stemmen |
Johan Cabergs | 01.01.1995 – 04.12.2020 | 25j 11m3d | 727 |
Benny Maes | 01.01.1995 - 01.10.2010 01.01.2011 – 29.11.2019 01.02.2020 – 04.12.2020 | 25j 3m 31d | 417 |
Eric Martens | 03.01.1989 – 27.04.1989 01.01.1995 – 31.12.2012 01.01.2019 – 04.12.2020 | 20j 2m 29d | 497 |
Els Robeyns | 02.01.2007 – 04.12.2020 | 13j 11 m 3d | 1.419 |
Sandra Jans | 02.01.2007 – 04.12.2020 | 13j 11 m 3d | 608 |
Kristien Treunen | 02.01.2007 – 04.12.2020 | 13j 11m 3d | 420 |
Marc Weeghmans | 07.01.2003 - 31.12.2006 15.01.2010 - 26.02.2010 26.09.2013 – 04.12.2020 | 11j 3m 28d | 394 |
Frank Cornitensis | 01.10.2010 – 31.12.2010 01.09.2012 – 04.12.2020 | 8j 6m 2d | 386 |
Luc Knuts | 02.01.2013 – 04.12.2020 | 7j 11m 3d | 581 |
Herman Pipeleers | 02.01.2013 – 04.12.2020 | 7j 11m 3d | 477 |
Stijn Vandersmissen | 02.01.2013 – 04.12.2020 | 7j 11m 3d | 465 |
Ilse Bosmans | 02.01.2013 – 04.12.2020 | 7j 11m 3d | 436 |
Ellen Punie | 02.01.2013 – 04.12.2020 | 7j 11m 3d | 395 |
Marina Scholts | 02.01.2019 – 04.12.2020 | 1j 11m 3d | 404 |
Gerry Briers | 02.01.2019 – 04.12.2020 | 1j 11m 3d | 283 |
Ronny Kenis | 02.01.2019 – 04.12.2020 | 1j 11m 3d | 218 |
Fabienne Vanmuysen | 02.01.2019 – 04.12.2020 | 1j 11m 3d | 155 |
Stéphanie Billen | 02.01.2019 – 30.06.2020 25.10.2020 – 04.12.2020 | 1j 6m 32d | 452 |
Missotten Gerda | 04.12.2020 - | 0j 0m 0d | 355 |
goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Gerda Missotten Johan Cabergs Fabienne Vanmuysen Els Robeyns Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Eric Martens Luc Knuts Ilse Bosmans Kristien Treunen Herman Pipeleers Gerry Briers Ronald Kenis Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Stéphanie Billen Sandra Jans aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art 1 Voor het aanslagjaar 2021 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het betreffend aanslagjaar.
Art 2 De belasting wordt vastgesteld op 7,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, dus in 2020.
Art 3 De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art 4 Dit besluit dient zo vlug mogelijk ondertekend overgemaakt te worden aan:
• de provinciegouverneur
• FOD FINANCIEN
Stafdienst Beleidsexpertise en -ondersteuning
Studie- en documentatiedienst
Cel Begroting, fiscale ontvangsten en statistiek
North Galaxy - Toren B 25e verdieping
Koning Albert II-laan 33, bus 73
1030 Brussel
E-mail: anneliese.dhaeseleer@minfin.fed.be
Goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Marina Scholts Ilse Bosmans Kristien Treunen Ellen Punie Herman Pipeleers Johan Cabergs Gerda Missotten Eric Martens Frank Cornitensis Els Robeyns Luc Knuts Ronald Kenis Stijn Vandersmissen Gerry Briers Stéphanie Billen Sandra Jans Marc Weeghmans Fabienne Vanmuysen Benny Maes aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen een belasting van € 9,92 per kilowatt geheven op motoren, ongeacht de brandstof of de energie die deze motoren in beweging brengt. De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of exploitatie-eenheid van de onderneming. Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van tenminste drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren, gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid is gevestigd.
Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente. De door de tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt ten laste van deze ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten. Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten, hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd .
Art. 2 De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motoren geplaatst of gebruikt tijdens het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat.
Bij stopzetting van bedrijf in de loop van het jaar wordt er een bijzondere bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de belastbare motoren geplaatst en gebruikt tijdens het jaar of jaargedeelte waarin de bedrijfsstopzetting plaats heeft. De belastingplichtigen die onder toepassing vallen van deze bepaling zijn verplicht uiterlijk acht dagen na de stopzetting van het bedrijf hiervan aangifte te doen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
De grondslagen van de belasting zijn de volgende :
a.Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht opgegeven in het besluit waarbij de vergunning tot het plaatsen van de motor wordt verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.
b.Beschikt de onderneming over verscheidene motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som van de krachten – opgegeven in de besluiten waarbij vergunning tot het plaatsen gegeven wordt – vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.
Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met dertig motoren, met 1/100 van de eenheid, per bijkomende motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.
Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de stopzetting plaats heeft, of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkstelling. De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in overleg tussen de belastingplichtige en het College van Burgemeester en Schepenen. Bij onenigheid staat het de belastingplichtige vrij een tegenonderzoek uit te lokken.
De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rata van het aantal door haar belaste motoren.
Art. 3 Is van belasting vrijgesteld :
1.Elke onderneming waarvan de totale belastbare drijfkracht wordt vastgesteld als zijnde minder of gelijk aan 250 kilowatt.
2.
a. De motor die heel het jaar stil ligt. Het tijdelijk stilleggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de R.V.A. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen .
De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.
In geval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming van toepassing is.
Geen belastingvermindering kan aan de belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten die aan het gemeentebestuur enerzijds de datum van het stilleggen en anderzijds de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend maken.
Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat dit stilliggen van de motor pas in na ontvangst van het eerste bericht.
De bouwondernemingen, die een regelmatige boekhouding bijhouden, kunnen na een uitdrukkelijk verzoek, gemachtigd worden het stilliggen van de motoren te rechtvaardigen door het bijhouden van een inschrijvingsboekje waarin de begin- en einddatum van het stilleggen van elke motor en de werf waar hij normaal gebruikt wordt, ingeschreven worden. Op het einde van het jaar vult de aannemer zijn verklaring in op basis van de aanduidingen in dit inschrijvingsboekje. De nauwkeurigheid van deze inschrijvingen kan op elk ogenblik nagegaan worden.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.
b. De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.
c. De motor van een draagbaar toestel.
d. De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met wat nodig is voor het drijven van de generator.
e.De persluchtmotor.
f.De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.
g.De motorkracht die uitsluitend wordt gebruikt voor toestellen tot wateruitputting, wat ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.
h.De hulpmotor, d.w.z. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de produktie te verhogen.
i.De wisselmotor, d.w.z. die welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een ander die hij tijdelijk moet vervangen.
De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om gelijktijdig met de normaal gebruikte motoren te werken en dit gedurende de tijd nodig om de voortzetting van de produktie te verzekeren.
Art. 3bis Er wordt een belastingvermindering toegekend ten gevolge van de tijdelijke sluiting of werking op verminderde capaciteit n.a.v. de maatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus zoals vastgesteld in de ministeriële besluiten van 18 en 23 maart 2020.
a. Indien de belastingplichtige aantoont dat in de periode van 18 maart tot en met 3 mei 2020 de onderneming gedurende minstens 5 opeenvolgende dagen werd gesloten, wordt de belasting verminderd a rato van de periode van sluiting.
Belastingvermindering = totale belasting x (dagen van sluiting/366)
De belastingplichtige kan deze sluiting aantonen op basis van cijfers inzake de verhouding van de tijdelijke werkloosheid ten opzichte van het volledige personeelsbestand of op basis van een aanzienlijke vermindering van het omzetcijfer in vergelijking met dezelfde periode van het vorige jaar.
b. Indien de belastingplichtige aantoont dat in de periode van 18 maart tot en met 3 mei 2020 er gedurende minstens 5 opeenvolgende dagen sprake was van een capaciteitsvermindering van minstens 30%, wordt de belasting kwijtgescholden a rato van de periode van capaciteitsvermindering en a rato van de omvang van de capaciteitsvermindering.
De belastingplichtige kan deze verminderde capaciteit aantonen op basis van cijfers inzake de verhouding van de tijdelijke werkloosheid ten opzichte van het volledige personeelsbestand of op basis van een aanzienlijke vermindering van het omzetcijfer in vergelijking met dezelfde periode van het vorige jaar.
Belastingvermindering = totale belasting x (dagen van capaciteitsvermindering/366) x (percentage capaciteitsvermindering)
De periode van jaarlijkse sluiting komt niet in aanmerking voor de belastingvermindering.
De belastingplichtige is gelast met het aanvragen van de belastingvermindering, evenals met het aanleveren van de nodige bewijsstukken per aangetekende zending, afgifte tegen ontvangstbewijs of per elektronische post.
Art. 4 De motoren, die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar evenals degene die bij de toepassing van de leden b. tot i. van artikel 3 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.
Art. 5 Aan nieuw opgerichte nijverheidsbedrijven of fabrieken wordt gedurende maximum 5 opeenvolgende jaren, teruggave of vrijstelling van de belasting verleend. Dit laatste is enkel het geval als de volgende voorwaarden vervuld worden:
a.In de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmende met ten minste 2.500 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen.
b.Vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen, opgericht op het grondgebied van de gemeente en die werkelijk het voorwerp uitgemaakt hebben van de investeringen, zowel voor de gebouwen als voor materieel en de outillage, onroerend van nature of door bestemming, ingeschreven in de kadastrale documenten.
c.binnen twee maanden na het verstrijken van het belastingjaar een verzoek om ontheffing doen bij het College van Burgemeester en Schepenen en dit verzoek kunnen staven met bewijsstukken.
Van deze ontheffing kan niet genoten worden :
a.door bedrijven, die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;
b.wanneer een bedrijf opgericht wordt door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven, op het grondgebied van de gemeente.
Art. 6 Wanneer de fabricagemachines wegens een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend werd.
Om van deze vermindering te genieten, moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur een bericht gegeven hebben, hetzij aangetekend, hetzij afgeleverd tegen ontvangstbewijs. Dat bericht bevat naast de datum van de datum van het ongeval ook die van het opnieuw aanzetten van de motor.
Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de datum van het stilliggen van de motor slechts in vanaf de ontvangst van het eerste bericht.
De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken voorleggen waardoor de juistheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.
Wanneer een motor buiten gebruik gesteld wordt wegens ongeval, moet dat binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.
Art. 7 Wanneer de installaties van een onderneming voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de metingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en wanneer dat bedrijf ook belast werd op grond van wat in de artikels 1 en 6 bepaald wordt gedurende een periode van ten minste twee jaar, dan wordt het bedrag van de belastingen van de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene jaar tot het andere, van de rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.
Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van de inhoud van artikels 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar; deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd.
Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximumkwartvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.
De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20 % verschilt van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.
Bedraagt dit verschil meer dan 20 % dan telt het bestuur de belastbare elementen om een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.
Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartvermogen, die in zijn installaties werden opgenomen tijdens dat jaar, voorafgaande aan het jaar wanneer hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich bovendien toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten steeds de in zijn installatie gedane metingen van het maximumvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.
De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een periode van vijf jaar.
Behalve bij verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van die periode, wordt deze stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.
Art. 8 De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. Dit formulier dient voor de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht voor 01.05.2021 spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Art. 9 De exploitant dient de eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren, die zich in de loop van het jaar voorgedaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behalve wanneer de onderneming op geldige wijze de regeling, bedoeld van artikel 7 heeft gekozen.
Art.10 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 11 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5.
De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
De financieel beheerder kan niet worden aangesteld als controlerend personeelslid.
Art. 12 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 13 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 14 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 15 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Benny Maes Luc Knuts Els Robeyns Ellen Punie Marina Scholts Ronald Kenis Kristien Treunen Johan Cabergs Gerda Missotten Herman Pipeleers Ilse Bosmans Frank Cornitensis Gerry Briers Fabienne Vanmuysen Eric Martens Stijn Vandersmissen Stéphanie Billen Marc Weeghmans Sandra Jans aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de dragende verticale constructies en masten met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Art. 2 Voor de toepassing van dit reglement moet er onder verticale constructie worden verstaan, elke individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, transport van energie, ...
Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar - rechtspersoon of natuurlijke persoon - van de dragende constructie of mast op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 4 De belasting wordt vastgesteld op een vast bedrag van 2.500 euro per jaar per mast of constructie.
Vrijstelling wordt verleend voor constructies die gebruikt worden :
- om groene stroom of windenergie op te wekken.
- door VZW's voor de uitbating van het maatschappelijk doel van hun vereniging zijnde het beoefenen van sportieve activiteiten, recreatie, enz.
- door openbare besturen en andere openbare instellingen.
Art. 5 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem/haar, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de er in vermelde datum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier ontvangen heeft, is er toe gehouden uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar een aangifteformulier aan te vragen.
Art. 6 Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 vermelde termijn of bij onvolledige of onjuiste aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd alsook het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving door het college, om zijn/haar opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art. 7 De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 10% en samen ingekohierd met de hoofdsom.
Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 10 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 11 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 12 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse directe belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Art. 2 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke private woongelegenheid waarvan de persoon die er kan wonen, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste woongelegenheden.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd :
- lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van
beroepsactiviteiten;
- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.
Art. 3 Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen.
Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans bedoeld zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken.
Art. 4 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 125,00 per jaar en per tweede verblijf.
Art. 5 De belasting is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf; de hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld. In geval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel.
Art. 6 De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. Dit formulier dient voor de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht voor 01.05.2021 spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Art. 7 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 8 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5. De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 10 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 11 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 12 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 13 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn eindigend op 31 december 2021 een belasting geheven op het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein.
Art. 2 De realisatie van de maximale afkoppeling op privaat domein dient uiterlijk plaats te vinden bij het einde der werken op openbaar domein.
De vaststelling van het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein gebeurt door een personeelslid aangesteld door het college van burgemeester en schepenen om een controle en onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening. Het personeelslid stelt een proces-verbaal op.
Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een gebouw die – naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein – het hemel- en afvalwater niet maximaal afkoppelt. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4 De belasting wordt berekend als volgt:
-Voor de eerste 12 maanden na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
-Vanaf de 13 de maand na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
Art. 5 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van het proces-verbaal van niet afkoppeling zoals opgesteld door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 6 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 7 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Goedkeuren amendement Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Benny Maes Stéphanie Billen Gerry Briers Stijn Vandersmissen Sandra Jans Fabienne Vanmuysen Marc Weeghmans Els Robeyns Ronald Kenis Frank Cornitensis Kristien Treunen Gerda Missotten Eric Martens Marina Scholts Ellen Punie Ilse Bosmans Herman Pipeleers Johan Cabergs Luc Knuts aantal voorstanders: 7 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 12 Verworpen
Goedkeuren initiële besluit Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Eric Martens Els Robeyns Marina Scholts Johan Cabergs Gerda Missotten Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Ronald Kenis Kristien Treunen Frank Cornitensis Ellen Punie Marc Weeghmans Gerry Briers Stéphanie Billen Sandra Jans Stijn Vandersmissen Benny Maes Fabienne Vanmuysen aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2021 voor het opstellen van een foorinrichting die onderworpen is aan een standplaatsrecht een belasting geheven van € 0,50 per m² en € 2,50 per lopende meter ter gelegenheid van Sint-Jan-kermis, met een minimum van €25,00.
Dit minimum wordt, voor wat betreft de autoscooters, gebracht op € 200,00 voor Sint-Jan-kermis.
Echter zal, indien dit wenselijk wordt geacht, het schepencollege kunnen overgaan tot het toewijzen der standplaatsen bij middel van een openbare onderschrijving op basis van het bovenvermeld standplaatsrecht.
Art. 2 De personen die een foorinrichting willen opstellen en over een abonnement beschikken of een standplaats voor 1 jaar toegewezen kregen zullen onmiddellijk het bedrag van het vastgestelde standplaatsrecht als waarborg moeten storten :
-via het ontvangen overschrijvingsformulier vanwege de gemeente op haar financiële rekening, of
-in handen van de gemeenteontvanger of diens afgevaardigde, die hun hiervan kwijting geeft.
Het niet betalen dezer waarborg vernietigt de gegeven toelating.
Art. 3 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1).
De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar.
Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 4 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5).
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 5 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 6 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 7 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn, die eindigt op 31 december 2021 inbegrepen, een indirecte belasting gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur, van allerlei administratieve stukken.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Deze verordening is niet toepasselijk op het afleveren van stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een bijzonder recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een algemeen of provinciaal reglement of een bijzonder gemeentelijk reglement.
Art. 2 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt :
I IDENTITEITSDOCUMENTEN |
| ||
A. Normale procedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1 eerste lid, 1° | € 16,30
| € 2,00
| € 18,30
|
Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 6,60
| € 0,00
| € 6,60
|
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i | € 16,30 | € 2,00 | € 18,30 |
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot en met e | € 16,80
| € 2,00
| € 18,80
|
B. Spoedprocedure met levering in de gemeente | kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1° en 2° | € 99,60 | € 2,00 | € 101,60 |
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 89,90
|
€ 0,00 | € 89,90
|
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, f tot i | € 99,60 | € 2,00 | € 101,60 |
Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het rijk verblijven, bedoeld in art. 1, eerste lid, 4°, a tot e
| € 99,60 | € 2,00 | € 101,60 |
C. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij FOD Binnenlandse Zaken |
|
|
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid, 1° en 2° | € 131,10 | € 2,00 | € 133,10 |
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid, 3° | € 121,40 | €0,00 | € 121,40 |
F. Attest van immatriculatie |
|
|
|
attest van immatriculatie | € 0,80 | € 2,00 | € 2,80 |
IIREISPASPOORTEN | |||
BELGEN | |||
A.Normale procedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Volwassenen | € 65,00 | € 5,00
| € 70,00 |
Kinderen tot 18 jaar | € 35,00 | € 0,00 | € 35,00 |
B.Spoedprocedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Volwassenen | € 240,00 | € 5,00
| € 245,00 |
Kinderen tot 18 jaar | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
C. Super dringende procedure | € 300,00 | € 5,00 | € 3,00 |
NIET BELGEN |
|
|
|
RD VLUCHTELINGEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke belasting
| TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
RD VREEMDELINGEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
RD STAATSLOZEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belating | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
III VOORNAAMSVERANDERING |
|
|
|
Voornaamsverandering |
| € 50,00 | €50,00 |
Transgenders |
| € 5,00 | € 5,00 |
IVRIJBEWIJZEN |
|
|
|
| Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Rijbewijzen bankkaartmodel | €20,00 | € 5,00 | € 25,00 |
Internationaal rijbewijs | €16,00 | € 4,00 | € 20,00 |
VHUWELIJKSBOEKJES | |||
| Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Huwelijksboekje inclusief belasting op het in het huwelijksboekje voorkomend huwelijksgetuigschrift |
| € 8,00 | € 8,00 |
VIINLICHTINGENFORMULIER NAAR AANLEIDING VAN VERKOOP ONROEREND GOED | |||
|
| Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Per formulier |
| € 62,00
| € 62,00
|
VIIAFLEVEREN /WEIGEREN CONFORMITEITSATTEST AAN NATUURLIJKE OF RECHTSPERSONEN DIE HET ATTEST HEEFT AANGEVRAAGD | |||
|
| Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Voor een zelfstandige woning |
| € 62,50 | € 62,50 |
Voor een kamerwoning te verhogen met 12,50 € per kamer met een maximum van 1.250 € per gebouw |
| € 12,50 € 1.250
| € 12,50 € 1.250 |
VIIIAFLEVEREN DOCUMENTEN BETREFFENDE HET INDIVIDUEEL BEZOLDIGD PERSONENVERVOER | |||
Bestuurderspas individueel bezoldigd €20,00 €0,00 €20,00 personenvervoer | |||
Art. 3 De belasting wordt ingevorderd bij het afleveren van het document. De personen die onderworpen zijn aan de belasting zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden.
Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.
Art. 4 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1van het Decreet). De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar. Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1 van het decreet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 5 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5 van het decreet).
Art. 6 Worden van de belasting vrijgesteld :
a.De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd ;
b.de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen, de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd ;
c.de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties ;
d.de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente ;
e.de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut ;
f.de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd in verband met verkeersongevallen op de openbare weg.
g.de getuigschriften van goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding
h.geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de NMVB en openbare autobusdiensten ;
i.afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen ;
j.de al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerd, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enige inkomen het bestaansminimum is, die bescheiden nodig hebben wanneer ze voor een betrekking solliciteren. Wel is het zo dat de belanghebbenden zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor
ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.
k.inlichtingenformulier naar aanleiding van de verkoop van onroerende goederen :Federale Overheidsdienst Financiën – aankoopcomité.
Art. 7 De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens art. 13 van de wet van 04.07.1956 en het K.B. dd. 20.12.1972 en 12.11.1976.
Art. 8 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 9 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 10 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 11 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De raad beslist:
Art. 1 Belastbaar feit
De gemeente Wellen heft voor aanslagjaar 2021 een belasting op de meldingen en aanvragen bedoeld in het Decreet 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning, het K.B. 23.09.1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen en het K.B. 20.07.2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.
Art. 2 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Art. 3 Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bestaat uit een bedrag per dossiertype (3.1) verhoogd met een aanvullende dossierbelasting (3.2). Bij gecombineerde aanvragen worden de van toepassing zijnde elementen samengeteld.
3.1 Belasting per dossiertype
Omschrijving | Belasting |
Omgevingsvergunning | |
Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten | |
Meldingen | |
Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 3) | 25 euro |
Melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen | 25 euro |
Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | 25 euro |
Omgevingsvergunningsaanvragen | |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 1, 2A en 2): • vereenvoudigde procedure : • gewone procedure : |
25 euro 80 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen: • vereenvoudigde procedure • vereenvoudigde procedure met uitzetting bouwlijn • gewone procedure • gewone procedure met uitzetting bouwlijn |
25 euro 45 euro 80 euro 100 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging | 25 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor kleinhandelsingsactiviteiten * vereenvoudigde procedure tot een netto handelsoppervlakte van maximaal 20.000 m² * gewone procedure vanaf een netto handelsoppervlakte vanaf 20.000 m² |
25 euro
80 euro |
Aanvraag gecombineerde omgevingsvergunningen (vb stedebouwkundige handelingen en/of ingedeelde inrichtingen en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten * vereenvoudigde procedure * vereenvoudigde procedure met uitzetting bouwlijn * gewone procedure * gewone procedure met uitzetting bouwlijn |
25 euro 45 euro 80 euro 100 euro |
Andere |
|
Verzoek tot bijstelling van in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden (enkel belast indien op vraag van de exploitant) | 80 euro |
Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente vergunning (art. 390 omgevingsvergunningsdecreet) | 80 euro |
Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden |
|
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden : • gewone procedure : • per lot : • met wegenis |
• 80 euro • surplus 10 euro • surplus 100 euro |
Verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden : • gewone procedure • per lot • met wegenis |
• 80 euro • surplus 10 euro • surplus 100 euro |
Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (art. 104 omgevingsvergunningsdecreet) | 25 euro |
Aanvragen van attesten |
|
Aanvraag van een stedenbouwkundig attest (art. 5.3.1 VCRO) | 25 euro |
Aanvraag van een planologisch attest (art. 4.4.24 ev VCRO) | 25 euro |
Verstrekken van inlichtingen | |
Aanvraag van vastgoedinformatie per kadastraal perceel of per cluster van aaneengesloten percelen van dezelfde eigenaar | 62 euro |
Andere vergunningsaanvragen | |
Vergunningsaanvraag ioniserende straling | |
voor de inrichtingen gerangschikt door het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen : • in klasse 1 en 2
• in klasse 3 |
• 50 euro per inrichting • 25 euro per inrichting |
Vergunningsaanvraag springstoffen | |
voor de inrichtingen geklasseerd in 1ste en 2de klasse door het reglement inzake springstoffen | 50 euro per inrichting |
3.2 Aanvullende dossierbelasting
Omschrijving | Belasting |
Voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier (art. 156 omgevingsvergunningsbesluit) : • bundel bestaand uit papierformaat A4 en A3 : • plannen in papierformaat A2, A1 en A0 : |
• 25 euro • 5 euro per plan |
Voor het publiceren van berichten in dag- of weekbladen (o.a. art. 22 en 61 omgevingsvergunningsbesluit) | werkelijke publicatiekost conform factuur van dag- of weekblad |
Voor het (aangetekend) in kennis brengen van kadastrale eigenaars en omwonenden (o.a. art. 23 en 62 omgevingsvergunningsbesluit) | Indien er een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, wordt de belasting verhoogd met de kosten per aangetekende zending |
Voor het wijzigen van het voorwerp van de aanvraag (art. 30 of 45 omgevingsvergunningsdecreet) • zonder openbaar onderzoek : • met openbaar onderzoek |
25 euro 100 euro |
Aanvraag voor het houden van een projectvergadering (art. 8 omgevingsvergunningsdecreet) | 150 euro |
Art. 4 Vrijstellingen
Er is vrijstelling van belasting :
a) voor meldingen en aanvragen ingediend
• door overheden en instellingen van openbaar nut (meer bepaald de eigen gemeente, het eigen OCMW, de eigen autonome gemeentebedrijven, de politiezone, de hulpverleningszone en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waar de eigen gemeente deel van uitmaakt
• voor de bouw van sociale huurwoningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen
• inrichtingen klasse 3 uitsluitend horende bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt
• inrichtingen bedoeld in art. 5.1.1.11° van het DABM (tijdelijke inrichtingen)
b) omwille van procedurele redenen :
• Dossiers die niet op vraag van de vergunningshouder werden opgestart [bv. omzetting vergunning op proef, gerichte evaluatie, bijstelling voorwaarden, schorsing/opheffing, …]
• Procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus, op voorwaarde dat art. 13 omgevingsvergunningsdecreet van toepassing is.
Art. 5 Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldigen.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 6 Indienen van bezwaren
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen (t.a.v. de financiële dienst).
Dit moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediend worden, gemotiveerd worden en ondertekend zijn. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan de burgemeester of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst (de financiële dienst).
Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. Hiertoe vermeldt het bezwaarschrift de naam, de hoedanigheid, het adres van de belastingschuldige of van de maatschappelijke zetel, alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
De belastingschuldige kan de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar, waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid, dat door het college van burgemeester en schepenen, speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen 15 kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding, enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger, en anderzijds naar de financieel beheerder.
Art. 7 Vestiging en invordering
Onverminderd het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel 7, hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en van artikel 126 tot en met 175 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, van toepassing, voor zover ze niet specifiek de inkomstenbelastingen betreffen.
Art. 8 Geldingsduur
Dit reglement geldt voor meldingen en aanvragen ingediend volgens de nieuwe procedure, vanaf de datum van implementatie van de omgevingsvergunning binnen de gemeente. Het geldt tot andersluidende beslissing.
Art. 9 Bekendmaking
Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur en wordt verzonden aan de gouverneur
De raad beslist:
Art. 1 Voor het aanslagjaar 2021 wordt ten behoeve van de gemeente 850 opcentiemen op de onroerende voorheffing van het Vlaams Gewest geheven.
Art. 2 De bovenvermelde opcentiemen zullen geïnd worden samen met de onroerende voorheffing van het Gewest.
Art. 3 Dit besluit dient tijdig te worden bezorgd aan de provinciegouverneur en aan de Vlaamse belastingdienst onroerende voorheffing.
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013, zoals gewijzigd.
Art. 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2021 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Mevr. Els Slagmulder
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2021 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
Art. 2
De gemeente doet een een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2021 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
De raad beslist:
Art. 1 : Voor een termijn eindigend op 31.12.2021 worden volgende retributies geheven:
a) Voor de ophaling aan huis van huisvuil moet gebruik worden gemaakt van reglementaire huisvuilzakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van het huisvuil worden de grijze plastiekzakken geleverd aan:
- € 1,25 per zak van 44 liter oftewel € 12,50 per rol van 10 zakken
- € 0,625 per zak van 22 liter oftewel € 6,25 per rol van 10 zakken
b) Er wordt een retributie aangerekend voor inzameling van gft-afval door middel van een GFT-sticker. De prijs van de GFT-sticker wordt vastgesteld als volgt:
- GFT-container van 40 liter: sticker van € 10
- GFT-container van 120 liter: sticker van € 25
c) Voor de inzameling aan huis van pmd-afval moet gebruik worden gemaakt van pmd-zakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van PMD worden deze zakken aangeboden aan:
- € 0,15 per zak van 60 liter of € 3,00 per rol van 20 zakken van 60 liter
- € 0,3 per zak van 120 liter of € 3,00 per rol van 10 zakken van 120 liter (voor scholen + verenigingen)
d) Voor het ophalen van het grofvuil op afroep wordt een retributie vastgesteld op € 20,00 per ophaalbeurt. Het totaal volume is beperkt tot 2m² per aanbieding en mag maximum 2m lang en 1m breed zijn. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of een samengebonden bundel mag niet groter zijn dan 70 kg. De retributie wordt voldaan door betaling van de grofvuilstickers die zichtbaar op het grofvuil worden gekleefd. De grofvuilstickers worden verkocht aan een prijs van € 20 per sticker. Op het containerpark worden geen grofvuilstickers als betaalmiddel aanvaard.
e) Op het afleveren van de toegelaten huishoudelijke afvalfracties in het gemeentelijk recyclagepark, gelegen te Overbroekstraat z/n, worden volgende retributies geheven :
* autobanden: - diameter kleiner of gelijk aan 85 cm: € 2,50 per stuk
- diameter groter dan 85 cm: € 12,50 per stuk.
* steengruis : - € 15,00 per m³
zuiver bouwpuin- tot en met 0,5 m³: € 7,50
- ophaling door de Technische Dienst: € 15,00 per m³
* snoeihout : - levering in containerpark : gratis
- ophaling door de Technische Dienst: € 10,00 per m³
* gemengd groenafval : - € 20,00 per m³
en gazonmaaisel - tot en met 0,5m³ : € 10,00
* gemengd houtafval : - € 14,00 per m³
- tot en met 0,5 m³ : € 7,00
* vervuild piepschuim: - € 15,00 per m³
en EPS - tot en met 0,5 m³: € 7,50
* grofvuil : - 15 euro per m³
- tot en met 0,5 m³ : 7,5 euro
- verboden om gesloten zakken in de containers te gooien
* gemengd bouwpuin : - € 15,00 per m³
- tot en met 0,5 m³: € 7,50
- ophaling door de technische dienst : € 15,00 per m³
!! salons en matrassen worden geweigerd op het recyclagepark, deze zijn alleen mee te geven met ophaling aan huis via het systeem van de grofvuilstickers (zie d)).
* asbestafval :
Vanaf 31.03.2020 moet asbest steeds verplicht verpakt worden aangeleverd in een van onderstaande verpakkingen:
buisfolie: € 1/ stuk buisfolie van +/- 2,5 m (geschikt voor het verpakken van asbestplaten). Er kunnen maximum 15 stuks per aankoop gekocht worden.
mini-bag: € 1/stuk. Er kunnen maximum 15 stuks per aankoop gekocht worden.
Een set beschermingsmateriaal voor 2 personen kan aangekocht worden aan € 10/stuk Dit kan enkel aangekocht worden ingeval van aankoop buisfolie of mini-bag en er wordt maximaal 1 set beschermingsmateriaal per aankoop van buisfolie of mini-bag verkocht.
Voor de huis-aan-huisophaling van asbestafval geldt het apart reglement betreffende het tarief voor het inzamelen van asbestafval aan huis via (platen)zakken, bigbags of via asbestcontainers, zoals vastgesteld in het college van 17.02.2020.
f) Kosten voor de afvoer en verwerking van eventueel verontreinigde grond afkomstig van openbaar domein en in opdracht van particulieren : € 70,00 per m³
g) Kosten voor de afvoer en verwerking van landbouwplastiek : € 151,25 per ton.
De inzameling gebeurt door de plaatsing van een container bij de betrokken landbouwer. Na de afvoer en weging bij de verwerkingsfirma wordt de prijs vastgesteld en een factuur opgemaakt.
h) Verkoop compostbak in kunststof : € 35,00 per stuk
Verkoop compostvat in kunststof : € 15,00 per stuk
MODALITEITEN
De verkoop van compostrecipiënten wordt geregeld volgens de modaliteiten hierna bepaald:
Compostrecipiënten worden rechtstreeks geleverd bij de gemeente en voorgefinancierd door Limburg.net.
Limburg.net stelt individuele facturen op aan de hand van een lijst en verklaart deze ‘voor voldaan’.
LEVERINGEN EN BEHEER
De compostrecipiënten worden besteld bij Limburg.net.
Het gemeentebestuur beheert de compostrecipiënten als een goede huisvader.
Limburg.net maakt per gemeente een rekening aan bij Belfius.
Limburg.net bezorgt aan de gemeente voorgedrukte overschrijvingsformulieren.
- Na verkoop aan de inwoners betaalt de gemeente de verkochte compostbakken en -vaten op de Belfiusrekening.
- De inwoner betaalt in het containerpark met bankcontact de compostbakken en -vaten bij de aankoop.
- De parkwachter houdt volgende informatie bij voor iedere aankoop :
* datum van aankoop;
* naam;
* adres;
* aantal verkochte compostbakken en/of -vaten.
BETALINGSWIJZE
Het gemeentebestuur zorgt voor een adressenlijst van de personen en het aantal recipiënten dat zij hebben gekocht.
Het gemeentebestuur volgt de betalingen van de compostrecipiënten op via Belfiusweb.
Het gemeentebestuur zorgt voor het nazicht van de rekening en het opmaken van een leveringslijst.
Op 31 december van elk jaar wordt de voorraad geteld en deze inventaris wordt aan Limburg.net bezorgd.
Ook worden de al betaalde, maar nog niet afgehaalde of geleverde recipiënten doorgegeven aan Limburg.net.
Art. 2 De toegang tot het gemeentelijk recyclagepark is enkel mogelijk voor inwoners van de gemeente Wellen met behulp van hun eID kaart. Inwoners van andere gemeenten dan Wellen hebben geen toegang tot het recyclagepark, ter plaatse Overbroekstraat. Hierop zal streng toezicht uitgeoefend worden.
Art. 3 Alle betalende fracties dienen contant betaald te worden op het recyclagepark tegen afgifte van een kwitantie, afgeleverd door de toezichthoudende parkwachter. Er worden geen facturen uitgeschreven voor deze afvalstoffen aangeleverd op het recyclagepark.
De gebruikers verklaren zich, vanaf het moment dat zij het recyclagepark verlaten, automatisch akkoord met de aangerekende retributie.
Art. 4 Het gemeentebestuur zal haar inwoners in kennis stellen van de plaatsen en modaliteiten waar huisvuilzakken, pmd-zakken, gft-stickers, gft-zakken en grofvuilstickers, verpakkingsmateriaal voor asbest kunnen bekomen worden tegen betaling van de vastgelegde retributie.
Art. 5 Dit reglement vervangt alle vorige reglementen betreffende deze inhoud, met ingang van 01/01/2020.
Art. 6 Dit raadsbesluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 en 187 van het gemeentedecreet.
Een kopie van onderhavig raadsbesluit wordt in toepassing van artikel 248 tot en met 261 van het gemeentedecreet verzonden aan de provinciegouverneur.
Een eensluidend gewaarmerkt afschrift van dit reglement zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan:
•LIMBURG.NET;
•de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
•het Departement Omgeving, Afdeling Handhaving en/of de Vlaamse Minister van Leefmilieu;
De raad beslist:
Art. 1 Voor een termijn eindigend op 31 december 2021 wordt een retributie geheven bij de aflevering van de machtiging tot organisatie van een manifestatie voor de gevallen waarin de inwoners op de hoogte moeten gebracht worden van gewijzigde verkeersmaatregelen.
Art. 2 Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op € 12,39 voor de kosten van de berichtgeving.
Art. 3 Deze retributie is verschuldigd door de organisator van de manifestatie.
Art. 4 Bij gebrek aan betaling zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de regels van de burgerlijke rechtspleging.
Art. 5 Deze beslissing zal aan het toezicht van de hogere overheid onderworpen worden.
De raad neemt kennis:
Art. 1 De raad neemt kennis van het opvolgingsrapport tot en met 30.06.2020.
De raad beslist:
Art. 1 Aan de hand van de verdeelsleutel 2021 in de hulpverleningszone Zuid-West Limburg en de raming van de begroting 2021 van de hulpverleningszone, wordt de gemeentelijke dotatie 2021 aan de hulpverleningszone Zuid-West Limburg vastgesteld op € 304 873,61.
Art. 2 De gemeentelijke dotatie wordt voorzien op de begroting 2021 onder MJP000521 64940000/0 410 00.
De raad beslist:
Art. 1 Voor de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden vanaf 01/01/2021 de aansluiting aan te vragen bij het gesolidariseerd pensioenfonds van de lokale overheden, zoals ingesteld bij de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.
Artikel 2
De toekenning, het beheer en de betaling van de rust- en overlevingspensioenen ten laste van het gesolidariseerd pensioenfonds verder te blijven toevertrouwen aan Ethias, evenals de betaling van de bijdragen conform artikel 32 van de wet van 24 oktober 2011.
Artikel 3
Teneinde de financiering van de pensioenen van statutaire gemeentelijke ambtenaren te verzekeren, bepaalt de gemeenteraad jaarlijks de bijdragevoet.
Artikel 4
De gemeenteraad legt de bijdragevoet voor het jaar 2021 vast op 41,5% van de bruto jaarwedden van het statutair gemeentepersoneel. In deze bijdrage zijn de afhoudingen ten laste van het personeel inbegrepen (7,5%)
Artikel 5
De gereserveerde pensioenreserves bij Ethias van 133.370,31 EUR op 1 januari 2020 toe te wijzen aan de pensioenverzekering van de gemeente nr. FP431.
De raad beslist:
Art. 1 De personeelsleden krijgen voor het werkjaar 2021 in totaal 5 vervangdagen toegekend a rato van
hun prestaties. De brugdag wordt als volgt vastgelegd (voor gemeentehuis, onderhoud, vrije tijd, TUD
uitgezonderd containerpark): op vrijdag 14 mei 2021 (brugdag na donderdag 13 mei, OLH Hemelvaart) worden het gemeentehuis en de technisch uitvoerende dienst gesloten. Het containerpark zal op vrijdag 14 mei geopend blijven.
Art. 2 Op zaterdag 2 januari (brugdag na vrijdag 1 januari, nieuwjaar) wordt de
bibliotheek gesloten. Voor het bibliotheekpersoneel dat van dienst is op zaterdag 2 januari,
wordt een brugdag vastgelegd op zaterdag 2 januari 2021.
Art. 3 De vervangdagen die niet vastliggen, worden aan het personeel toegekend via compensatiedagen
op de verlofkaart/GPS e-suite, à rato van hun prestaties. De personeelsleden die werken op de
vastgelegde brugdag, mogen de vervangdag op een andere datum opnemen (à rato van hun
prestaties) en mogen hun gepresteerde uren compenseren aan 100%.
De raad beslist:
Art. 1 akkoord te gaan met de oprichting van een intergemeentelijke lokale preventiewerking en
gaat over tot de ondertekening van het formulier "engagementsverklaring tot starten van een lokale
preventiewerking".
Art. 2 de raad keurt de statuten van de interlokale vereniging lokale preventiewerking Haspengouw zoals toegevoegd in bijlage goed.
Art. 3 Dhr. Luc Knuts, schepen van sociale zaken en volksgezondheid, wordt aangesteld als afgevaardigde in het beheerscomité Interlokale vereniging lokale preventiewerking Haspengouw.
Art. 2 Wellen treedt op als beherend lokaal bestuur de intergemeentelijke lokale preventiewerking. De concrete uitwerking wordt gedelegeerd naar OCMW Wellen
Art. 3 De eigen bijdrage van Wellen voor werkjaar 2021 bedraagt € 3.702,49. Deze middelen worden voorzien in het MJP.
Goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Fabienne Vanmuysen Kristien Treunen Gerda Missotten Herman Pipeleers Luc Knuts Ellen Punie Benny Maes Gerry Briers Els Robeyns Marina Scholts Ilse Bosmans Frank Cornitensis Ronald Kenis Johan Cabergs Eric Martens Sandra Jans Marc Weeghmans Stéphanie Billen Stijn Vandersmissen aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 Het subsidiereglement 'coronafonds voor verenigingen' m.b.t. het verdelen van de middelen uit het Vlaams noodfonds cultuur, jeugd, sport, media en de lokale besturen, zoals in bijlage gehecht aan dit besluit, goed te keuren
Art. 2 De verenigingen worden in kennis gesteld van dit reglement
De raad beslist:
Art. 1 Voor een termijn eindigend op 31 december 2021, worden de huurgelden vastgesteld die gelden bij het uitlenen van gemeentemateriaal.
Art. 2 Dit gemeentemateriaal wordt enkel uitgeleend aan:
-Wellense verenigingen aangesloten bij een gemeentelijke adviesraad
-Scholen gevestigd op het grondgebied van Wellen
-De Wellense Middenstand
-De geestelijke overheid
-Buurtverenigingen en/of straatcomités
VOOR EEN PERIODE VAN MAXIMUM 10 DAGEN
Art. 3 de huurtarieven worden vastgesteld als volgt:
MATERIAAL | WAARBORG | HUUR | PRIJS BESCHADIGING | PRIJS VERLIES |
Tentoonstellingspanelen + staanders (70) | 6 euro/set | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podium (50/ 1=2m2 | 25 euro/m² (max. 745 euro) | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Trap 4 treden (2) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podiumleuning (20m) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podiumblindering (50m) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Erepodium | 100 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Nadarhekken (120) * 2m/hek | 6 euro/stuk | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs
|
Stoelen (550) | t/m 100 stuks : 124 euro 101 stuks en meer : 248 euro | 0,13 euro/stoel | 13 euro/stoel | Aanschaffingsprijs |
Tafels (80) | t/m 20 stuks : 124 euro 20 stuks en meer : 248 euro | 0.50 euro/tafel | 25 euro/tafel | Aanschaffingsprijs |
Houten tafels | t/m 23 stuks : 150 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Houten banken | t/m 40 stuks : 150 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Tenten (4)
Partytenten | 124 euro/tent
200 euro/tent | 8 euro/tent
16 euro/tent | 124 euro/tent
wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs
Aanschaffingsprijs |
Art. 4 Voor het huren van de tenten “Bruisend Wellen” dient de huurder ten minste 4 weken op voorhand een gemotiveerd schrijven te richten aan het college van burgemeester en schepenen teneinde de toelating tot huren te verkrijgen. In dit schrijven moet - het soort van evenement, het doel en de ondergrond waarop de tenten geplaatst worden - omschreven worden.
Art. 5 Hoger vernoemde huurprijzen dienen betaald te worden in handen van de aangestelde personeelsleden verhuring gemeentelijk materiaal.
Art. 6 De ontvangen gelden zullen maandelijks door de aangestelde personeelsleden overgemaakt worden op het rek. nr. 091-0004969-51 van de gemeente. Aan de dienst financiën zal maandelijks een afschrift bezorgd worden van de genummerde bons, samen met een overzichtstaat inzake de verhuringen van de gemeentelijke materialen die de storting verantwoorden.
Art. 7 De waarborg wordt - per gekruiste cheque of door middel van een behoorlijk ingevulde en ondertekende overschrijving - afgeleverd aan de aangestelde personeelsleden.
Art. 8 Het materiaal zal slechts verhuurd worden als het huurgeld en de waarborg ten minste 14 dagen op voorhand voldaan is.
Art. 9 De waarborg wordt terugbezorgd aan de aanvrager na afloop van de verhuring van het materiaal indien er geen beschadiging, verlies of misbruik vastgesteld wordt.
Art. 10 Indien het materiaal beschadigd wordt, of bij verlies, zullen de huurders een factuur ontvangen met vermelding van de schade. Na betaling zal de waarborg (gekruiste cheque of overschrijving) terugbezorgd worden aan de huurder. De waarborg zelf (gekruiste cheque of overschrijving) zal enkel aangewend worden indien de betaling van de schadefactuur achterwege blijft.
Art. 11 De aanvrager dient het gehuurde materiaal na gebruik zuiver te maken.
Art. 12 De aanvrager dient de gehuurde tenten “Bruisend Wellen”:
-zelf af te halen bij de technische dienst, na contactname met de dienst verhuringen
-de eerstvolgende werkdag volgend op de verhuring, in oorspronkelijke staat en in de
oorspronkelijke verpakking, terug te brengen naar de technische dienst tussen 8.30 en
10.00 uur.
-na gebruik veilig in een afgesloten ruimte op te bergen om diefstal te vermijden.
Art. 13 De aanvrager dient alle ander gehuurd materiaal :
-de eerstvolgende werkdag volgend op de verhuring
- in oorspronkelijke staat
-gestapeld
-op de plaats van levering
-om 8.30 uur klaar te zetten voor de Technische Dienst. (nadars dienen per soort gestapeld te
worden)
Art. 14 De gehuurde materialen kunnen ten laatste 14 dagen, vóór de datum van de activiteit, schriftelijk geannuleerd worden. Het huurbedrag wordt in dit geval terugbetaald aan de aanvrager.
De raad beslist:
Art. 1 In de meerkosten voor de huur van de openbare sportaccommodaties buiten de gemeentelijke sporthal, voor wat betreft de sportverenigingen aangesloten met de sportraad, zal de gemeente in 2021 tussen komen voor 50% van de meerkosten, evenwel met toepassing van volgende bepalingen:
- er wordt geen tussenkomst verleend ten bedrage van de uren dat de gemeentelijke sporthal
vrij is tijdens weekavonden tussen 18 en 22uur;
- er zal eerst aftrek gebeuren van het totaal van de vrije uren van de gemeentelijke
sporthal, gelegen op weekavonden tussen 18 en 22 uur gedurende die week
- de duurste gevraagde tussenkomsten van de betreffende week zullen eerst afgetrokken
worden.
Art. 2 De sportverenigingen zullen elk kwartaal de factuur dewelke zij dienen te betalen voor de huur van deze accommodaties voorleggen aan ons bestuur.
Art. 3 De sportverenigingen zullen elk kwartaal een gedetailleerde schuldvordering opmaken. Na verificatie zal aan de ontvanger opdracht gegeven worden om 50% van de meerkost voor de huur van deze accommodaties terug te betalen aan de desbetreffende vereniging.
Art. 4 Deze toelage zal aangerekend worden op MJP 000344.
De raad beslist:
Art. 1 Mevr. Els Robeyns, burgemeester, aan te duiden als gemeentelijke vertegenwoordiger in de projectvereniging erfgoed Haspengouw
De raad beslist:
Art. 1 De agendapunten van de Algemene Vergadering van woensdag 16 december 2020 van de Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net worden goedgekeurd.
Art. 2: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de opdrachthoudende vereniging middels het bezorgen van een afschrift in tweevoud aan Limburg.net.
De raad beslist:
Art. 1 De agenda van de gewone vergadering dd. 10 december 2020 van IGL wordt goedgekeurd.
Art. 2 Vertegenwoordiger of bij belet de plaatsvervanger word(t)en gemandateerd om op de vergadering (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen zoals vermeld in het artikel 1 en verder al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.
Art. 3 Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavige beslissing en zal onverwijld een afschrift van deze beslissing bezorgen aan IGL, Klotstraat 125 te 3600 Genk.
Goedkeuren amendement Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Gerry Briers Benny Maes Stijn Vandersmissen Stéphanie Billen Fabienne Vanmuysen Sandra Jans Marc Weeghmans Ronald Kenis Ilse Bosmans Marina Scholts Gerda Missotten Eric Martens Frank Cornitensis Herman Pipeleers Luc Knuts Ellen Punie Kristien Treunen Johan Cabergs Els Robeyns aantal voorstanders: 7 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 12 Verworpen
Goedkeuren initiële besluit Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Marina Scholts Luc Knuts Gerda Missotten Kristien Treunen Herman Pipeleers Ronald Kenis Eric Martens Ellen Punie Johan Cabergs Els Robeyns Frank Cornitensis Ilse Bosmans Benny Maes Marc Weeghmans Sandra Jans Fabienne Vanmuysen Gerry Briers Stéphanie Billen Stijn Vandersmissen aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De raad beslist:
Art. 1 : Voor het jaar 2020 aan de 11.11.11-actie een toelage toe te kennen van € 868.
Art. 2 : De hierboven vermelde organisatie vrij te stellen van verantwoording van het gebruik van deze toelage.
Art. 3 : De toelage te storten op de rekening BE30 0000 0000 1111 van 11.11.11.
Goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Benny Maes Sandra Jans Stijn Vandersmissen Gerry Briers Fabienne Vanmuysen Marc Weeghmans Stéphanie Billen Johan Cabergs Kristien Treunen Ellen Punie Eric Martens Marina Scholts Ronald Kenis Frank Cornitensis Els Robeyns Herman Pipeleers Luc Knuts Gerda Missotten Ilse Bosmans aantal voorstanders: 7 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 12 Verworpen
De raad beslist:
Wordt niet weerhouden:
Art. 1 de gemeente Wellen zet in op cyberveiligheid en dient een aanvraag in voor een basisaudit bij de Vlaamse overheid.
Goedkeuren Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Mia Cuppens Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Ellen Punie Kristien Treunen Sandra Jans Gerda Missotten Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Frank Cornitensis Stijn Vandersmissen Johan Cabergs Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Luc Knuts Ronald Kenis Stéphanie Billen Marc Weeghmans Herman Pipeleers Benny Maes Marina Scholts Fabienne Vanmuysen Gerry Briers Marc Weeghmans Sandra Jans Stijn Vandersmissen Benny Maes Stéphanie Billen Frank Cornitensis Eric Martens Luc Knuts Marina Scholts Johan Cabergs Kristien Treunen Ellen Punie Herman Pipeleers Gerda Missotten Ilse Bosmans Ronald Kenis Els Robeyns aantal voorstanders: 7 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 12 Verworpen
De raad beslist:
Wordt niet weerhouden:
Art. 1 De e-mailadressen van de raadsleden van het domein @wellen.be ook te vermelden op de webpagina van de gemeente.
Art. 2 Ten behoeve van de burgers 2 nieuwe e-mailadressen in gebruik te nemen om te corresponderen met de gemeentelijke instellingen.
o college@wellen.be
o gemeenteraad@wellen.be
De raad beslist:
Art. 1 : De notulen van de vergadering van 30 oktober 2020 goed te keuren.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.