UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 1 : OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN HEFFING OP LEEGSTAANDE EN/OF VERWAARLOOSDE BEDRIJFSRUIMTEN - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Vanaf 1 januari 2015 is de vestiging van opcentiemen op gewestbelastingen die op het KI gebaseerd zijn, weer mogelijk. De wet van 19 april 2014 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzake de vestiging van aanvullende belastingen op gewestbelastingen heeft hiertoe een nieuw artikel 464/1 ingevoerd in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Juridische grondslag
Artikel 170§4, Grondwet;
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid Hoofdstuk III, artikel 15, betreffende de mogelijkheid om gemeentelijke opcentiemen te heffen;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, art. 464/1;
De financiële toestand van de gemeente.
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2019 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
Art. 2
De gemeente doet een een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2019 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Mevr. Els Slagmulder
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 2 : OPCENTIEMEN OP DE DOOR HET VLAAMS GEWEST GEHEVEN HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Vanaf 1 januari 2015 is de vestiging van opcentiemen op gewestbelastingen die op het KI gebaseerd zijn, weer mogelijk. De wet van 19 april 2014 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzake de vestiging van aanvullende belastingen op gewestbelastingen heeft hiertoe een nieuw artikel 464/1 ingevoerd in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Juridische grondslag
Artikel 170§4, Grondwet;
Artikel 42§3, 168,187 en 253,§1,3° Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.5.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, inzonderheid de artikelen 2.5.4.0.2, 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5.;
Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van de leegstand en de verkrotting van gebouwen en/of woningen en latere wijzigingen;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, art. 464/1;
Hoofdstuk VIII, afdeling 2 Decreet van 22 december 1995 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
De financiële toestand van de gemeente.
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2019 ten voordele van de gemeente Wellen, 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013, zoals gewijzigd.
Art. 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Art. 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art. 4
Dit besluit wordt vóór 01.03.2019 per aangetekende brief verstuurd naar :
Agentschap Vlaamse Belastingdienst
Mevr. Els Slagmulder
Dienst financiële opvolging
Koning Albert II-laan 35 bus 62
1030 Brussel
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 3 : BELASTING OP DE TWEEDE VERBLIJVEN - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.
Het aantal tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente;
De lasten die hiervan het gevolg zijn;
Juridische grondslag
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;
Het decreet van 28 mei 2010 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dat in werking trad op 24 juni 2010. Dit wijzigingsdecreet is van technische aard. Het wil vooreerst een vergetelheid rechtzetten door verwijzing naar hoofdstuk 9bis van Titel VII van het W.I.B. op te nemen. Hierdoor is de speciale verjaringsregeling voor de belastingschulden weer van toepassing. Daarnaast werden mogelijke interpretatieproblemen uitgeklaard en een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd;
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, de bepalingen van titel VII, (Vestiging en invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing zijn, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen;
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2019 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse directe belasting gevestigd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Art. 2 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke private woongelegenheid waarvan de persoon die er kan wonen, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste woongelegenheden.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd :
- lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van
beroepsactiviteiten;
- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.
Art. 3 Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen.
Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans bedoeld zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken.
Art. 4 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op €125,00 per jaar en per tweede verblijf.
Art. 5 De belasting is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf; de hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld. In geval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel.
Art. 6 De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. Dit formulier dient voor de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht voor 01.05.2019 spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Art. 7 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 8 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5. De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 10 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 11 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 12 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 13 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
Goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Frank Cornitensis Els Robeyns Luc Knuts Kristien Treunen Els Billen Johan Cabergs Ilse Bosmans Ronald Kenis Herman Pipeleers Marina Scholts Ellen Punie Eric Martens Stijn Vandersmissen Sandra Jans Gerry Briers Stéphanie Billen Marc Weeghmans Fabienne Vanmuysen Benny Maes aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 4 : BELASTING OP DE DRIJFKRACHT VAN MOTOREN - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.
Juridische grondslag
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;
Het decreet van 28 mei 2010 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dat in werking trad op 24 juni 2010. Dit wijzigingsdecreet is van technische aard. Het wil vooreerst een vergetelheid rechtzetten door verwijzing naar hoofdstuk 9bis van Titel VII van het W.I.B. op te nemen. Hierdoor is de speciale verjaringsregeling voor de belastingschulden weer van toepassing. Daarnaast werden mogelijke interpretatieproblemen uitgeklaard en een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd;
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, de bepalingen van titel VII, (Vestiging en invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing zijn, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen;
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren
12 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Ellen Punie, Els Billen, Marina Scholts en Ronald Kenis
5 stemmen tegen: Sandra Jans, Marc Weeghmans, Stijn Vandersmissen, Stéphanie Billen en Gerry Briers
2 onthoudingen: Benny Maes en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2019 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen een belasting van € 9,92 per kilowatt geheven op motoren, ongeacht de brandstof of de energie die deze motoren in beweging brengt. De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of exploitatie-eenheid van de onderneming. Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van tenminste drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren, gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid is gevestigd.
Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente. De door de tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt ten laste van deze ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten. Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen, die er deel van uitmaakten, hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd .
Art. 2 De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motoren geplaatst of gebruikt tijdens het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de belasting slaat.
Bij stopzetting van bedrijf in de loop van het jaar wordt er een bijzondere bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de belastbare motoren geplaatst en gebruikt tijdens het jaar of jaargedeelte waarin de bedrijfsstopzetting plaats heeft. De belastingplichtigen die onder toepassing vallen van deze bepaling zijn verplicht uiterlijk acht dagen na de stopzetting van het bedrijf hiervan aangifte te doen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
De grondslagen van de belasting zijn de volgende :
a.Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht opgegeven in het besluit waarbij de vergunning tot het plaatsen van de motor wordt verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.
b.Beschikt de onderneming over verscheidene motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som van de krachten – opgegeven in de besluiten waarbij vergunning tot het plaatsen gegeven wordt – vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.
Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met dertig motoren, met 1/100 van de eenheid, per bijkomende motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.
Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het jaar dat onmiddellijk voorafging aan het jaar waarop de stopzetting plaats heeft, of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkstelling. De kracht van de hydraulische toestellen wordt vastgesteld in overleg tussen de belastingplichtige en het College van Burgemeester en Schepenen. Bij onenigheid staat het de belastingplichtige vrij een tegenonderzoek uit te lokken.
De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rata van het aantal door haar belaste motoren.
Art. 3 Is van belasting vrijgesteld :
1.Elke onderneming waarvan de totale belastbare drijfkracht wordt vastgesteld als zijnde minder of gelijk aan 250 kilowatt.
2.
a. De motor die heel het jaar stil ligt. Het tijdelijk stilleggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de R.V.A. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen .
De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.
In geval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming van toepassing is.
Geen belastingvermindering kan aan de belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten die aan het gemeentebestuur enerzijds de datum van het stilleggen en anderzijds de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend maken.
Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat dit stilliggen van de motor pas in na ontvangst van het eerste bericht.
De bouwondernemingen, die een regelmatige boekhouding bijhouden, kunnen na een uitdrukkelijk verzoek, gemachtigd worden het stilliggen van de motoren te rechtvaardigen door het bijhouden van een inschrijvingsboekje waarin de begin- en einddatum van het stilleggen van elke motor en de werf waar hij normaal gebruikt wordt, ingeschreven worden. Op het einde van het jaar vult de aannemer zijn verklaring in op basis van de aanduidingen in dit inschrijvingsboekje. De nauwkeurigheid van deze inschrijvingen kan op elk ogenblik nagegaan worden.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.
b. De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.
c. De motor van een draagbaar toestel.
d. De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met wat nodig is voor het drijven van de generator.
e.De persluchtmotor.
f.De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.
g.De motorkracht die uitsluitend wordt gebruikt voor toestellen tot wateruitputting, wat ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.
h.De hulpmotor, d.w.z. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de produktie te verhogen.
i.De wisselmotor, d.w.z. die welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een ander die hij tijdelijk moet vervangen.
De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om gelijktijdig met de normaal gebruikte motoren te werken en dit gedurende de tijd nodig om de voortzetting van de produktie te verzekeren.
Art. 4 De motoren, die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar evenals degene die bij de toepassing van de leden b. tot i. van artikel 3 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.
Art. 5 Aan nieuw opgerichte nijverheidsbedrijven of fabrieken wordt gedurende maximum 5 opeenvolgende jaren, teruggave of vrijstelling van de belasting verleend. Dit laatste is enkel het geval als de volgende voorwaarden vervuld worden:
a.In de loop van het belastingjaar een bezoldigingsbedrag aan in België gedomicilieerde werknemers vereffend hebben, overeenstemmende met ten minste 2.500 werkdagen of hiermee gelijkgestelde dagen.
b.Vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing op de onroerende goederen, opgericht op het grondgebied van de gemeente en die werkelijk het voorwerp uitgemaakt hebben van de investeringen, zowel voor de gebouwen als voor materieel en de outillage, onroerend van nature of door bestemming, ingeschreven in de kadastrale documenten.
c.binnen twee maanden na het verstrijken van het belastingjaar een verzoek om ontheffing doen bij het College van Burgemeester en Schepenen en dit verzoek kunnen staven met bewijsstukken.
Van deze ontheffing kan niet genoten worden :
a.door bedrijven, die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;
b.wanneer een bedrijf opgericht wordt door wijziging, samenvoeging of splitsing juridisch of hoe dan ook, van bestaande bedrijven, op het grondgebied van de gemeente.
Art. 6 Wanneer de fabricagemachines wegens een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend werd.
Om van deze vermindering te genieten, moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur een bericht gegeven hebben, hetzij aangetekend, hetzij afgeleverd tegen ontvangstbewijs. Dat bericht bevat naast de datum van de datum van het ongeval ook die van het opnieuw aanzetten van de motor.
Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de datum van het stilliggen van de motor slechts in vanaf de ontvangst van het eerste bericht.
De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken voorleggen waardoor de juistheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.
Wanneer een motor buiten gebruik gesteld wordt wegens ongeval, moet dat binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.
Art. 7 Wanneer de installaties van een onderneming voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de metingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan en wanneer dat bedrijf ook belast werd op grond van wat in de artikels 1 en 6 bepaald wordt gedurende een periode van ten minste twee jaar, dan wordt het bedrag van de belastingen van de volgende dienstjaren, op verzoek van de exploitant, vastgesteld op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene jaar tot het andere, van de rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.
Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van de inhoud van artikels 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar; deze verhouding wordt “verhoudingsfactor” genoemd.
Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximumkwartvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.
De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar niet meer dan 20 % verschilt van het refertejaar, d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.
Bedraagt dit verschil meer dan 20 % dan telt het bestuur de belastbare elementen om een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.
Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartvermogen, die in zijn installaties werden opgenomen tijdens dat jaar, voorafgaande aan het jaar wanneer hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt; hij moet er zich bovendien toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het belastingjaar te voegen en het bestuur toe te laten steeds de in zijn installatie gedane metingen van het maximumvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.
De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een periode van vijf jaar.
Behalve bij verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van die periode, wordt deze stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.
Art. 8 De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. Dit formulier dient voor de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht voor 01.05.2019 spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Art. 9 De exploitant dient de eventuele veranderingen of verplaatsingen van motoren, die zich in de loop van het jaar voorgedaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behalve wanneer de onderneming op geldige wijze de regeling, bedoeld van artikel 7 heeft gekozen.
Art.10 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % en wordt ook ingekohierd.
Art. 11 Artikel 5 van het decreet verleent de bevoegdheid tot het stellen van alle nodige fiscale onderzoeks- en controleverrichtingen in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in de artikelen 6 en 7 van het decreet.
De bevoegde personeelsleden van de gemeente moeten daartoe speciaal worden aangesteld door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Het kunnen zowel personeelsleden in statutair of in contractueel verband zijn.
Het proces-verbaal dat deze personeelsleden opmaken heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Hierdoor wordt er een bijzondere bewijswaarde aan verleend zodat het controlerend personeelslid een bevoorrechte getuigenis kan leveren die de rechter niet naast zich kan neerleggen, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast wordt dus verlegd van de overheid naar de belastingplichtige.
Artikel 6 van het decreet regelt de bevoegdheden van de controlerende personeelsleden bedoeld in artikel 5.
De verplichting tot het voorleggen van boeken en bescheiden geldt niet alleen voor de belastingplichtigen, maar ook voor derden, met name voor iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden zou beschikken.
De controlerende personeelsleden beschikken over een speciaal toegangsrecht, eventueel mits machtiging van de politierechter. Een machtiging is niet nodig indien uit vrije wil toegang wordt verleend. Het spreekt voor zich dat in dit verband geen enkel misbruik vanwege de controlerende personeelsleden kan worden aanvaard.
De financieel beheerder kan niet worden aangesteld als controlerend personeelslid.
Art. 12 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 13 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bewaar schift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 14 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 15 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 5 : BELASTING OP DE OMGEVINGSVERGUNNINGEN
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Omwille van de inwerkingtreding van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en bijhorende uitvoeringsbesluiten vanaf 23/02/2017 was het opportuun om de huidige belastingreglementen dd. 28.12.2016 op bouw- en verkavelingsaanvragen en op aanvragen tot of melden van het exploiteren of veranderen van hinderlijke inrichtingen te herzien en te hervormen tot één globaal belastingreglement. Vanaf 01.08.2018 werden de natuurvergunningen en socio-economische vergunningen voor handelsvestigingen geïntegreerd in de procedure van de omgevingsvergunning.
Vanaf 30.12.2017 geldt dat voor de verdeling van een grond in één onbebouwde kavel om deze te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies geen verkavelingsvergunning meer nodig is.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Decreet van de Vlaamse Regering van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen
Besluit van de Vlaamse Regering van 27.11.2015 tot uitvoering van het omgevingsvergunningendecreet en latere wijzigingen;
Decreet van de Vlaamse Regering van 25.01.2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 01.09.2009, en uitvoeringsbesluiten en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 01.06.1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), en latere wijzigingen
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van het decreet van 15.07.2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en latere wijzigingen ;
Decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Natuurdecreet) en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse regering van 23.07.1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Vegetatiebesluit) en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 20.07.2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling en latere wijzigingen.
Wet van 28.05.1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen en latere wijzigingen.
Decreet van 08.12.2017 houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.
Toelichting (feiten en context)
Het belastingsreglement werd op 01.12.2017 goedgekeurd naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning in alle gemeentes vanaf 01.01.2018. Sindsdien zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd die een invloed hebben op de lopende verguningsprocedures, met name de integratie van kleinhandelsactiviteiten en vegetatiewijzigingen in de omgevingsvergunning vanaf 01.08.2018 en de wijziging van verkavelingsplicht vanaf 2 loten.
BESLUIT: Goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Belastbaar feit
De gemeente Wellen heft voor het aanslagjaar 2019 een belasting op de meldingen en aanvragen bedoeld in het Decreet 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning, het K.B. 23.09.1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen en het K.B. 20.07.2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.
Art. 2 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Art. 3 Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bestaat uit een bedrag per dossiertype (3.1) verhoogd met een aanvullende dossierbelasting (3.2). Bij gecombineerde aanvragen worden de van toepassing zijnde elementen samengeteld.
3.1 Belasting per dossiertype
Omschrijving | Belasting |
Omgevingsvergunning | |
Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten | |
Meldingen | |
Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 3) | 25 euro |
Melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen | 25 euro |
Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | 25 euro |
Omgevingsvergunningsaanvragen | |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 1, 2A en 2): • vereenvoudigde procedure : • gewone procedure : |
25 euro 80 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen: • vereenvoudigde procedure en gewone procedure zonder uitzetting bouwlijn • vereenvoudigde en gewone procedure met uitzetting bouwlijn |
25 euro
100 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging | 25 euro |
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor kleinhandelsingsactiviteiten * vereenvoudigde procedure tot een netto handelsoppervlakte van maximaal 20.000 m² * gewone procedure vanaf een netto handelsoppervlakte vanaf 20.000 m² |
25 euro
80 euro |
Aanvraag gecombineerde omgevingsvergunningen (vb stedebouwkundige handelingen en/of ingedeelde inrichtingen en/of vegetatiewijzigingen en/of kleinhandelsactiviteiten * vereenvoudigde procedure zonder uitzetting bouwlijn * gewone procedure * gewone procedure met uitzetting bouwlijn |
25 euro 80 euro 100 euro |
Andere |
|
Verzoek tot bijstelling van in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden (enkel belast indien op vraag van de exploitant) | 80 euro |
Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente vergunning (art. 390 omgevingsvergunningsdecreet) | 80 euro |
Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden |
|
Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden vanaf 2 loten : • met wegenis : |
• 10 euro per lot • surplus van 100 euro |
Verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden :
• met wegenis : |
• 10 euro per lot • surplus van 100 euro |
Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (art. 104 omgevingsvergunningsdecreet) | 25 euro |
Aanvragen van attesten |
|
Aanvraag van een stedenbouwkundig attest (art. 5.3.1 VCRO) | 25 euro |
Aanvraag van een planologisch attest (art. 4.4.24 ev VCRO) | 25 euro |
Verstrekken van inlichtingen | |
Aanvraag van vastgoedinformatie per kadastraal perceel of per cluster van aaneengesloten percelen van dezelfde eigenaar | 62 euro |
Andere vergunningsaanvragen | |
Vergunningsaanvraag ioniserende straling | |
voor de inrichtingen gerangschikt door het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen : • in klasse 1 en 2
• in klasse 3 |
• 50 euro per inrichting • 25 euro per inrichting |
Vergunningsaanvraag springstoffen | |
voor de inrichtingen geklasseerd in 1ste en 2de klasse door het reglement inzake springstoffen | 50 euro per inrichting |
3.2 Aanvullende dossierbelasting
Omschrijving | Belasting |
Voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier (art. 156 omgevingsvergunningsbesluit) : • bundel bestaand uit papierformaat A4 en A3 : • plannen in papierformaat A2, A1 en A0 : |
• 25 euro • 5 euro per plan |
Voor het publiceren van berichten in dag- of weekbladen (o.a. art. 22 en 61 omgevingsvergunningsbesluit) | werkelijke publicatiekost conform factuur van dag- of weekblad |
Voor het (aangetekend) in kennis brengen van kadastrale eigenaars en omwonenden (o.a. art. 23 en 62 omgevingsvergunningsbesluit) | Indien er een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, wordt de belasting verhoogd met de kosten per aangetekende zending |
Voor het wijzigen van het voorwerp van de aanvraag (art. 30 of 45 omgevingsvergunningsdecreet) • zonder openbaar onderzoek : • met openbaar onderzoek |
25 euro 100 euro |
Aanvraag voor het houden van een projectvergadering (art. 8 omgevingsvergunningsdecreet) | 150 euro |
Art. 4 Vrijstellingen
Er is vrijstelling van belasting :
a) voor meldingen en aanvragen ingediend
• door overheden en instellingen van openbaar nut (meer bepaald de eigen gemeente, het eigen OCMW, de eigen autonome gemeentebedrijven, de politiezone, de hulpverleningszone en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waar de eigen gemeente deel van uitmaakt
• voor de bouw van sociale huurwoningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen
• inrichtingen klasse 3 uitsluitend horende bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt
• inrichtingen bedoeld in art. 5.1.1.11° van het DABM (tijdelijke inrichtingen)
b) omwille van procedurele redenen :
• Dossiers die niet op vraag van de vergunningshouder werden opgestart [bv. omzetting vergunning op proef, gerichte evaluatie, bijstelling voorwaarden, schorsing/opheffing, …]
• Procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus, op voorwaarde dat art. 13 omgevingsvergunningsdecreet van toepassing is.
Art. 6 Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldigen.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 7 Indienen van bezwaren
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen (t.a.v. de financiële dienst).
Dit moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediend worden, gemotiveerd worden en ondertekend zijn. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan de burgemeester of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst (de financiële dienst).
Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. Hiertoe vermeldt het bezwaarschrift de naam, de hoedanigheid, het adres van de belastingschuldige of van de maatschappelijke zetel, alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
De belastingschuldige kan de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar, waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid, dat door het college van burgemeester en schepenen, speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen 15 kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding, enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger, en anderzijds naar de financieel beheerder.
Art. 8 Vestiging en invordering
Onverminderd het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel 7, hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en van artikel 126 tot en met 175 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, van toepassing, voor zover ze niet specifiek de inkomstenbelastingen betreffen.
Art. 9 Geldingsduur
Dit reglement geldt voor meldingen en aanvragen ingediend volgens de nieuwe procedure, vanaf de datum van implementatie van de omgevingsvergunning binnen de gemeente. Het geldt tot andersluidende beslissing.
Art. 10 Opheffingen
Op het moment van de inwerkingtreding van dit reglement vervangt dit reglement volgende reglementen :
• Gemeenteraadsbeslissing d.d. 01.12.2016 inzake belasting op de aanvragen tot of melden van het exploiteren of veranderen van hinderlijke inrichtingen - aanslagjaar 2017
• Gemeenteraadsbeslissing d.d. 28.12.2016 inzake belasting op bouw- en verklaringsaanvragen - aanslagjaar 2017
Art. 11 Bekendmaking
Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 gemeentedecreet en wordt verzonden aan de gouverneur overeenkomstig art. 253, § 1, 3° gemeentedecreet.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 6 : BELASTING OP HET NIET AFKOPPELEN VAN HEMEL- EN AFVALWATER OP PRIVAAT DOMEIN BIJ DE AANLEG VAN EEN 2 DWA STELSEL OP OPENBAAR DOMEIN – AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 21.10.2011 houdende het ‘subsidiereglement bij de verplichte afkoppeling van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van 2 DWA stelsels op openbaar domein – aanpassing’;
Bij de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels is een maximale afkoppeling op woningniveau noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij;
Het is wenselijk om een belasting te vestigen op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater in die projecten;
Juridische grondslag
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;
Het decreet van 28 mei 2010 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dat in werking trad op 24 juni 2010. Dit wijzigingsdecreet is van technische aard. Het wil vooreerst een vergetelheid rechtzetten door verwijzing naar hoofdstuk 9bis van Titel VII van het W.I.B. op te nemen. Hierdoor is de speciale verjaringsregeling voor de belastingschulden weer van toepassing. Daarnaast werden mogelijke interpretatieproblemen uitgeklaard en een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd;
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, de bepalingen van titel VII, (Vestiging en invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing zijn, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen;
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Gelet dat de artikelen 5 en 6 uit het decreet dd. 30.05.2008, zoals gewijzigd 28.05.2010, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen stipuleren:
" Art. 5. Door de bevoegde overheid worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in artikelen 6 en 7.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, behoren inzake provinciebelastingen tot het personeel van de provincie en inzake gemeentebelastingen tot het personeel van de gemeente. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De financieel beheerder kan niet worden aangesteld overeenkomstig het eerste lid.
Art. 6. Om de toepassing van de belastingverordening te kunnen controleren of onderzoeken, zijn de personeelsleden, vermeld in artikel 5, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 toepassing vinden op het vlak van provincie- en gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht die zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van de personeelsleden, vermeld in artikel 5.
Iedereen is verplicht aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, voorzien van een aanstellingsbewijs, vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid
worden geboden vaststellingen te doen. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben die personeelsleden evenwel alleen toegang tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds, na machtiging van de politierechter tenzij uit vrije wil toegang wordt verleend.
De personeelsleden, vermeld in artikel 5, zijn eveneens gemachtigd de nodige vaststellingen te doen op het grondgebied van een andere provincie of gemeente."
BESLUIT: Goedkeuring
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn eindigend op 31 december 2019 een belasting geheven op het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein.
Art. 2 De realisatie van de maximale afkoppeling op privaat domein dient uiterlijk plaats te vinden bij het einde der werken op openbaar domein.
De vaststelling van het niet maximaal afkoppelen van hemel- en afvalwater op privaat domein bij de aanleg van een 2DWA stelsel op openbaar domein gebeurt door een personeelslid aangesteld door het college van burgemeester en schepenen om een controle en onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening. Het personeelslid stelt een proces-verbaal op.
Art. 3 De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een gebouw die – naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein – het hemel- en afvalwater niet maximaal afkoppelt. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4 De belasting wordt berekend als volgt:
-Voor de eerste 12 maanden na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
-Vanaf de 13 de maand na beëindiging der werken aan het openbaar rioolstelsel: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privé-terrein niet maximaal werd gerealiseerd.
Art. 5 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van het proces-verbaal van niet afkoppeling zoals opgesteld door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 6 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 7 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 8 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 7 : BELASTING OP DE AFGIFTE VAN ADMINISTRATIEVE STUKKEN - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;
Omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Ministerieel besluit van 15.03.2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarbij de bijlage is gewijzigd bij ministerieel besluit 27 maart 2013 (B.S. 21 en 29 maart 2013), in bijzonder artikel 2 houdende het automatisch herzien van de bedragen van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor het verkrijgen van de in artikel 1 van het betreffende besluit vermelde kaarten, op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex volgens volgende formule: nieuw tarief = (oud tarief x nieuwe index)/basisindex; De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2012 en de nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand september die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de vergoedingen;
Het hogervernoemd besluit moest evenwel aangepast en geactualiseerd worden zowel met betrekking tot de uitgereikte documenten (aanpassing van de titel en het toepassingsgebied), als met de nieuwe spoedprocedures en de bijhorende tarieven die zijn ingegaan op 1 juli 2017. Het aangepaste ministerieel besluit van 11 september 2017 zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad van 29 september 2017.
Met toepassing van artikel 2 van het hierboven vermeld ministerieel besluit wordt het tarief van de vergoedingen, dat is opgenomen in de bijlage van het besluit vanaf 1 januari 2014, jaarlijks op 1 januari automatisch herzien.
Het artikel bepaalt dat de bedragen van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor het verkrijgen van de bovengenoemde kaarten automatisch wordt herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex volgens volgende formule : nieuw tarief = basistarief x nieuwe index.
basisindex
Het basistarief is het tarief dat is vermeld in de bijlage van het ministerieel besluit van 15 maart 2013.
De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2012; deze bedroeg 120,06 (gezondheidsindex 2004 = 100).
De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand september die voorafgat aan de herziening van het bedrag van de vergoedingen; deze bedroeg 127,63.
De verkregen resultaten worden naar de hogere tien eurocent afgerond.
Omzendbrief van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken van 26.11.2013, 24.09.2014, 19.09.2015, 06.09.2016, houdende dat het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeente voor de elektronische identiteitskaarten automatisch wordt herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex;
Omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en vervoer van 26.11.2013 houdende dat de federale retributie voor het afleveren van internationale rijbewijzen 16 € zal bedragen vanaf 1 februari 2014;
Omzendbrief van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken van 06.09.2016 houdende de modaliteiten van de spoedprocedures voor de uitreiking van elektronische identiteitdsdocumenten in 2017 - afschaffing van de uitreiking van voorlopige identiteitsdocumenten in de provincies vanaf 15.01.2017
Met ingang van 01.01.2018 zijn gemeenten bevoegd voor het afleveren van reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatslozen. Voorheen werden deze afgeleverd door de provincies.
Argumentatie
Het afleveren van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente lasten mee en het is aangewezen hiervoor een gematigde belasting in te vorderen;
BESLUIT: Goedkeuring
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor een termijn, die eindigt op 31 december 2019 inbegrepen, een indirecte belasting gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur, van allerlei administratieve stukken.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Deze verordening is niet toepasselijk op het afleveren van stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een bijzonder recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een algemeen of provinciaal reglement of een bijzonder gemeentelijk reglement.
Art. 2 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt :
I IDENTITEITSDOCUMENTEN |
| ||
A. Normale procedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen en kaarten en verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemde onderdanen, bedoeld in art. 1 eerste lid | € 16,00
| € 2,00
| € 18,00
|
Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, bedoeld in art. 1, tweede lid | € 6,40
| € 0,00
| € 6,40
|
Biometrische kaarten en verblijfstitels uitgereikt aan vreemde onderdanen van derde landen, bedoeld in artikel 1, eerste lid | € 19,20
| € 2,00
| € 21,20
|
B. Spoedprocedure met levering in de gemeente | kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen en kaarten en verblijfdsdocumenten uitgereikt aan vreemde onderdanen, bedoeld in art. 1, eerste en tweede lid |
|
|
|
OPTIE 1 - spoedprocedure (D+2) | € 84,00
| € 2,00
| € 86,00
|
OPTIE 2 - extreme spoedprocedure (D+1) | € 127,60 | € 2,00 | € 129,60 |
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar , bedoeld in art. 1 eerste en tweede lid |
|
|
|
OPTIE 1 - spoedprocedure (D+2)
| € 84,00 | €0,00 | € 84,00 |
OPTIE 2 - extreme spoedprocedure (D+1) | € 127,60 | €0,00 | € 127,60 |
C. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij FOD Binnenlandse Zaken |
|
|
|
Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, bedoeld in art. 1, eerste lid en tweede lid |
|
|
|
OPTIE 3 - extreme spoedprocedure met gecentraliseerde levering (D+1) | €95,70
| €2,00 | €97,70 |
Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar, bedoeld in art. 1, eerste lid en tweede lid |
|
|
|
OPTIE 3 - extreme spoedprocedure met gecentraliseerde levering (D+1) | €95,70 | €0,00 | €95,70 |
E. Verlaagd tarief |
|
|
|
Verlaagd tarief vanaf het tweede elektronische identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de 12 jaar, gelijktijdig aangevraagd voor kinderen van éénzelfde gezin die op hetzelfde adres ingeschreven zijn. Van toepassing op zowel dringende als zeer dringende aanvragen | €55,60 | €0,00 | €55,60 |
F. Attest van immatriculatie |
|
|
|
attest van immatriculatie | € 0,80 | € 2,00 | € 2,80 |
IIREISPASPOORTEN | |||
BELGEN | |||
A.Normale procedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Volwassenen | € 65,00 | € 5,00
| € 70,00 |
Kinderen tot 18 jaar | € 35,00 | € 0,00 | € 35,00 |
B.Spoedprocedure | Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Volwassenen | € 240,00 | € 5,00
| € 245,00 |
Kinderen tot 18 jaar | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
NIET BELGEN |
|
|
|
RD VLUCHTELINGEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke belasting
| TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
RD VREEMDELINGEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | € 210,00 | € 0,00 | € 210,00 |
RD STAATSLOZEN |
|
|
|
A. Gewone procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belasting | TOTAAL |
Meerderjarig | € 61,00 | € 5,00 | € 66,00 |
Minderjarig | € 41,00 | € 0,00 | € 41,00 |
B. Dringende procedure | Kostprijs | Gemeen- telijke Belating | TOTAAL |
Meerderjarig | € 230,00 | € 5,00 | € 235,00 |
Minderjarig | € 210,00 | 0,00 | € 210,00 |
III VOORNAAMSVERANDERING |
|
|
|
Voornaamsverandering |
| € 50 | €50 |
IVRIJBEWIJZEN |
|
|
|
| Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Rijbewijzen bankkaartmodel | €20,00 | € 5,00 | € 25,00 |
Internationaal rijbewijs | €16,00 | € 4,00 | € 20,00 |
VHUWELIJKSBOEKJES | |||
| Kostprijs | Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Huwelijksboekje inclusief belasting op het in het huwelijksboekje voorkomend huwelijksgetuigschrift |
| €8,00 | € 8,00 |
VIINLICHTINGENFORMULIER NAAR AANLEIDING VAN VERKOOP ONROEREND GOED | |||
|
| Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Per formulier |
| € 62,00
| € 62,00
|
VIIAFLEVEREN /WEIGEREN CONFORMITEITSATTEST AAN NATUURLIJKE OF RECHTSPERSONEN DIE HET ATTEST HEEFT AANGEVRAAGD | |||
|
| Gemeen-telijke Belasting | TOTAAL |
Voor een zelfstandige woning |
| € 62,50 | € 62,50 |
Voor een kamerwoning te verhogen met 12,50 € per kamer met een maximum van 1.250 € per gebouw |
| € 12,50 € 1.250
| € 12,50 € 1.250 |
Art. 3 De belasting wordt ingevorderd bij het afleveren van het document. De personen die onderworpen zijn aan de belasting zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden.
Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.
Art. 4 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1van het Decreet). De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar. Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1 van het decreet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 5 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5 van het decreet).
Art. 6 Worden van de belasting vrijgesteld :
a.De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd ;
b.de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen, de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd ;
c.de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties ;
d.de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente ;
e.de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut ;
f.de mededeling van inlichtingen door de politie aan verzekeringsmaatschappijen omtrent het gevolg dat gegeven werd in verband met verkeersongevallen op de openbare weg.
g.de getuigschriften van goed zedelijk gedrag afgegeven door de gemeentebesturen om gevoegd te worden bij een aanvraag van een door de regering ingestelde eervolle onderscheiding
h.geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de NMVB en openbare autobusdiensten ;
i.afgifte van nationaliteitsbewijzen aan de kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen ;
j.de al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerd, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enige inkomen het bestaansminimum is, die bescheiden nodig hebben wanneer ze voor een betrekking solliciteren. Wel is het zo dat de belanghebbenden zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor
ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.
k.inlichtingenformulier naar aanleiding van de verkoop van onroerende goederen :Federale Overheidsdienst Financiën – aankoopcomité.
Art. 7 De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens art. 13 van de wet van 04.07.1956 en het K.B. dd. 20.12.1972 en 12.11.1976.
Art. 8 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 9 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 10 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 11 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 8 : GEMEENTEBELASTING OP DE KERMISKRAMEN EN -WAGENS OP PRIVATE EIGENDOM - AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De noodzakelijkheid om gemeentebelastingen in te voeren om het evenwicht van het budget te verzekeren.
Artikel 10 &2 van de wet van 25.06.1993 houdende dat een advies van de FOD Economie vereist is.
Het advies van de FOD Economie dd. 14.04.2009;
Het reglement tot organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie op openbare kermissen zoals goedgekeurd door de GR. van 3 april 2009;
Juridische grondslag
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010;
Het decreet van 28 mei 2010 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen dat in werking trad op 24 juni 2010. Dit wijzigingsdecreet is van technische aard. Het wil vooreerst een vergetelheid rechtzetten door verwijzing naar hoofdstuk 9bis van Titel VII van het W.I.B. op te nemen. Hierdoor is de speciale verjaringsregeling voor de belastingschulden weer van toepassing. Daarnaast werden mogelijke interpretatieproblemen uitgeklaard en een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd;
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, de bepalingen van titel VII, (Vestiging en invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing zijn, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen;
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren belasting op kermiskramenen en -wagens op private eigendom voor aanslagjaar 2015
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt voor het aanslagjaar 2019 voor het opstellen van een foorinrichting die onderworpen is aan een standplaatsrecht een belasting geheven van € 0,50 per m² en € 2,50 per lopende meter ter gelegenheid van Sint-Jan-kermis, met een minimum van €25,00.
Dit minimum wordt, voor wat betreft de autoscooters, gebracht op € 200,00 voor Sint-Jan-kermis.
Echter zal, indien dit wenselijk wordt geacht, het schepencollege kunnen overgaan tot het toewijzen der standplaatsen bij middel van een openbare onderschrijving op basis van het bovenvermeld standplaatsrecht.
Art. 2 De personen die een foorinrichting willen opstellen en over een abonnement beschikken of een standplaats voor 1 jaar toegewezen kregen zullen onmiddellijk het bedrag van het vastgestelde standplaatsrecht als waarborg moeten storten :
-via het ontvangen overschrijvingsformulier vanwege de gemeente op haar financiële rekening, of
-in handen van de gemeenteontvanger of diens afgevaardigde, die hun hiervan kwijting geeft.
Het niet betalen dezer waarborg vernietigt de gegeven toelating.
Art. 3 Contantbelastingen worden onmiddellijk geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs (art. 5, §1).
De contantbelasting is onmiddellijk eisbaar.
Het bezwaarschrift tegen een contantbelasting moet, conform artikel 9, §1, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Art. 4 Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting: ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting, met inbegrip van een betalingstermijn van twee maanden en een bezwaartermijn van drie maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet (art. 4, §5).
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Art. 5 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Behalve de elementen vermeld op het kohier moet het aanslagbiljet alle noodzakelijke gegevens bevatten om de belastingschuldige toe te laten gebruik te maken van zijn bezwaarrecht. Het decreet vermeld in artikel 4, §3:
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
Gezien een hoorzitting voortaan enkel georganiseerd wordt indien een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger erom heeft gevraagd in zijn bezwaarschrift (zie art. 9, §4), is het nodig dat deze mogelijkheid wordt vermeld op het aanslagbiljet.
Art. 6 De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger)kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contact inning.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend en worden gemotiveerd. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art. 7 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 9 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET HUISHOUDELIJK AFVAL - DIENSTJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Het huishoudelijk afval inzake ophaling, opslag, vervoer en verwerking vergt jaarlijks grote uitgaven van de gemeente;
Het is noodzakelijk het evenwicht te verzekeren tussen de inkomsten en uitgaven der gemeente;
De kosten van het huishoudelijk afval zouden door de retributie gedekt moeten worden en het tarief zou in verhouding dienen gesteld met de geleverde prestaties;
Juridische grondslag
Het raadsbesluit dd. 29.03.2002 houdende de politieverordening betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen), zoals heden aangepast;
Het schrijven van Limburg.net dd. 29.11.2009 i.v.m. de beslissing van de raad van bestuur van Limburg.net dd. 28.10.2009 betreffende de goedkeuring van het ‘Plan 010’;
Het schrijven van Limburg.net dd. 27.10.2010 waarin verzocht wordt om met ingang van 01.01.2010 wijzigingen door te voeren in het retributiereglement;
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 06.12.2010 waarbij kennis wordt genomen van de prijswijziging betreffende de inzameling van landbouwplastiek;
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 13.12.2010 waarbij kennis genomen wordt dat er voortaan aan verenigingen Pmd-zakken van 120 liter kunnen verkocht worden;
Het schrijven van Limburg.net dd. 15.11.2012 waarin verzocht wordt om het retributiereglement aan te passen nl. de verkoopprijs van de PMD-zakken te verhogen van 2,5 euro/rol naar 3 euro/rol;
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), in het bijzonder afdeling 5.1 en bijlage 5.1.4.;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 tot vaststelling van het uitvoeringsplan voor het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval;
Het lidmaatschap van de gemeente in Limburg.net;
De beslissing van de raad van bestuur van Limburg.net dd. 25 september 2013 betreffende het invoeren van meer uniforme tarifering;
De goedkeuring dd 28.09.2011 van het spreidingsplan recyclageparken door de raad van bestuur van limburg.net;
Het raadsbesluit dd. 27.12.2013 houdende de beslissing om niet in te stappen in het systeem van directe inning van limburg.net;
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Artikel 1 : Voor een termijn eindigend op 31.12.2019 worden volgende retributies geheven:
a) Voor de ophaling aan huis van huisvuil moet gebruik worden gemaakt van reglementaire huisvuilzakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van het huisvuil worden de bordeauxrode plastiekzakken met opdruk « limburg.net » geleverd aan:
- € 1,25 per zak van 44 liter oftewel € 12,50 per rol van 10 zakken
- € 0,625 per zak van 22 liter oftewel € 6,25 per rol van 10 zakken
b) De inzameling van het gft-afval gebeurt door middel van een door de gemeente ter beschikking gestelde gft-container. Voor de tweewekelijkse ophaling van het groente, fruit- en tuinafval worden er papierzakken geleverd aan:
- € 0,37 per zak van 40 liter - 1,85 euro voor 5 zakken van 40 liter
- € 0,50 per zak van 120 liter - 2,50 euro voor 5 zakken van 120 liter
Er wordt een retributie aangerekend voor inzameling van gft-afval door middel van een GFT-sticker.
-De prijs van de GFT-sticker wordt vastgesteld als volgt:
i.GFT-container van 40 liter: sticker van € 10
ii.GFT-container van 120 liter: sticker van € 25
c) Voor de inzameling aan huis van pmd-afval moet gebruik worden gemaakt van pmd-zakken. Voor de tweewekelijkse ophaling van PMD worden deze zakken aangeboden aan:
- € 0,15 per zak van 60 liter of € 3,00 per rol van 20 zakken van 60 liter
- € 0,3 per zak van 120 liter of € 3,00 per rol van 10 zakken van 120 liter (voor scholen + verenigingen)
d) Voor het ophalen van het grofvuil op afroep wordt een retributie vastgesteld op € 20,00 per ophaalbeurt. Het totaal volume is beperkt tot 2m² per aanbieding en mag maximum 2m lang en 1m breed zijn. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of een samengebonden bundel mag niet groter zijn dan 70 kg. De retributie wordt voldaan door betaling van de grofvuilstickers die zichtbaar op het grofvuil worden gekleefd. De grofvuilstickers worden verkocht aan een prijs van € 20 per sticker. Op het containerpark worden geen grofvuilstickers als betaalmiddel aanvaard.
e) Op het afleveren van de toegelaten huishoudelijke afvalfracties in het gemeentelijk recyclagepark, gelegen te Overbroekstraat z/n, worden volgende retributies geheven :
* autobanden: - diameter kleiner of gelijk aan 85 cm: € 2,50 per stuk
- diameter groter dan 85 cm: € 12,50 per stuk.
* steengruis : - € 15,00 per m³
zuiver bouwpuin- tot en met 0,5 m³: € 7,50
- ophaling door de Technische Dienst: € 15,00 per m³
* snoeihout : - levering in containerpark : gratis
- ophaling door de Technische Dienst: € 10,00 per m³
* gemengd groenafval : - € 20,00 per m³
en gazonmaaisel - tot en met 0,5m³ : € 10,00
* gemengd houtafval : - € 14,00 per m³
- tot en met 0,5 m³ : € 7,00
* vervuild piepschuim: - € 15,00 per m³
en EPS - tot en met 0,5 m³: € 7,50
* grofvuil : - 15 euro per m³
- tot en met 0,5 m³ : 7,5 euro
- verboden om gesloten zakken in de containers te gooien
* gemengd bouwpuin : - € 15,00 per m³
- tot en met 0,5 m³: € 7,50
- ophaling door de technische dienst : € 15,00 per m³
!! salons en matrassen worden geweigerd op het recyclagepark, deze zijn alleen mee te geven met ophaling aan huis via het systeem van de grofvuilstickers (zie d)).
f) Kosten voor de afvoer en verwerking van eventueel verontreinigde grond afkomstig van openbaar domein en in opdracht van particulieren : € 70,00 per m³
g) Kosten voor de afvoer en verwerking van landbouwplastiek : € 151,25 per ton.
De inzameling gebeurt door de plaatsing van een container bij de betrokken landbouwer. Na de afvoer en weging bij de verwerkingsfirma wordt de prijs vastgesteld en een factuur opgemaakt.
h) Verkoop compostbak in kunststof : € 35,00 per stuk
Verkoop compostvat in kunststof : € 15,00 per stuk
MODALITEITEN
De verkoop van compostrecipiënten wordt geregeld volgens de modaliteiten hierna bepaald:
Compostrecipiënten worden rechtstreeks geleverd bij de gemeente en voorgefinancierd door Limburg.net.
Limburg.net stelt individuele facturen op aan de hand van een lijst en verklaart deze ‘voor voldaan’.
LEVERINGEN EN BEHEER
De compostrecipiënten worden besteld bij Limburg.net.
Het gemeentebestuur beheert de compostrecipiënten als een goede huisvader.
Limburg.net maakt per gemeente een rekening aan bij Belfius.
Limburg.net bezorgt aan de gemeente voorgedrukte overschrijvingsformulieren.
- Na verkoop aan de inwoners betaalt de gemeente de verkochte compostbakken en -vaten op de Belfiusrekening.
- De inwoner betaalt in het containerpark met bankcontact de compostbakken en -vaten bij de aankoop.
- De parkwachter houdt volgende informatie bij voor iedere aankoop :
* datum van aankoop;
* naam;
* adres;
* aantal verkochte compostbakken en/of -vaten.
BETALINGSWIJZE
Het gemeentebestuur zorgt voor een adressenlijst van de personen en het aantal recipiënten dat zij hebben gekocht.
Het gemeentebestuur volgt de betalingen van de compostrecipiënten op via Belfiusweb.
Het gemeentebestuur zorgt voor het nazicht van de rekening en het opmaken van een leveringslijst.
Op 31 december van elk jaar wordt de voorraad geteld en deze inventaris wordt aan Limburg.net bezorgd.
Ook worden de al betaalde, maar nog niet afgehaalde of geleverde recipiënten doorgegeven aan Limburg.net.
Art. 2 De toegang tot het gemeentelijk recyclagepark is enkel mogelijk voor inwoners van de gemeente Wellen met behulp van hun eID kaart. Inwoners van andere gemeenten dan Wellen hebben geen toegang tot het recyclagepark, ter plaatse Overbroekstraat. Hierop zal streng toezicht uitgeoefend worden.
Art. 3 Alle betalende fracties dienen contant betaald te worden op het recyclagepark tegen afgifte van een kwitantie, afgeleverd door de toezichthoudende parkwachter. Er worden geen facturen uitgeschreven voor deze afvalstoffen aangeleverd op het recyclagepark.
De gebruikers verklaren zich, vanaf het moment dat zij het recyclagepark verlaten, automatisch akkoord met de aangerekende retributie.
Art. 4 Het gemeentebestuur zal haar inwoners in kennis stellen van de plaatsen en modaliteiten waar huisvuilzakken, pmd-zakken, gft-stickers, gft-zakken en grofvuilstickers kunnen bekomen worden tegen betaling van de vastgelegde retributie.
Art. 5 Dit reglement vervangt alle vorige reglementen betreffende deze inhoud, met ingang van 01/01/2019.
Art. 6 Dit raadsbesluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 en 187 van het gemeentedecreet.
Een kopie van onderhavig raadsbesluit wordt in toepassing van artikel 248 tot en met 261 van het gemeentedecreet verzonden aan de provinciegouverneur.
Een eensluidend gewaarmerkt afschrift van dit reglement zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan:
• LIMBURG.NET;
• de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
• het Departement LNE, Afdeling Milieu-inspectie en/of de Vlaamse Minister van Leefmilieu;
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 10 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET MELDEN VAN HET PLAATSEN VAN VERKEERSSIGNALISATIE – AANSLAGJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Verenigingen dienen regelmatig bij ons bestuur een aanvraag in voor de organisatie van een manifestatie;
Voor de inrichting van deze manifestatie is het soms noodzakelijk een politieverordening op te stellen;
Deze politieverordening brengt soms het plaatsen van de nodige verkeerssignalisatie met zich mee;
Het lijkt ons gepast de inwoners van de betrokken straten te berichten over de getroffen verkeersmaatregelen;
Dit brengt kosten met zich mee;
Het lijkt ons gepast deze kosten van de betrokken verenigingen te recupereren;
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Voor een termijn eindigend op 31 december 2019 wordt een retributie geheven bij de aflevering van de machtiging tot organisatie van een manifestatie voor de gevallen waarin de inwoners op de hoogte moeten gebracht worden van gewijzigde verkeersmaatregelen.
Art. 2 Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op € 12,39 voor de kosten van de berichtgeving.
Art. 3 Deze retributie is verschuldigd door de organisator van de manifestatie.
Art. 4 Bij gebrek aan betaling zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de regels van de burgerlijke rechtspleging.
Art. 5 Deze beslissing zal aan het toezicht van de hogere overheid onderworpen worden.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 11 : RETRIBUTIEREGLEMENT OP WERKEN AAN NUTSVOORZIENINGEN OP GEMEENTELIJK OPENBAAR DOMEIN 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente en de burgers worden vaak geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebuied. Deze werkzaamheden hebben een impact op het openbaar domein.
Het is wenselijk een retributie te heffen aan nutsmaatschappijen die deze werken uitvoeren.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Toelichting (feiten en context)
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein;
De goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er ook een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Tevens dient rekening gehouden te worden met de actualisatie van de code in 2017 naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP, ...;
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Artikel 1 :
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijke openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met verwijzing naar de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn :
-alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten , palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof,
-telecommunicatie,
-radiodistributie en kabeltelevisie,
-de transmissie van enigerlei data, ongeacht of een privé-gebruiker al dan niet op die installaties kan aangesloten worden.
-alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nuts-voorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2019 voor een termijn eindigend op 31 december 2019.
Artikel 2 : Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per lopende meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken.
Zij bedraagt:
1) € 2,17 voor werken in rijwegen
2) € 1,63 voor werken in voetpaden
3) € 0,98 voor werken in aardewegen.
Wanneer in dezelfde sleuf gelijktijdig werken uitgevoerd worden voor twee of meer nutsvoorzieningen bedraagt voormelde retributie voor de eigenaar van elke nutsvoorziening 60 % van hogervermelde bedrag(en).
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Elk deel van een lopende meter wordt als een volledige lopende meter in rekening gebracht.
Artikel 3 : Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,09 € per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als haar werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,54 € per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij voor 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Deze retributie houdt in dat de gemeente geen enkele andere retributie of belasting heft ten aanzien van de nutsmaatschappij of haar aannemers, bij het afleveren van een vergunning voor het signaleren van werkplaatsen op de openbare weg.
Artikel 4 : Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen
Artikel 5 : Toezicht
Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 6 : Afschrift
Afschrift van onderhavig besluit wordt overgemaakt aan vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemene financiering
PUNT 12 : Dienstjaar 2019 : Reglement inzake toekenning van:
- gratis huisvuilzakken
- een gemeentelijke sociale bijdrage in de huisvuilkost aan de gezinnen met drie en meer kinderen ten laste
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Jonge gezinnen met kinderen van minder dan 2 jaar hebben tijdelijk een groter behoefte aan huisvuilzakken en het lijkt billijk om deze gezinnen een aantal gratis huisvuilzakken toe te kennen;
Het lijkt ook billijk om voor :
° incontinenten
° patiënten die thuis een dialysebehandeling ondergaan
° stomapatiënten
een aantal gratis huisvuilzakken te voorzien;
Het is niet aangewezen dat voornoemden jaarlijks een medisch attest dienen voor te leggen voor het bekomen van de gratis huisvuilzakken;
Het voorstel om volgende bepaling op te nemen in het reglement:
“In geval van blijvende letsels die recht geven op gratis huisvuilzakken, volstaat het om éénmalig een medisch attest te bezorgen waarin het onomkeerbaar karakter van het letsel wordt erkend. Het attest zal door de beambte die aangesteld werd door het bestuur ter vertrouwelijke behandeling, bewaard worden.”;
Het is wenselijk dat de gemeente een financiële bijdrage zou leveren aan de gezinnen met 3 en meer kinderen fiscaal ten laste;
De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid is momenteel in staat – om de categorie van de rechthebbenden met kinderen die recht hebben op verhoogde kinderbijslag – mede te delen via automatische gegevensuitwisseling;
Gelet dat bijgevolg voor voornoemde categorie een rechtstreekse vermindering van de huisvuilbelasting kan worden toegepast;
Gelet dat het dus niet langer aangewezen is om voor deze gerechtigden te voorzien dat de financiële tussenkomst t.b.v. € 12,40 kan worden geleverd door middel van een overschrijving op rekening van voornoemde belastingplichtigen;
Het reglement inzake de belasting op het ophalen en verwerken van huishoudelijke en hiermee gelijkgestelde afvalstoffen zal een vermindering voorzien t.b.v. € 12,40 voor de belastingplichtigen met kinderen die recht hebben op verhoogde kinderbijslag;
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Jaarlijks worden gratis huisvuilzakken ter beschikking gesteld, als volgt :
- aan de gezinnen met kinderen van minder dan 2 jaar vastgesteld op datum van de aanvraag :
per kind jonger dan 2 jaar: 20 kleine huisvuilzakken
- aan incontinenten, op basis van de voorlegging van een medisch attest - aan de beambte(n) ter
vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het bestuur : 60 grote huisvuilzakken.
- aan patiënten die thuis een dialysebehandeling ondergaan, op basis van de voorlegging van een
medisch attest – aan de beambte(n) ter vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het
bestuur : 160 grote huisvuilzakken.
- aan stomapatiënten, op basis van de voorlegging van een medisch attest – aan de beambte(n) ter
vertrouwelijke behandeling hiervoor aangesteld door het bestuur : 60 kleine huisvuilzakken.
In geval van blijvende letsels die recht geven op gratis huisvuilzakken, volstaat het om éénmalig een medisch attest te bezorgen waarin het onomkeerbaar karakter van het letsel wordt erkend. Het attest zal door de beambte die aangesteld werd door het bestuur ter vertrouwelijke behandeling, bewaard worden
Art. 2 Een jaarlijkse financiële tussenkomst vanwege de gemeente t.b.v. € 12,40 wordt geleverd door middel van een overschrijving op rekening van de belastingplichtige, aan de gezinnen met :
3 en meer kinderen fiscaal ten laste, op 01.01.2019.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 13 : ORGANISATIE - AANDUIDING FRACTIEVOORZITTERS IN DE GEMEENTERAAD
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Vaststelling van de fracties in de installatievergadering van de gemeenteraad dd. 01/02/2019
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur 22.12.2017, gecoördineerd
OCMW-decreet van 19.12.2008, gecoördineerd
Organieke wet betreffende de OCMW's van 8 juli 1976, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Omzendbrief KB / ABB 2018 / 3 van 26 oktober 2018 — Start van de lokale en provinciale bestuursperiode
Toelichting (feiten en context)
In de installatievergadering van de gemeenteraad dd. 01/02/2019 werden volgende fracties vastgesteld:
• Spa-ROB
• CD&V
• Open VLD
• VAW
• NVA
Aan de leden van iedere fractie wordt gevraagd ter zitting een fractievoorzitter aan te duiden.
Volgende leden worden voorgesteld als fractievoorzitter:
• Voor de Spa-ROB fractie: Mevr. Ellen Punie
• Voor de CD&V fractie: Dhr. Ronald Kenis
• Voor de Open VLD fractie: Dhr. Stijn Vandersmissen
• Voor de Voor Alle Wellenaren fractie: Dhr. Benny Maes
• Voor de NVA fractie: Dhr. Gerry Briers
BESLUIT:
De raad neemt kennis:
Art. 1 van de aanduiding van de fractievoorzitters door de diverse fracties als volgt:
• Mevr. Ellen Punie werd aangeduid als fractievoorzitter van de Spa_ROB fractie
• Dhr. Ronald Kenis werd aangeduid als fractievoorzitter van de CD&V fractie
• Dhr. Stijn Vandersmissen werd aangeduid als fractievoorzitter van de Open Vld Fractie
• Dhr. Benny Maes werd aangeduid als fractievoorzitter van de Voor Alle Wellenaren fractie
• Dhr. Gerry Briers werd aangeduid als fractievoorzitter van de NVA fractie
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 14 : VASTSTELLEN BIJDRAGEVOET PENSIOENEN VASTBENOEMDEN
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
- reglement provinciale pensioenkas voor gemeenteagenten dd. 19.10.1983
- besluit provincieraad 15.05.2013 houdende de ontbinding en vereffening van de PKLAL (Provinciale Kas voor de pensioenen van de Lokale Ambtenaren Limburg) met ingang van 01.01.2014.
- Besluit gemeenteraad dd. 27.12.2013 houdende overdracht pensioenverzekering statutaire personeelsleden: goedkeuring individuele overeenkomst tussen Ethias en gemeentebestuur van Wellen
Juridische grondslag
Rechtspositieregeling gemeentepersoneel, gecoördineerde versie
Toelichting (feiten en context)
- de individuele pensioenverzekeringsovereenkomst tussen Ethias en het gemeentebestuur van Wellen bepaalt dat de gemeenteraad ieder jaar de bijdragevoet voor de pensioenbijdragen dient vast te leggen.
- In 2018 bedroeg de bijdragevoet 42,50 %.
Adviezen
- bespreking cbs 14 januari 2019
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 In het kader van de individuele overeenkomst tussen Ethias en het gemeentebestuur van Wellen (zoals vastgesteld door de gemeenteraad dd. 27.12.2013), wordt de bijdragevoet voor de pensioenbijdragen van de statutaire personeelsleden voor het jaar 2019 vastgesteld op 44,50 %. In deze bijdrage zijn de afhoudingen ten laste van het personeel inbegrepen (7,5%)
Art. 2 Deze beslissing zal overgemaakt worden aan Ethias en Cipal-Schaubroeck.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Cultuur en vrije tijd
PUNT 15 : TUSSENKOMST 2019 IN DE HUUR VOOR HET GEBRUIK VAN DE SPORTACCOMMODATIES BUITEN DE GEMEENTELIJKE SPORTHAL
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Het lijkt aangewezen over een systeem te beschikken waarbij voor gelijkwaardige sportaccommodaties een eenvormig tarief wordt vastgesteld en waarbij voor de duurdere accommodaties de gemeente tussenkomt in de kosten;
Het is wenselijk de drempel tot sportbeoefening zo laag mogelijk te houden en de gemeente wil hiertoe haar steentje bijdragen door de kostprijs van de huur van sportaccommodaties buiten de gemeentelijke sporthal gedeeltelijk ten hare laste te nemen voor sportclubs aangesloten bij de gemeentelijke Sportraad die de sporthal periodiek gebruikten of gebruiken maar die voor een gedeelte of de totaliteit van hun uren niet voldoende aan bod komen;
Het uitgangspunt voor het toekennen van een tussenkomst veronderstelt wel dat de gemeentelijke sporthal gedurende de week - betreffende de gevraagde tussenkomst – volzet is;
Er wordt geopteerd:
- om geen tussenkomst te verlenen ten bedrage van de uren dat de gemeentelijke sporthal vrij is
tijdens weekavonden tussen 18 en 22uur;
- dat indien tussenkomst wordt gevraagd er eerst aftrek zal gebeuren van het totaal van de vrije uren
van de gemeentelijke sporthal, gelegen op weekavonden tussen 18 en 22 uur gedurende die week;
- om de aftrek van voornoemde uren toe te passen in rangorde van en te beginnen met de
duurste gevraagde tussenkomsten;
Voornoemde regeling dient te gelden voor alle sportverenigingen aangesloten bij de sportraad;
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 In de meerkosten voor de huur van de openbare sportaccommodaties buiten de gemeentelijke sporthal, voor wat betreft de sportverenigingen aangesloten met de sportraad, zal de gemeente tussenkomen voor 50% van de meerkosten, evenwel met toepassing van volgende bepalingen:
- er wordt geen tussenkomst verleend ten bedrage van de uren dat de gemeentelijke sporthal
vrij is tijdens weekavonden tussen 18 en 22uur;
- er zal eerst aftrek gebeuren van het totaal van de vrije uren van de gemeentelijke
sporthal, gelegen op weekavonden tussen 18 en 22 uur gedurende die week
- de duurste gevraagde tussenkomsten van de betreffende week zullen eerst afgetrokken
worden.
Art. 2 De sportverenigingen zullen elk kwartaal de factuur dewelke zij dienen te betalen voor de huur van deze accommodaties voorleggen aan ons bestuur.
Art. 3 De sportverenigingen zullen elk kwartaal een gedetailleerde schuldvordering opmaken. Na verificatie zal aan de ontvanger opdracht gegeven worden om 50% van de meerkost voor de huur van deze accommodaties terug te betalen aan de desbetreffende vereniging.
Art. 4 Deze toelage zal aangerekend worden op registratiesleutel 074000/61930000 van het exploitatiebudget 2087.
Art. 5 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Cultuur en vrije tijd
PUNT 16 : TUSSENKOMST TEN BEHOEVE VAN DE GEMEENTELIJKE SPORTKAMPEN 2019 À RATO VAN € 2,48 PER DEELNEMER PER DAG, ONDER WELBEPAALDE VOORWAARDEN
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Het is wenselijk tijdens de schoolvakanties sportkampen te geven ten behoeve van de Wellense jeugd;
Rekening houdend met het feit dat de VZW Ten Men sportkampen, voornamelijk actief via dorpsgenoten, reeds jaren kwalitatief hoogstaande sportkampen organiseert in de gemeente;
Het is niet de taak van een openbaar bestuur privaatinitiatieven die aan de behoeften voldoen te beconcurreren;
Anderzijds is het ook wenselijk het deelnamegeld betaalbaar te houden aan democratische prijzen en voor alle categorieën van jongeren;
De gemeente wil haar steentje bijdragen via een origineel samenwerkingsverband tussen de openbare en de privé-sector;
Het is een feit dat het alsmaar moeilijker wordt om beschikbare en gemotiveerde lesgevers te vinden;
Het is ook een feit dat de gemeente hieraan een goede zaak doet aangezien zij aan hetzelfde bedrag als onderstaande gemeentelijke tussenkomst geen sportkampen van hetzelfde kwaliteitsniveau kan organiseren;
Juridische grondslag
De bepalingen van het gemeentedecreet
Beleidsdoelstelling: 001.001 Gelijkblijvend beleid
Naast nieuwe doelstellingen wil de gemeente het bestaande beleid optimaal verder zetten. Hierbij besteed ze bijzondere aandacht aan een evenwichtig en financieel gezond beleid.
Actieplan: 001.001.001 Gelijkblijvend beleid
Actie: 001.001.001.001 Gelijkblijvend beleid
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 De gemeente zal tussenkomen in de kosten voor de gemeentelijke sportkampen 2019 à rato van € 2,48 per wellense deelnemer per dag, onder volgende voorwaarden :
-het deelnamegeld mag maximum € 5,45 per dag en per persoon bedragen,
(t.t.z. € 27,25 /5 dagen-kamp, € 21,80 /4 dagen-kamp, …)
Naast deze traditionele omni-sportkampen wordt de mogelijkheid geboden om max. 4/jaar tijdens de vakantieperiodes sportkampen met een sportieve meerwaarde aan te bieden (zoals o.a. kombinatiesportkampen – schaats/film/ zwemmen/paardrijden e.a.)
De prijs van deze kampen mag maximum € 7,44 /dag en per persoon bedragen
(t.t.z. € 37,20/kind/week voor 5 dagen kamp en € 29,76/4 dagen kamp, …)
De gemeentelijke tussenkomst in deze blijft beperkt, conform dit reglement tot € 2,48/kind/dag m.a.w. voor een 5 dagen-kamp zal de deelnameprijs voor de Wellense kinderen maximum € 24,80 /week bedragen (max. € 19,84/week 4 dagen, …)
-de gemeente dient door de sportraad tijdig en schriftelijk verwittigd te worden van de
tijdstippen van de organisatie, zodat telkens en dagelijks een controle kan plaatsvinden
op het aantal deelnemers door de sportverantwoordelijke,
-het behoud van recht om niet tussen te komen indien het gemeentebestuur niet tijdig
verwittigd wordt.
Art. 2 Deze uitgave zal voorzien worden op registratiesleutel 61320000/074000 van het exploitatiebudget 2019.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Cultuur en vrije tijd
PUNT 17 : REGLEMENT TUSSENKOMST TEN BEHOEVE VAN DEELNAME DOOR WELLENSE KINDEREN MET EEN BEPERKING AAN SPORTKAMPEN/-DAGEN 2019 BUITEN DE GEMEENTE À RATO VAN € 2,48 PER DEELNEMER PER DAG, ONDER WELBEPAALDE VOORWAARDEN.
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Wellense kinderen met een beperking die wensen deel te nemen aan sportkampen voor kinderen met een beperking, laten genieten van een tussenkomst vergelijkbaar aan de tussenkomst toegekend aan Wellense kinderen in kader van het reglement "Tussenkomst ten behoeve van de gemeentelijke sportkampen à rato van € 2,48 per deelnemer per dag, onder bepaalde voorwaarden".
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Besluit gemeenteraad 26.12.2014 tot goedkeuren van 'tussenkomst ten behoeve van de gemeentelijke sportkampen 2015 à rato van 2,48 € per deelnemer per dag, onder welbepaalde voorwaarden'
Besluit college burgemeester en schepenen dd. 19.01.2015 en 02.02.2015
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Toelichting
Kinderen met een beperking die niet kunnen deelnemen aan de gemeentelijke sportkampen kunnen geen aanspraak maken op een gemeentelijke tussenkomst.
Het is aangewezen aan deze kinderen een tussenkomst te verlenen bij deelname aan sportkampen/dagen, vergelijkbaar met de tussenkomst ten behoeve van de gemeentelijke sportkampen .
Gewone beleidsdoelstellingen
Budget/kosten/krediet | € 750 |
Beleidsdoelstelling | 001.007 De gemeente werkt verder aan een bruisende gemeente met een toegankelijk vrijetijdsaanbod |
Actieplan | 001.007.004 De gemeente voert een laagdrempelig activeringsbeleid |
Actie | 001.007.004.007 Verlaging participatiedrempels voor kansengroepen om deel te nemen aan het Wellens verenigingsleven |
Beleidsdomein | 04 Cultuur en vrije tijd |
Registratiesleutel | 074000/64930000 |
BESLUIT: goedkeuren verhogen leeftijdsgrens tot 21 jaar op het moment van de deelname
eenparig
goedkeuren reglement in zijn geheel
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 De gemeente zal tussen komen in de kosten voor deelname van Wellense kinderen met een beperking aan sportkampen/-dagen 2019 buiten de gemeente à rato van € 2,48 per deelnemer per dag, onder bepaalde voorwaarden:
1) de kinderen moeten in Wellen woonachtig zijn (hoofdverblijfplaats)
2) de kinderen mogen maximum 21 jaar zijn op moment van deelname
3) het maximum aantal dagen dat er een tussenkomst gevraagd/toegekend kan worden bedraagt 60 dagen
4) de ouder(s) dienen een aanvraag in te dienen bij de sportdienst. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van een attest van de organisatie van het gevolgde sportkamp/-dag, waaruit blijkt dat dit een sportkamp is voor kinderen met een beperking
5) de goedkeuring van de terugbetaling zal gebeuren door het schepencollege op basis van de aanvraag en bijgevoegde attest
6) de terugbetaling zal rechtstreeks gebeuren aan de ouder(s)
Art. 2 Deze uitgaven zullen voorzien worden op de registratiesleutel 074000/64930000
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Cultuur en vrije tijd
PUNT 18 : REGLEMENT VERHURING GEMEENTEMATERIAAL - DIENSTJAAR 2019
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Het uitlenen van allerhande materialen brengt voor de gemeente zware lasten mee en het is logisch de kosten hiervoor te verhalen op de aanvrager;
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
BESLUIT: Goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Voor een termijn eindigend op 31 december 2019, worden de huurgelden vastgesteld die gelden bij het uitlenen van gemeentemateriaal.
Art. 2 Dit gemeentemateriaal wordt enkel uitgeleend aan:
-Wellense verenigingen aangesloten bij een gemeentelijke adviesraad
-Scholen gevestigd op het grondgebied van Wellen
-De Wellense Middenstand
-De geestelijke overheid
-Buurtverenigingen en/of straatcomités
VOOR EEN PERIODE VAN MAXIMUM 10 DAGEN
Art. 3 de huurtarieven worden vastgesteld als volgt:
MATERIAAL | WAARBORG | HUUR | PRIJS BESCHADIGING | PRIJS VERLIES |
Tentoonstellingspanelen + staanders (70) | 6 euro/set | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podium (50/ 1=2m2 | 25 euro/m² (max. 745 euro) | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Trap 4 treden (2) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podiumleuning (20m) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Podiumblindering (50m) | 50 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Erepodium | 100 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Nadarhekken (120) * 2m/hek | 6 euro/stuk | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs
|
Stoelen (550) | t/m 100 stuks : 124 euro 101 stuks en meer : 248 euro | 0,13 euro/stoel | 13 euro/stoel | Aanschaffingsprijs |
Tafels (80) | t/m 20 stuks : 124 euro 20 stuks en meer : 248 euro | 0.50 euro/tafel | 25 euro/tafel | Aanschaffingsprijs |
Houten tafels | t/m 23 stuks : 150 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Houten banken | t/m 40 stuks : 150 euro | gratis | wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs |
Tenten (4)
Partytenten | 124 euro/tent
200 euro/tent | 8 euro/tent
16 euro/tent | 124 euro/tent
wordt bepaald naargelang beschadiging | Aanschaffingsprijs
Aanschaffingsprijs |
Art. 4 Voor het huren van de tenten “Bruisend Wellen” dient de huurder ten minste 4 weken op voorhand een gemotiveerd schrijven te richten aan het college van burgemeester en schepenen teneinde de toelating tot huren te verkrijgen. In dit schrijven moet - het soort van evenement, het doel en de ondergrond waarop de tenten geplaatst worden - omschreven worden.
Art. 5 Hoger vernoemde huurprijzen dienen betaald te worden in handen van de aangestelde personeelsleden verhuring gemeentelijk materiaal.
Art. 6 De ontvangen gelden zullen maandelijks door de aangestelde personeelsleden overgemaakt worden op het rek. nr. 091-0004969-51 van de gemeente. Aan de dienst financiën zal maandelijks een afschrift bezorgd worden van de genummerde bons, samen met een overzichtstaat inzake de verhuringen van de gemeentelijke materialen die de storting verantwoorden.
Art. 7 De waarborg wordt - per gekruiste cheque of door middel van een behoorlijk ingevulde en ondertekende overschrijving - afgeleverd aan de aangestelde personeelsleden.
Art. 8 Het materiaal zal slechts verhuurd worden als het huurgeld en de waarborg ten minste 14 dagen op voorhand voldaan is.
Art. 9 De waarborg wordt terugbezorgd aan de aanvrager na afloop van de verhuring van het materiaal indien er geen beschadiging, verlies of misbruik vastgesteld wordt.
Art. 10 Indien het materiaal beschadigd wordt, of bij verlies, zullen de huurders een factuur ontvangen met vermelding van de schade. Na betaling zal de waarborg (gekruiste cheque of overschrijving) terugbezorgd worden aan de huurder. De waarborg zelf (gekruiste cheque of overschrijving) zal enkel aangewend worden indien de betaling van de schadefactuur achterwege blijft.
Art. 11 De aanvrager dient het gehuurde materiaal na gebruik zuiver te maken.
Art. 12 De aanvrager dient de gehuurde tenten “Bruisend Wellen”:
-zelf af te halen bij de technische dienst, na contactname met de dienst verhuringen
-de eerstvolgende werkdag volgend op de verhuring, in oorspronkelijke staat en in de
oorspronkelijke verpakking, terug te brengen naar de technische dienst tussen 8.30 en
10.00 uur.
-na gebruik veilig in een afgesloten ruimte op te bergen om diefstal te vermijden.
Art. 13 De aanvrager dient alle ander gehuurd materiaal :
-de eerstvolgende werkdag volgend op de verhuring
- in oorspronkelijke staat
-gestapeld
-op de plaats van levering
-om 8.30 uur klaar te zetten voor de Technische Dienst. (nadars dienen per soort gestapeld te
worden)
Art. 14 De gehuurde materialen kunnen ten laatste 14 dagen, vóór de datum van de activiteit, schriftelijk geannuleerd worden. Het huurbedrag wordt in dit geval terugbetaald aan de aanvrager.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Woon- en leefomgeving
PUNT 19 : AANKOOP VAN DE PERCELEN GELEGEN TE WELLEN, 1STE AFDELING, SECTIE B, NUMMERS 68 X, 70 K EN 79 B - GOEDKEURING AUTHENTIEKE AKTE
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Gemeenteraadsbesluit van 28 november 2014 betreffende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en onteigeningsplan Kerkhoven
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 maart 2018 betreffende de aankoop van de toegangsweg voor aanleg en onderhoud van het wachtbekken aan de Winterbeek
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804
Wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen
Goedkeuring gemeentelijk RUP Kerkhoven (BD dd. 25.02.2015)
Gemeenteraadsbesluit van 28 november 2014 betreffende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en onteigeningsplan Kerkhoven
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 maart 2018 betreffende de aankoop van de toegangsweg voor aanleg en onderhoud van het wachtbekken aan de Winterbeek
Toelichting (feiten en context)
In het kader van de werken aan de N777-Zonneveldweg wordt een bufferbekken aangelegd aan de Winterbeek. Hiertoe dient de toegangsweg te worden aangekocht, met het oog op de tijdelijke verharding ervan. De toegangsweg is geen officiële buurtweg.
De betreffende percelen zijn opgenomen in het RUP Kerkhoven d.d. 25.02.2015 en werden gepreciseerd in het opmetingsplan van landmeter-expert dhr. R. Ernots d.d. 13.11.2017.
Voor wat betreft de percelen Wellen, 1ste afdeling, sectie B nummer 70 K en 79 B, zal de eventuele pacht dienen te worden stopgezet.
Argumentatie
Voor de aanleg van het wachtbekken aan de Winterbeek in het kader van de rioleringswerken te N777-Zonneveldweg, is het noodzakelijk om over te gaan tot de aankoop van de percelen gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie B, nummers
- 68 X met een oppervlakte van 00a 87ca
- 70 K met een oppervlakte van 00a 13ca
- 79 B met een oppervlakte van 02a 65ca
zoals vastgesteld in het opmetingsplan d.d. 13.11.2017 opgesteld door landmeter-expert dhr. R. Ernots.
De prijs wordt bepaald in overeenstemming met het schattingsverslag d.d. 16.02.2018 opgesteld door landmeter-expert dhr. L. Bielen en bedraagt voor perceel Wellen 1ste afdeling, sectie B nummer
- 68 X: 13.050,00 euro
- 70 K: 2.000,00 euro
- 79 B: 20.500,00 euro
Deze prijs omvat alle vergoedingen, inclusief de eventuele opstanden.
De eigenaar verklaart dat de percelen 70 K en 79 B verpacht zijn. De pachter doet dient afstand te doen van zijn voorkooprecht en de pacht wordt beëindigd. Betrokken pachter krijgt hiervoor een eindepachtvergoeding voor ten bedrage van:
-Perceel Wellen, 1ste afdeling, sectie B nummer 79 B: 172,25 euro
-Perceel Wellen, 1ste afdeling, sectie B nummer 70 K: 8,45 euro
Prioritaire beleidsdoelstellingen
Budget/kosten/krediet | 100.000,00 euro/35.730,70 euro |
Prioritaire Beleidsdoelstelling | 001.005. |
Actieplan | 001.005.001 |
Actie | 001.005.001.005 heraanleg N777 |
Beleidsdomein | Woon- en leefomgeving |
Registratiesleutel | 031004/22000000 Aankoop grond buffering Winterbeek - Riol Zonneveld |
Investeringsenveloppe | P-IE/33 Heraanleg N777 |
Visum | d.d. 16.01.2019 |
BESLUIT: goedkeuren
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt overgegaan tot de aankoop van de percelen gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie B, nummers 68 X, 70 K en 79 B voor de prijs van 35.550,00 euro.
Art. 2 Er wordt een eindepachtvergoeding van 180,70 euro uitgekeerd betreffende de percelen gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie B, nummers 70 K en 79 B.
Art. 3 De authentieke akte betreffende de aankoop van de percelen gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie B, nummers 68 X, 70 K en 79 B wordt goedgekeurd zoals heden bijgevoegd.
Art. 4 De authentieke akte wordt verleden door de burgemeester.
Art. 5 Mevrouw Els Robeyns, burgemeester, en mevrouw Mia Cuppens, algemeen directeur, zullen de gemeente vertegenwoordigen bij de ondertekening van de authentieke akte.
Art. 6 De kosten worden financieel aangerekend als volgt:
Budget/kosten/krediet100.000,00 euro/35.730,70 euro
Prioritaire Beleidsdoelstelling001.005.
Actieplan001.005.001
Actie001.005.001.005 heraanleg N777
BeleidsdomeinWoon- en leefomgeving
Registratiesleutel031004/22000000 Aankoop grond buffering Winterbeek
InvesteringsenveloppeP-IE/33 Heraanleg N777
Visumd.d. 16.01.2019
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Els Billen Frank Cornitensis Gerry Briers Ellen Punie Kristien Treunen Els Robeyns Johan Cabergs Herman Pipeleers Sandra Jans Eric Martens Stijn Vandersmissen Marc Weeghmans Ilse Bosmans Stéphanie Billen Marina Scholts Luc Knuts Ronald Kenis Fabienne Vanmuysen Benny Maes aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Woon- en leefomgeving
PUNT 20 : CONCESSIE VOOR DE UITBATING VAN DE CAFETARIA TE SPORTHAL 'DE BLOKEN' EN DOMEIN 'MAUPERTUUS': VASTSTELLING VOORWAARDEN EN GUNNINGSPROCEDURE
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Gemeenteraadsbesluit van 12 januari 2018 betreffende de tijdelijke verlenging van de concessieovereenkomst voor de cafetaria in de sporthal 'De Bloken' en de cafetaria op het domein 'Maupertuus'.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Gemeenteraadsbesluit van 12 januari 2018 betreffende de tijdelijke verlenging van de concessieovereenkomst voor de cafetaria in de sporthal 'De Bloken' en de cafetaria op het domein 'Maupertuus'
Toelichting (feiten en context)
De concessieovereenkomst voor de cafetaria in sporthal 'De Bloken' en domein 'Maupertuus' met de huidige concessionaris loopt af op 30.04.2019. Heden dient er een nieuwe oproep te worden georganiseerd betreffende een concessie voor de uitbating van de cafetaria gelegen te sporthal 'De Bloken' en domein 'Maupertuus'.
De concessie wordt gesloten voor een looptijd van 1 jaar proefperiode t.e.m. 30 april 2020 en een mogelijke verlenging met 8 jaar t.e.m. 30 april 2028, indien de proefperiode succesvol wordt doorlopen.
Gelet op de gunningsleidraad zoals deze heden voorligt en de volgende criteria vastlegt:
1.Kwantitatieve criteria
1.1Concessievergoeding cafetaria sporthal ‘De Bloken’35 punten
1.2Concessievergoeding cafetaria domein ‘Maupertuus’15 punten
2.Kwalitatieve criteria
2.1 Visienota en businessplan35 punten
2.2Ervaring in de sector15 punten
Gelet op de contractsvoorwaarden zoals deze heden voorliggen.
BESLUIT: goedkeuren
17 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Stijn Vandersmissen, Ellen Punie, Stéphanie Billen, Els Billen, Marina Scholts, Gerry Briers en Ronald Kenis
2 onthoudingen: Benny Maes en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Er wordt een oproep georganiseerd voor de gezamenlijke uitbating van de cafetaria in de sporthal “De Bloken”, gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie B, nummer 444 D en de cafetaria op het gemeentelijk domein “Maupertuus”, gelegen te Wellen, 1ste afdeling, sectie E, nummer 849 D.
Art. 2 De gunningsprocedure zoals beschreven in het document 'Concessieovereenkomst betreffende de cafetaria in de sporthal 'De Bloken' en de cafetaria op het domein 'Maupertuus' te Wellen, wordt goedgekeurd
Art. 3 De concessieovereenkomst wordt gesloten tegen de heden voorliggende voorwaarden, die integraal deel uitmaken van dit besluit.
Art. 3 Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering van dit besluit.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Johan Cabergs Els Robeyns Herman Pipeleers Eric Martens Els Billen Kristien Treunen Ronald Kenis Frank Cornitensis Marina Scholts Luc Knuts Ellen Punie Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Benny Maes Stijn Vandersmissen Sandra Jans Gerry Briers Marc Weeghmans Stéphanie Billen aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Woon- en leefomgeving
PUNT 21 : TOETREDING TOT DE VERVOERREGIORAAD LIMBURG EN AANSTELLING VERTEGENWOORDIGERS
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Infosessie vervoerregioraad d.d. 13.12.2018
Brief vanwege Departement MOW d.d. 19.12.2018
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 betreffende het ontwerp van decreet betreffende de basisbereikbaarheid
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 van de indeling van het grondgebied van het Vlaamse Gewest in 15 vervoerregio’s en de afbakening van deze vervoerregio’s
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder art. 40
Toelichting (feiten en context)
In het voorjaar van 2019 worden de vervoerregioraden uitgerold. Hiertoe zal ook het nieuwe Decreet Basisbereikbaarheid worden goedgekeurd binnen het Vlaams Parlement. Vlaanderen wordt verdeeld in 15 vervoerregio's, waarvan Limburg er één is. Wellen is ingedeeld in vervoerregio Limburg. Voor elke vervoerregio dient er een mobiliteitsplan te worden opgemaakt. De gemeenten behorende tot de vervoerregio worden via deze vervoerregioraad integraal en rechtstreeks betrokken bij het uittekenen van het mobiliteitsbeleid voor de regio. Zij krijgen daar onder andere een belangrijke rol in de gelaagde organisatie van het openbaar vervoer, de synchromodaliteit en de combimobiliteit, het prioriteren, opvolgen en evalueren van maatregelen inzake verkeersveiligheid alsook doorstroming, het bepalen van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk, met uitzondering van fietssnelwegen, het advies geven aan de gewestelijke overheden bij de opmaak van het Geïntegreerd Investeringsprogramma en het prioriteren, opvolgen en evalueren van regionale mobiliteitsprogramma’s en -projecten die van strategisch belang zijn op het niveau van de vervoerregio.
Het engagement voor de gemeente houdt het volgende in: actief participeren aan de werking en de overlegmomenten van de vervoerregioraad, beschikbare informatie delen (o.m. uit het eigen mobiliteitsplan) en constructief meewerken aan de uitvoering van concrete acties.
BESLUIT: goedkeuren
12 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Ellen Punie, Els Billen, Marina Scholts en Ronald Kenis
7 onthoudingen: Benny Maes, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Stijn Vandersmissen, Stéphanie Billen, Gerry Briers en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Mevr. Els Robeyns, burgemeester, wordt aangeduid als politieke vertegenwoordiger binnen de vervoerregioraad Limburg. Mevr. Kristien Treunen, schepen van mobiliteit, wordt aangeduid als plaatsvervanger.
Art. 2 Dhr. Chiel Herbots, verantwoordelijke mobiliteit, wordt aangeduid als ambtelijke vertegenwoordiger binnen de vervoerregioraad Limburg. Mevr. Carine Scierski, omgevingsambtenaar, wordt aangeduid als plaatsvervanger.
Art. 3 De gemeente engageert zich om mee te werken aan het opstellen van het mobiliteitsplan van de vervoerregio Limburg. Alle gegevens die de gemeente heeft verzameld voor de opmaak van het gemeentelijk mobiliteitsplan, worden op eenvoudig verzoek ter beschikking gesteld van de vervoerregioraad in functie van de opmaak van het mobiliteitsplan voor de vervoerregio en/of voor de voorbereiding van concrete projecten.
Art. 4 Het College van Burgemeester en Schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5 Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan het secretariaat van de vervoerregio Limburg, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, dienst beleid, Koningin Astridlaan 50 bus 4, 3500 Hasselt.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ronald Kenis Stijn Vandersmissen Ilse Bosmans Marc Weeghmans Kristien Treunen Luc Knuts Johan Cabergs Els Billen Stéphanie Billen Gerry Briers Ellen Punie Marina Scholts Eric Martens Frank Cornitensis Sandra Jans Herman Pipeleers Els Robeyns Fabienne Vanmuysen Benny Maes aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 22 : NUHMA CVBA : AANDUIDING AFGEVAARDIGDEN IN DE ALGEMENE VERGADERING
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente is aandeelhouder van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nutsbedrijven Houdstermaatschappij, afgekort Nuhma CVBA.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Artikel 37 van de statuten van Nuhma CVBA.
Toelichting (feiten en context)
Naar aanleiding van de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 dient overgegaan te worden tot de aanduiding van een effectieve afgevaardigde en zijn/haar plaatsvervanger in de algemene vergaderingen van Nuhma CVBA
Gelet op de kandidaturen van mevr. Els Robeyns
Argumentatie
Aanduiding effectieve afgevaardigde
Mevr. Els Robeyns bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
BESLUIT: goedkeuren
17 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Stijn Vandersmissen, Ellen Punie, Stéphanie Billen, Els Billen, Marina Scholts, Gerry Briers en Ronald Kenis
2 onthoudingen: Benny Maes en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Mevrouw Els Robeyns wordt aangesteld als effectief lid in de algemene vergadering van Nuhma CVBA.
Art. 2 Bovengenoemde vertegenwoordiger (of bij belet bovengenoemde plaatsvervanger) wordt gemandateerd om op de algemene vergaderingen voor de komende legislatuur (2019 - 2024) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten en al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.
Art. 3 Deze aanstelling blijft geldig tot andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Art. 4 Afschrift van deze beslissing zal aan Nuhma CVBA, Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt worden bezorgd.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Sandra Jans Ronald Kenis Marc Weeghmans Ellen Punie Eric Martens Els Robeyns Kristien Treunen Herman Pipeleers Gerry Briers Frank Cornitensis Marina Scholts Stéphanie Billen Stijn Vandersmissen Ilse Bosmans Els Billen Luc Knuts Johan Cabergs Benny Maes Fabienne Vanmuysen aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 23 : FLUVIUS : AANDUIDING VAN EEN AFGEVAARDIGDE EN EEN PLAATSVERVANGER IN DE ALGEMENE VERGADERING
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg.
Het aangetekend schrijven van 14 januari 2019 waarbij de gemeente werd opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering in buitengewone zitting van Fluvius Limburg die op 18 maart 2019 plaatsvindt in gebouw D van Hogeschool PXL, Elfde-Liniestraat 24 te 3500 Hasselt.
De principenota die als documentatie aan de gemeente per brief van 21 november 2018 werd overgemaakt.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de deelnemende gemeenten hun vertegenwoordigers voor een algemene vergadering van een opdrachthoudende vereniging bij gemeenteraadsbesluit dienen aan te wijzen uit de leden van de gemeenteraad en dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De decretale en statutaire onverenigbaarheden, zoals beschreven in het punt 2 van het documentatiedossier dat aan de deelnemende gemeente/stad overgemaakt werd, gelden ook voor de vertegenwoordigers op de algemene vergadering en de vertegenwoordigers mogen niet als kandidaat-lid voorgedragen worden voor het regionaal bestuurscomité (RBC) of voor de raad van bestuur;
Toelichting (feiten en context)
Gelet op de kandidaturen van dhr. Ronald Kenis en mevr. Kristien Treunen
Argumentatie
Aanduiding afgevaardigde
Dhr. Ronald Kenis bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
Aanduiding plaatsvervanger
Mevr. Kristien Treunen bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
BESLUIT: goedkeuren
17 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Stijn Vandersmissen, Ellen Punie, Stéphanie Billen, Els Billen, Marina Scholts, Gerry Briers en Ronald Kenis
2 onthoudingen: Benny Maes en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Dhr. Ronald Kenis wordt aangesteld als vertegenwoordiger in de algemene vergaderingen van Fluvius.
Art. 2 Mevr. Kristien Treunen wordt aangesteld als plaatsvervanger in de algemene vergaderingen van Fluvius.
Art. 3 Bovengenoemde vertegenwoordiger (of bij belet bovengenoemde plaatsvervanger) wordt gemandateerd om op de algemene vergaderingen voor de komende legislatuur (2019 - 2024) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten en al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.
Art. 4 Deze aanstelling blijft geldig tot andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Art. 5 Afschrift van deze beslissing zal via e-mail vennootschapssecretariaat@fluvius.be aan de opdrachtgevende vereniging Fluvius Limbrug, p/a Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt worden bezorgd.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 24 : FLUVIUS : GOEDKEURING VAN AGENDA EN VOORDRACHT KANDIDAAT-LID VOOR HET REGIONAAL BESTUURSCOMITÉ ZUID-WEST (RBC ZUID-WEST)
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg.
Het aangetekend schrijven van 14 januari 2019 waarbij de gemeente werd opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering in buitengewone zitting van Fluvius Limburg die op 18 maart 2019 plaatsheeft in gebouw D van Hogeschool PXL, Elfde-Liniestraat 24 te 3500 Hasselt;
De principenota die als documentatie aan de gemeente/stad op 21 november 2018 brief overgemaakt werd;
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Overeenkomstig artikel 18 van de statuten vervallen alle huidige mandaten bij Fluvius Limburg onmiddellijk na voornoemde algemene vergadering en dient deze tot een algehele vervanging van de bestuursorganen over te gaan;
Toelichting (feiten en context)
De gemeente is ingedeeld bij Regionaal Bestuurscomité Zuid-West (RBC-Zuid-West).
Overeenkomstig artikel 17. punt 2 van de statuten heeft elke gemeente het recht om één (1) kandidaat-lid voor te dragen voor Regionaal Bestuurscomité Zuid-West (RBC-Zuid-West);
Overeenkomstig artikel 12. punt 2 van de statuten hebben de deelnemende gemeenten het recht om maximaal 14 kandidaat-bestuurders voor te dragen en moet het om dezelfde persoon gaan die voorgedragen wordt als kandidaat-lid voor RBC-Zuid-West. De deelnemende inbrengende opdrachthoudende vereniging (P.B.E.) heeft het recht om één kandidaat-bestuurder voor te dragen en maakt geen deel uit van een RBC. Het lid met raadgevende stem maakt ook geen deel uit van een RBC.
Het totaal aantal door de algemene vergadering te benoemen leden van de raad van bestuur is beperkt tot 15);
Het feit dat het om ‘onafhankelijke bestuurders’ moet gaan in de zin van artikel 1.1.1 §2 74° en dat er een aantal decretale en statutaire onverenigbaarheden zijn, zoals beschreven in de toelichtingsnota die aan de deelnemende gemeenten overgemaakt werd;
Argumentatie
Heden blijkt dat er in de bestuurscomités op provinciaal vlak nog geen eenduidigheid is over de aanduiding van de vertegenwoordigers.
Het punt kan niet behandeld worden en dient afgevoerd te worden van de agenda.
BESLUIT: goedkeuren van het afvoeren van dit punt van de agenda
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 het punt af te voeren van de agenda
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ilse Bosmans Kristien Treunen Marina Scholts Stijn Vandersmissen Els Robeyns Sandra Jans Gerry Briers Ellen Punie Frank Cornitensis Els Billen Herman Pipeleers Marc Weeghmans Stéphanie Billen Eric Martens Johan Cabergs Ronald Kenis Luc Knuts Benny Maes Fabienne Vanmuysen aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 25 : DE WATERGROEP : AANDUIDING VERTEGENWOORDIGER IN HET AANDEELHOUDERSBESTUUR DRINKWATER EN AFGEVAARDIGDE EN PLAATSVERVANGER IN DE ALGEMENE VERGADERING
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente is aangesloten bij De Watergroep
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
De statutenwijziging van de Watergroep
Toelichting (feiten en context)
Naar aanleiding van de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 dient overgegaan te worden tot de aanduiding van een nieuwe afgevaardigde en een plaatsvervanger in de algemene vergaderingen van De Watergroep. Er dient volgens de nieuwe statuten van de Watergroep ook een vertegenwoordiger te worden aangeduid in het aandeelhoudersbestuur drinkwater.
Gelet op de kandidaturen van Mevr. Kristien Treunen en Dhr. Johan Cabergs
Argumentatie
Aanduiding afgevaardigde in de algemene vergadering
Mevrouw Kristien Treunen bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
Aanduiding vertegenwoordiger in het aandeelhoudersbestuur drinkwater
Dhr. Johan Cabergs bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
BESLUIT: goedkeuren
17 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Stijn Vandersmissen, Ellen Punie, Stéphanie Billen, Els Billen, Marina Scholts, Gerry Briers en Ronald Kenis
2 onthoudingen: Benny Maes en Fabienne Vanmuysen
De raad beslist:
Art. 1 Dhr. Johan Cabergs wordt aangesteld als afgevaardigde in het aandeelhoudersbestuur drinkwater van de Watergroep.
Art. 2 Mevr. Kristien Treunen wordt aangesteld als afgevaardigde in de algemene vergadering van de Watergroep.
Art. 3 Bovengenoemde vertegenwoordigers worden gemandateerd om op de algemene vergaderingen voor de komende legislatuur (2019 - 2024) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten en al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.
Art. 4 Deze aanstelling blijft geldig tot andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Art. 5 Afschrift van deze beslissing zal aan De Watergroep, Vooruitgangstraat 189 te 1030 Brussel worden bezorgd.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 26 : INTERLOKALE VERENIGING PLAATSELIJKE GROEP HASPENGOUW : AANDUIDING AFGEVAARDIGDE
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De gemeente is aangesloten bij de Interlokale Vereniging Plaatselijke Groep Haspengouw
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Toelichting (feiten en context)
Naar aanleiding van de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 dient overgegaan te worden tot de aanduiding van een nieuw lid en een plaatsvervanger in de algemene vergaderingen van de Interlokale Vereniging Plaatselijke Groep Haspengouw
Gelet op de kandidaturen van mevr. Kristien Treunen als afgevaardigde en mevr. Els Robeyns als plaatsvervanger
Argumentatie
Aanduiding afgevaardigde
Mevrouw Kristien Treunen bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
Aanduiding plaatsvervanger
Mevr. Els Robeyns bekomt bij de eerste stembeurt de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
BESLUIT:
De raad beslist:
Art. 1 Mevrouw Kristien Treunen wordt aangesteld als afgevaardigde in de algemene vergaderingen van de Interlokale Vereniging Plaatselijke Groep Haspengouw.
Art. 2 Mevrouw Els Robeyns wordt aangesteld als plaatsvervanger in de algemene vergaderingen van de Interlokale Vereniging Plaatselijke Groep Haspengouw.
Art. 3 Bovengenoemde vertegenwoordiger (of bij belet bovengenoemde plaatsvervanger) wordt gemandateerd om op de algemene vergaderingen voor de komende legislatuur (2019 - 2024) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten en al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.
Art. 4 Deze aanstelling blijft geldig tot andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Art. 5 Afschrift van deze beslissing zal aan de Interlokale Vereniging Plaatselijke Groep Haspengouw, Diesterstraat 1 te 3800 Sint-Truiden worden bezorgd.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren notulen vergadering gemeenteraad van 28/12/2018 Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Herman Pipeleers Sandra Jans Ilse Bosmans Els Robeyns Luc Knuts Stéphanie Billen Eric Martens Kristien Treunen Benny Maes Stijn Vandersmissen Marina Scholts Johan Cabergs Ronald Kenis Els Billen Marc Weeghmans Frank Cornitensis Ellen Punie Fabienne Vanmuysen Gerry Briers aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 27 : GEMEENTERAAD 28/12/2018 EN INSTALLATIEVERGADERING 02/01/2019: GOEDKEURING NOTULEN
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
De vergadering van de gemeenteraad dd. 28/12/2018
De vergadering van de installatievergadering van de gemeenteraad dd. 02/01/2019.
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Toelichting (feiten en context)
In toepassing van art. 32 van het decreet lokaal bestuur worden de notulen van de voorgaande gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd.
Argumentatie
Er werden geen opmerkingen geformuleerd met betrekking tot de inhoud van de notulen.
BESLUIT: goedkeuren notulen vergadering gemeenteraad van 28/12/2018
17 stemmen voor: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Benny Maes, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Stijn Vandersmissen, Ellen Punie, Stéphanie Billen, Els Billen, Marina Scholts en Ronald Kenis
2 onthoudingen: Gerry Briers en Fabienne Vanmuysen
goedkeuren notulen installatievergadering van 02/01/2019
eenparig
De raad beslist:
Art. 1 : De notulen van de vergadering van 28/12/2018 en de installatievergadering van 02/01/2019, goed te keuren.
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
goedkeuren voorstel Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Mia Cuppens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Ellen Punie Stéphanie Billen Johan Cabergs Benny Maes Sandra Jans Gerry Briers Els Robeyns Eric Martens Ronald Kenis Kristien Treunen Herman Pipeleers Luc Knuts Ilse Bosmans Fabienne Vanmuysen Frank Cornitensis Marc Weeghmans Stijn Vandersmissen Marina Scholts Els Billen Sandra Jans Gerry Briers Fabienne Vanmuysen Benny Maes Stijn Vandersmissen Stéphanie Billen Marc Weeghmans Els Billen Johan Cabergs Els Robeyns Ronald Kenis Ellen Punie Kristien Treunen Luc Knuts Frank Cornitensis Herman Pipeleers Ilse Bosmans Marina Scholts Eric Martens aantal voorstanders: 7 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 12 Verworpen
UITTREKSEL UIT HET REGISTER DER BERAADSLAGINGEN VAN DE GEMEENTERAAD
Vergadering van :1 februari 2019
Aanwezig: |
|
Domein: Algemeen, bestuur, veiligheid en welzijn
PUNT 28 : AANPASSING GAS REGLEMENT ART. 8
DE RAAD,
Voorgeschiedenis/aanleiding
Agendapunt van dhr. Gerry Briers, gemeenteraadslid voor NVA, zoals ingediend bij brief van 25/01/2019 houdende de vraag tot aanpassing van GAS reglement artikel 8
Juridische grondslag
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen
Huishoudelijk reglement gemeenteraad gemeente Wellen dd. 22.02.2013, gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 31.10.2014
Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24/06/2013.
Koninklijk besluit tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie,
aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die
bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging
van een gemeentelijke administratieve sanctie van 27/12/2013.
Toelichting (feiten en context)
Vorig jaar werd voor de tweede maal op rij door het College van Burgemeester en Schepenen beslist
om een verbod in te stellen op het gebruik van vuurwerk tijdens de eindejaar periode.
Er bestaat geen enkele mogelijkheid om dit verbod te doen handhaven daar de politiediensten
onderbemand zijn en Wellen niet beschikt over voldoende opgeleide ambtenaren die bevoegd zijn
tot vaststelling van inbreuken.
Vele Wellenaren storen zich dus niet aan het verbod en schieten toch vuurwerk af. Hierdoor zijn de
burgers verdeeld in voor- en tegenstanders van het verbod.
Het verbod is expliciet niet nodig daar geluidsoverlast geregeld wordt in het gasreglement Artikel 3
en Artikel 8.
Er wordt voorgesteld
• Aan artikel 8 het volgende toe te voegen: Te allen tijde is het afsteken van vuurwerk, na
toelating van de burgemeester, enkel toegelaten tussen 23:30 u en 00:30 u.
• De burgers te sensibiliseren zodat ze geluidsarm vuurwerk gebruiken. Bij vuurwerk gaat het
namelijk over de lichteffecten en niet over het geluid.
BESLUIT: goedkeuren voorstel
7 stemmen voor: Benny Maes, Sandra Jans, Marc Weeghmans, Stijn Vandersmissen, Stéphanie Billen, Gerry Briers en Fabienne Vanmuysen
12 stemmen tegen: Els Robeyns, Johan Cabergs, Ilse Bosmans, Kristien Treunen, Eric Martens, Herman Pipeleers, Frank Cornitensis, Luc Knuts, Ellen Punie, Els Billen, Marina Scholts en Ronald Kenis
De raad beslist:
Art. 1 de vraag van dhr. Gerry Briers, geformuleerd als volgt
• Aan artikel 8 het volgende toe te voegen: Te allen tijde is het afsteken van vuurwerk, na
• toelating van de burgemeester, enkel toegelaten tussen 23:30 u en 00:30 u.
• De burgers te sensibiliseren zodat ze geluidsarm vuurwerk gebruiken. Bij vuurwerk gaat het
• namelijk over de lichteffecten en niet over het geluid.
niet goed te keuren
NAMENS DE GEMEENTERAAD Op bevel: | |
De algemeen directeur | De voorzitter gemeenteraad |
get. Mia Cuppens | get. Herman Pipeleers
|
| |
VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL
| |
Mia Cuppens Algemeen directeur | Els Robeyns Burgemeester
|
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.